Amerikaanse vogelkers verheerlijkt en verguisd. Vanaf 1920 aangeplant als vulhout in sparrenbossen

Natuurcorrespondent Hero Moorlag vertelt wekelijks in de rubriek Groen en Doen over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van flora en fauna. Dit keer schrijft hij over de Amerikaanse vogelkers.

De Amerikaanse vogelkers.

De Amerikaanse vogelkers. Foto: Hero Moorlag

Een uitheemse struik die kán uitgroeien tot een boom. Prunus serotina, Amerikaanse vogelkers. Serotina betekent de laatbloeiende. In tegenstelling tot onze inheemse vogelkers die begin mei al bloeit, bloeit Amerikaanse vogelkers pas begin juni. In Noord-Amerika wordt deze vogelkers een boom van dertig meter met een mooie rechte stam. Het hout is schitterend en kan voor mahoniehout doorgaan. In Amerika wordt het zeer harde hout van Prunus serotina gebruikt om kostbare panelen en meubels te fabriceren.

Het glanzende leerachtige blad valt laat af, maar vormt dan een rijke humuslaag in bossen. Daarom werd de struik in 1920 ingevoerd en aangeplant in sparrenbossen op zandgrond, als struiklaag(vulhout). Sparren reageerden daarop door met rechte stammen omhoog te groeien en het afgevallen blad verrijkte de arme zandbodem. Het keerpunt kwam rond 1960.

Erg te overheersen

Want wat was het geval. Amerikaanse vogelkers begon heel erg te overheersen. Sommige struiken groeiden uit tot bomen die in augustus veel kersen droegen. Vogels verspreidden de kersenpitten. De struik vermenigvuldigde zich zo massaal, dat Staatsbosbeheer de naam bospest bezigde. Men wilde Amerikaanse vogelkers kwijt. Struiken werden afgezet, maar kwamen het jaar daarop sterker terug. Bosbeheerders gebruikten daarna het chemische bestrijdingsmiddel 2,4,5-T-ester om afgezaagde stammetjes in te smeren. Het middel werd echter in 1978 verboden, waarop glyfosaat werd ingezet, beter bekend onder de naam Round-up.

Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Stichting Het Drentse Landschap zetten toen tot taakstraffen veroordeelde mensen in voor prunusbestrijding. Vaak heb ik de reclaseringsmensen bezig gezien prunussen om te zagen. Round-up kreeg een rood kleurtje, zodat men kon zien welk stammetje was ingesmeerd. Bereikt glyfosaat eenmaal de wortel van de struik, dan sterft het geheel snel af. Maar niet overal vindt prunusbestrijding plaats. Stel dat deze maand een vlucht van veertig kramsvogels neerstrijkt op een Amerikaanse vogelkers met zwarte kersen en elke vogel eet twintig kersen. De groep gaat verderop in het bos slapen. Er zit niet veel vruchtvlees rond de kersenpit. In een vogelmaag verteert het snel. De dikke pit gaat met enige moeite door het dunnedarmkanaal en wordt uiteindelijk uitgepoept. Op de slaapplaats van de kramsvogels vallen in één nacht 800 pitten op de bosgrond. Stel dat daarvan 200 gaan kiemen, dan staan daar het jaar erop 200 jonge prunussen als haren op een hond.

Voedsel voor trekvogels

Meidoorn, lijsterbes, vlier, vuilboom (sporkehout), vogelkers, zoete kers, Amerikaanse vogelkers, sleedoorn en in de duinen duindoorn dragen dit jaar ongelofelijk veel bessen. Wat dat betreft is het een mastjaar, een jaar met extreem veel vruchten. Om de zes of zeven jaar is er een mastjaar. Voor kramsvogels, koperwieken, zanglijsters, grote lijsters, merels en spreeuwen is er voor maanden voedsel. Ik hoop op pestvogels, mocht de winter in het hoge noorden streng worden.

Vlierbessen kunnen problemen geven. Hangen ze lang aan een struik, dan gaan glucose en fructose gisten. Een lijster die deze bessen eet, wordt niet meteen stomdronken, maar de alcohol doet wel z’n werking. Ik heb merels gezien die oude gistende vlierbessen hadden gegeten, vreemde kreetjes uitsloegen, slecht vlogen en zelfs niet meer los van de grond konden komen. Makkelijke prooi voor een sperwer. De Amerikaanse vogelkers wordt door vogelaars gezien als welkome aanvulling op besdragende struiken. De struik heeft zich blijvend in onze bossen en singels gevestigd en hoort daar gewoon thuis. En het fraaie hout, ach, de bomen zijn vaak meerstammig en de stammen getordeerd. Je kunt er moeilijk planken van zagen, maar wellicht heeft een beeldhouwer iets een zo’n stuk hardhout.