Steppers uit Koekange en IJhorst zijn trots op hospice De Horizon, dat er kwam mede dankzij stichting Surizorg

Albi Popken (67) woont in Koekange en is net gepensioneerd. Ze werkte tot voor kort bij Icare als verpleegkundig specialist in de palliatieve zorg. Haar 55-jarige zus Erna Bijsterbosch woont in IJhorst en werkt bij een kledingzaak in de Wijk. Aukje Kuyer (60) woont ook in IJhorst en is verpleegkundige.

Van links naar rechts Albi Popken, Aukje Kuyer en Erna Bijsterbosch met hun vervoermiddelen.

Van links naar rechts Albi Popken, Aukje Kuyer en Erna Bijsterbosch met hun vervoermiddelen. Foto: Artizzl Media / Peter Nefkens

Gedrieën vormen ze het bestuur van de stichting Surizorg. Ze kennen elkaar al dertig jaar van het dorp IJhorst, toen ook Albi daar nog woonde. Ze zijn alle drie sportief aangelegd, al ging voor Aukje de liefde vooral uit naar een balsport, zoals volleybal. Albi en Erna zijn meer van het hardlopen, bootcamp en ook tennis. Ze zijn ook niet vies van uitdagingen: zo deden ze ooit mee aan een carbagerun van Zuid-Engeland naar Schotland, maar dan op brommers.

De laatste levensfase

De stichting Surizorg ondersteunt de palliatieve zorg in Suriname en heeft onder meer het hospice De Horizon mee opgezet. De oorsprong van de stichting ligt in 2008, toen Albi en Aukje als vrijwilligers werkten in het Sint Vincentius Ziekenhuis in Paramibo en het hun opviel dat er beperkte mogelijkheden waren voor mensen die zich in de laatste fase van hun leven bevonden. Vier jaar later werd Surizorg opgericht, in 2016 werd het hospice gebouwd. „We zijn daar nog steeds erg trots op. Het hospice wordt door lokale vrijwilligers gerund in samenwerking met een verpleegkundig team. Surizorg heeft nu alleen een adviserende rol op de achtergrond”, vertelt Albi Popken.

Het gaat goed met de stichting, ook al zijn de drie dames meer dan een jaar niet meer in Paramaribo geweest. „Normaal gesproken gingen we wel tweemaal per jaar naar Suriname, maar door corona komen we het land niet in. Ik geef daar bijvoorbeeld cursussen in de palliatieve zorg en leidt vrijwilligers op, ik ben er dan twee tot drie maanden. Het is mijn tweede thuis geworden, ik ben helemaal verliefd op dat land”, bezweert Albi. „Ik heb er enorm veel kennissen, een sociaal netwerk en Surizorg doet alles pro deo.”

Gratis werken vonden ze maar gek

In Suriname was vrijwilligerswerk iets vreemds. „Ze vonden dat gratis werken maar gek. Ik weet nog dat ik samen met Aukje Kuyer in het ziekenhuis werkte. Die directeur vond het wel een beetje raar. Je gaat toch niet voor niets werken?”, lacht Albi. De inwoonster van Koekange heeft het hele land wel gezien, tot diep in de binnenlanden, omdat ze bij allerlei instellingen cursussen gaf. „In van die kleine polikliniekjes.”

Zij is degene die de andere twee dames al vroeg interesseerde voor het werk in Suriname. Erna Bijsterbosch belandde er in 2016 en was ook direct verkocht. Ze constateren dat er na al die jaren nog steeds redelijk wat armoe is in de voormalige Nederlandse kolonie, die in 1975 onafhankelijk werd. Corona maakte het er allemaal niet makkelijker op, al moet worden gezegd dat het schrikbeeld van buurland Brazilië, waar het virus voor een groot menselijk drama heeft gezorgd, aan Suriname voorbij gaat.

„We waren er wel bang voor dat corona daar los zou gaan, ook omdat de ziekenhuizen in Suriname heel anders zijn dan in Nederland, minder capaciteit en minder spullen”, weet Albi. Erna knikt: „Maar de maatregelen waren zeer streng daar. Ze hadden daar geen avondklok, maar een weekendklok. Mochten ze het hele weekend de deur niet uit.” Het hielp bij het tegengaan van het coronavirus.

Geen medicijnen

Vanuit Zuidwest-Drenthe wordt volop goed materiaal verzameld dat in Suriname een tweede kans krijgt. Ze zagen daar in 2008 met eigen ogen op wat voor matrassen de patiënten in de ziekenhuizen lagen. „Wat wij in Nederland overhouden, wordt daar graag aangenomen”, weet Aukje. Het gaat dan om materiaal dat gebruikt kan worden in de verpleegkundige sector, met nadruk geen medicijnen.

In de schuur bij de familie Popken worden de spullen opgeslagen en als er weer voldoende is, wordt het verscheept naar Suriname. „We kregen eerst spullen uit kleine kring, maar nu weet iedereen ons wel te vinden: van apothekers, thuiszorg, ziekenhuizen en dergelijke instellingen, tot aan Steenwijk, Groningen en Enschede aan toe. Krijgt een instellingen nieuwe bedden, dan mogen wij de oudere hebben”, licht Albi enthousiast toe. „Ook die van Hospice Eesinge in Meppel, wij zijn daar erg blij mee.”

Dagopname

Het verschepen kost om en nabij de 2000 euro, maar de stichting Surizorg hoeft dat niet zelf te betalen. „We hebben sinds kort een tussenpersoon bij stichting De Baanderije die dat voor ons regelt.” Het geld dat verdiend wordt met de pelgrimstocht, is volledig bestemd voor een speciaal fonds – het Hospice Verblijf Fonds – dat geld beschikbaar stelt aan mensen die een verblijf in een hospice niet kunnen betalen. Dat zijn er nog heel wat in Suriname want verzekeraars vergoeden nog nauwelijks de opnames. „Een dagopname in het hospice kost zo 50 euro, in Suriname verblijven mensen langer in het hospice dan in Nederland. Ze worden vaak nog wat te vroeg opgenomen”, is Albi’s ervaring.