Avontuur op Terschelling: De luchtmachttoren op de Noordvaarder redde ons van de windhoos

Het was in het jaar 1962 dat ik voor de eerste keer Terschelling bezocht en daar regelmatig ging kijken bij de luchtmachtoefeningen die daar toen nog op de uitgestrekte Noordvaarder zandvlakte werden gehouden.

Eenmaal aangekomen in de buurt van de vuurleidingstoren, wees één van mijn zoons mij op een angstaanjagend natuurverschijnsel dat enkele kilometers verderop te zien was: een waterhoos.

Eenmaal aangekomen in de buurt van de vuurleidingstoren, wees één van mijn zoons mij op een angstaanjagend natuurverschijnsel dat enkele kilometers verderop te zien was: een waterhoos. Foto: Gerrit Boxem

Dat kijken deed ik vanaf het fietspad langs het zogeheten ‘Groene Strand’, even buiten het dorp West-Terschelling. Het was een fascinerend gezicht om de straaljagers één voor één in de richting van de op het schietterrein staande doelen te zien duiken. Dat schietterrein met de doelen en de vuurleidingstoren werd voor de op afstand staande toeschouwers aan het oog onttrokken door een rij duinen. Daardoor kreeg die plek voor mij iets mystieks. Geregeld zag ik een militaire jeep over het strand rijden en op een gegeven moment verdwijnen achter de duinenrij.

Dikwijls vroeg ik mij af wat er zich achter die duinenrij afspeelde en wat er in de vuurleidingstoren, van waaruit de vliegers hun aanwijzingen kregen, allemaal gebeurde. Maar vanwege de vele houten borden die het schietterrein omringden met daarop in koeienletters de woorden: ‘Militair Oefenterrein Levensgevaarlijk!’, durfde ik als twaalfjarige niet over de duinen te klimmen. Een oudere buurjongen, die als dienstplichtig militair op de vuurleidingstoren werkte, lichtte later een tipje van de sluier op door mij te vertellen wat zijn taak was in die toren. Deze buurjongen moest, zo vertelde hij mij, iedere morgen de telefoontjes aannemen waarin diverse vliegbases in Nederland en Duitsland meldden met hoeveel vliegtuigen ze die dag van plan waren om boven Terschelling te komen oefenen.

Pas vele jaren later verdween die mystiek rond de vuurleidingstoren toen tijdens een excursie naar de schiettoren mij door militairen van het Terschellinger Luchtmacht Detachement volledig uit de doeken werd gedaan hoe een en ander in zijn werk ging. Tijdens deze excursies werden vakantiegangers op Terschelling in de gelegenheid gesteld om een kijkje op de vuurleidingstoren te komen nemen, iets dat in mijn eerste vakantiejaren op Terschelling nog niet mogelijk was.

Angstaanjagend

Wie had ooit kunnen vermoeden dat die luchtmachttoren op de Noordvaarder voor mij -en enkele van mijn gezinsleden- ooit nog eens als schuilplaats zou dienen tijdens een angstaanjagend avontuur dat begon toen we op een zomerse dag in 1994 besloten om met het gezin een natuurwandeling te gaan maken op de Noordvaarder. Dat was op dat moment geen enkel probleem meer omdat er in die tijd tijdens de zomermaanden al niet meer door de luchtmacht geoefend werd boven Terschelling. Het weer leek ideaal voor een forse wandeling. Na een lange periode van zeer warm zomerweer was er eindelijk wat verkoeling gekomen. Vanaf het dorp West-Terschelling liepen we langs de vloedlijn in de richting van het punt waar Terschelling zich het dichtst bij het buureiland Vlieland bevindt. De uitgestrekte zandvlakte waar we liepen had zo weinig referentiepunten dat het aanvankelijk leek of we geen enkele vooruitgang boekten. Maar uiteindelijk kwamen we toch bij de grens van het schietterrein.

Daar besloten we even uit te rusten in de duinen. Terwijl mijn vrouw en dochter bleven zitten, gingen mijn zoons en ik even een kijkje nemen bij de even verderop gelegen vuurleidingstoren. Vanuit de zee kwamen ondertussen enkele donkere wolken aandrijven, maar veel regen leken die niet te bevatten. Eenmaal aangekomen in de buurt van de toren, wees één van mijn zoons mij op een zowel prachtig, als angstaanjagend natuurverschijnsel dat enkele kilometers verderop te zien was: uit een pikzwarte wolk hing een lange, witte slurf tot op de aarde: een windhoos. Op dat moment, het ding kwam net aan land, was het trouwens nog een waterhoos.

Ronddraaiende wolkenmassa’s

Vanaf de duintop konden we de hoos goed zien. Opeens riep één van mijn zoons: “Pap, kijk eens boven je!” Toen ik dat deed kreeg ik de schrik van mijn leven. Recht boven ons bevond zich namelijk een tweede hoos die we helemaal niet hadden zien aankomen, omdat we helemaal gefixeerd waren op het eerste exemplaar. Ik keek recht in de tunnel die gevormd werd door de ronddraaiende wolkenmassa’s. Het was een ronduit beangstigende aanblik. “Snel, onder de toren!”, schreeuwde ik tegen mijn oudste zoon terwijl ik de jongste aan zijn hand meesleurde naar een open opslagruimte die zich onder de vuurleidingstoren bevond.

Het was net op tijd. We zaten er net goed en wel toen over de duin het onderste deel van de windhoosslurf kwam aanstuiven en ons op slechts enkele meters passeerde. Verstijfd van schrik bleven we nog enkele ogenblikken zitten voor we weer tevoorschijn durfden te komen. Vanuit de verte hadden mijn dochter en vrouw machteloos moeten toezien hoe de tweede hoos recht op ons af was gekomen, zonder dat we iets in de gaten hadden. We hadden geluk gehad, want hoewel een windhoos over het algemeen niet zo krachtig is als een tornado, kan zo’n natuurverschijnsel toch flink wat schade aanrichten.