Felrode libel en juffers in natte natuurgebieden. Hoe zuidelijker, des te meer vuurlibellen

Mannetje vuurlibel Foto: Hero Moorlag

Natuurcorrespondent Hero Moorlag vertelt wekelijks in de rubriek Groen en Doen over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van flora en fauna. Deze week schrijft hij over de felrode libel en de juffers.

In de Kiersche Wijde ten westen van Meppel mis je ze nooit. Op zonnige dagen vliegen hier, in Nationaal Park Weerribben-Wieden, gauw vijf tot tien vuurlibellen. Nota bene een Afrikaanse soort die het hele jaar in de Sahara voorkomt en Eurazië heeft veroverd. Waarschijnlijk vormen Drenthe en Overijssel de noordgrens van het verspreidingsgebied van de vuurlibel. In Denemarken en Noord-Duitsland komt hij niet voor, noch in Engeland. Maar in Spanje, Italië en Griekenland (ook op de eilanden) zijn de populaties vuurlibellen vele malen groter dan in de Kiersche Wijde.

Warmteminnend

Hoe zuidelijker, des te meer vuurlibellen, want het zijn warmteminners. Rode juffers komen in veel natuurgebieden voor. De vuurjuffer niet in Noorwegen en Zweden, de koraaljuffer houdt van warmte en wordt het meest gezien in Frankrijk, Spanje en Italië. In ons land vind je dit geheel rode juffertje tot in september in natte natuurgebieden, maar dan moet de zon wel schijnen.

Iedereen weet waarschijnlijk dat mannetjes van heidelibellen rood zijn en de vrouwtjes geel.

Alleen de zwarte heidelibel is anders. Steenrode, bruinrode en bloedrode heidelibel zijn dan wel rood, vooral de bloedrode, maar toch vallen ze in het niet bij de felrode vuurlibel. Hebben heidelibellen een smal achterlichaam of is dat knotsvormig, vuurlibellen hebben een breed en plat achterlichaam. Bijna alles is rood aan deze libel: gezicht, borststuk, achterlijf, poten en voorste vleugeladers. De ogen zijn donkerrood. Aan de basis van de achtervleugels bevindt zich een oranje vlek. Maar dan de vers uitgeslopen vuurlibellen en de vrouwtjes. Die zijn goudkleurig.

De vrouwtjes blijven goudkleurig

De mannetjes kleuren uit tot felrood, de vrouwtjes blijven goudkleurig. Beide geslachten vind je in de Kiersche Wijde, het Woldlakebos en natuurgebied De Auken ten zuiden van Steenwijk, alle drie onderdeel van Nationaal Park Weerribben-Wieden. Wie geïnteresseerd is in libellen, moet eens naar deze gebieden gaan. In het voorjaar zie je smaragdlibellen, de zeldzame sierlijke witsnuit, gevlekte witsnuit, glassnijder en in de (na)zomer vuurlibel en gewone oeverlibel, naast heidelibellen. Dat zijn niet de enige insecten. Tijdens het seizoen vliegen hier ook veel vlinders.

Juffers in het rood

Een weinig eisende soort wat voortplantingsbiotoop betreft, is de vuurjuffer. Het is de eerste juffer die in het voorjaar verschijnt. Ze is tevreden met stilstaand en lichtstromend water om haar eitjes in af te zetten. Het is een fraaie rode juffer met donkergroenglanzend borststuk. De poten zijn zwart, de ogen rood. In augustus vliegt de vuurjuffer nog steeds. In ons land komt de koraaljuffer alleen voor in ondiep stilstaand en schoon water op de hogere zandgronden. Dit juffertje is kleiner dan de vuurjuffer en helemaal rood, ook de poten. Sinds de eeuwwisseling heeft deze rode juffer het noorden veroverd. Ze kwam voorheen alleen voor in Frankrijk, Spanje en Italië.

Is het omringende water schoon, dan vind je nog tot in september koraaljuffers op pijpenstro en pitrus in natte heidegebieden. Het is mooi zowel vuurjuffer als koraaljuffer in tandem te zien vliegen, terwijl het vrouwtjes (achterste juffer in de tandem) eitjes afzet in het water.

Kleinere koraaljuffer is moeilijker te vinden

De vuurlibel zie je onmiddellijk, zonnend op groene bladeren. Hij knalt eruit. De vuurjuffer ook wel, maar de kleinere koraaljuffer is wat moeilijker te vinden. Op het moment zijn mannetjes heidelibellen allemaal rood uitgekleurd. Het verschil met de vuurlibel wordt duidelijk als je ze bij elkaar in de buurt ziet.