Raaf steeds meer gezien in bosrijke gebieden op zandgrond. Je herkent hem onmiddellijk aan de lage roep: ká-ká-ká

Natuurcorrespondent Hero Moorlag vertelt wekelijks in de rubriek Groen en Doen over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van flora en fauna. Deze week schrijft hij over de groene knolamaniet.

Twee raven bij Martin.

Twee raven bij Martin. Foto: Ludo Reminík

Alvader Odin is de oppergod in de Noordse mythologie. God van kennis, wijsheid en magie, maar ook van strijd en oorlog. Dappere gesneuvelde strijders heet hij welkom in het Walhalla, een hal met veel poorten en bedekt met schilden. Odin wordt altijd afgebeeld met twee raven op zijn schouders, Huginn (gedachte) en Muninn (geheugen). Elke ochtend trekken de raven de wereld in, komen tegen de avond terug en vertellen hem wat er allemaal is gebeurd. Er ontgaat Odin niets, hij weet alles, dankzij de raven.

Naast Odin zitten de wolven Geri (gretigheid) en Freki (vrekkigheid). In meer legenden komen raven voor. Ze worden geroemd om hun wijsheid en magie. Het zijn slimme vogels. In het noorden van The Yukon (Noord-Canada) gaat in hartje winter pas om elf uur de straatverlichting uit. Het is dan 40 graden onder nul. Raven vouwen hun vleugels om de sensor van de lamp die dan weer gaat branden en warmte afgeeft. Nicht Elaine Moorlag zei ons: ‘They are very smart’, ze zijn heel slim.

Elaine nam ons mee naar de vuilstortplaats van het goudmijnstadje Faro. Op de randen van de diepe kuil zaten steenarenden en raven. Ze zochten naar iets eetbaars. Dat is wat raven zijn, opruimers. Net als gieren cirkelen ze rond op zoek naar kadavers. Daarom waren ze in de Middeleeuwen als afvalopruimers in steden wettelijk beschermd. Totdat men vond dat ze schadelijk waren voor het jachtwild. In Duitsland loofden hertogen in de achttiende en negentiende eeuw premies uit voor het doden van raven.

Duizenden raven werden afgeschoten. In ons land broedde het laatste paar in 1927. Vanaf 1947 kreeg de vogel een beschermde status, maar er was niets meer te beschermen, want er waren geen raven. De herintroductie volgde vanaf 1960. Raven werden in kooien gefokt op de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en in het Dwingelderveld. Losgelaten vogels keerden echter voor voedsel naar de kooien terug. Pas in 1976 constateerden vogelaars een eerste broedgeval.

Met pieken en dalen groeide de populatie tot 21 broedgevallen in 2015. Nu zijn er 170 broedgevallen. In de winter vliegen rond de duizend raven in ons land. Een raaf is pas na drie jaar geslachtsrijp. Van de duizend raven is het merendeel onvolwassen. Vinden die niet voldoende voedsel, dan sterven ze.

Onmiskenbare roep

Een zwarte kraai meet 47, een buizerd 50 centimeter. Een raaf is 63 centimeter. Een zwarte kraai heeft een vrijwel rechte staart. De staart van een raaf is wigvormig. In vlucht herken je hem direct. De lage roep is onmiskenbaar, heel anders dan die van een zwarte kraai of roek. Het is een laag ká-ká-ká. Het is verrassend deze roep te horen in de Kiersche Wijde ten westen van Meppel, de Boerenveensche Plassen te oosten van Pesse en in het Dwingelderveld. Er moet dan ergens een kadaver liggen, een doodgeboren lam van een heideschaap of een aangereden ree of haas. Van vrienden in Slowakije kreeg ik de foto’s van raven.

In de bergen ten zuidoosten van onze partnerstad Martin is de raaf een algemene vogel. Ze komen ook bij de voormalige kolchozen die nu als koeienstal in gebruik zijn, zoals bij Blatnica. Slimme vogels, zeggen ze in Slowakije. In ons land is de raaf typisch een vogel die terug is van weggeweest. Het hangt volledig van het voedselaanbod af, of hij zich kan handhaven. Vooral eiwitrijk voedsel is van belang om een broedgeval tot succes te maken. Maar we zien en horen raven vaker, vooral in de wintermaanden.