Ruim dertig jonge egeltjes scharrelen rond bij egelopvang 't Egelhuus in Hollandscheveld. 'De egel heeft het moeilijk, bijvoeren mag het hele jaar'

Het najaar is de drukste tijd voor egelopvangcentra vanwege de paartijd. Massaal worden moederloze egels en jonge egels die het zelfstandig niet redden binnengebracht.

Linda de Jong van het Egelhuus in Hollandscheveld vangt egels op bij egelopvang ’t Egelhuus.

Linda de Jong van het Egelhuus in Hollandscheveld vangt egels op bij egelopvang ’t Egelhuus. Foto: Gerrit Boer

Bij egelopvang ’t Egelhuus in Hollandscheveld is het een drukke bedoening. Er worden nu zo’n 35 jonge egels opgevangen door Linda de Jong, die samen met haar man Eddy de egelopvang runt. Dat zijn complete egelgezinnen met moeder en jongen, maar er zijn ook enkele gewonde volwassen egels.

In 2006 is De Jong in Hollandscheveld begonnen met de opvang van egels. Vier jaar later werd ‘t Egelhuus ondergebracht in een stichting, waardoor het een anbi-status kreeg en ook donateurs kon werven. De liefde voor de dieren begon bij Linda toen zij een nestje met egels kreeg van een bevriende dierenarts. „Dat nest was verstoord en de dierenarts wist dat ik gek ben op dieren. Ik nam vroeger al van alles mee naar mijn ouderlijk huis.”

Linda begon met de opvang van de egels in caviabakken, maar al snel werden er hokken voor de dieren gebouwd, die elke dag moeten worden schoongemaakt. „Destijds zat er nog een egelopvang in Havelte. De mevrouw die dat verzorgde is vanwege gezondheidsredenen gestopt. Ik heb het eigenlijk van haar overgenomen. Het is nog wel te doen, maar deze tijd is erg druk. Soms hadden we wel honderd egels in een jaar. We hebben iets moeten inkrimpen, want het moet wel te doen zijn. We hebben ook allebei nog een baan”, zegt Linda. „Gelukkig kwam er een dependance in Vilsteren en recent ook in Staphorst, dat merk je meteen. En we hebben een aantal vrijwilligers. Zij helpen bijvoorbeeld met het schoonmaken van de hokken. We kunnen overigens altijd vrijwilligers gebruiken.”

Steeds meer uitzettuinen en -stallen voor de egels

Bij de egelopvang worden hulpbehoevende egels opgevangen en verzorgd, zodat ze zo snel mogelijk weer uitgezet kunnen worden in de natuur. „Niet alle jonge egels kunnen nog voor de winter uitgezet worden. Die verzorgen we hier, maar we hebben steeds meer winterplekken zoals tuinen en stallen waar we ze uit kunnen zetten.”

„Egels zijn echte nachtdieren”, vertelt Linda de Jong. „Ze laten zich vaak zien en zijn niet schuw. Als egels overdag rondlopen kun je ervan uitgaan dat er iets met het diertje aan de hand is. Ook als egels bloeden of gewond zijn, als ze zich niet oprollen bij aanraking, als ze hoesten of snotteren, of vlooien en teken hebben, is de kans groot dat ze ziek zijn. Probeer het beestje dan met behulp van een handdoek of krant in een doos te leggen en breng hem naar een egelopvang in de buurt.” Soms zit een egelopvang zo barstensvol dat ze egels moet weigeren. „Dat hebben wij gelukkig nog nooit hoeven doen”, vertelt Linda. ‘t Egelhuus heeft goede naamsbekendheid opgebouwd. „In de zoekmachine staan we bovenaan in de lijst. We worden veel gebeld, soms ook door mensen die hun hond of kat kwijt willen. We proberen iedereen te helpen en indien nodig nemen we de egel op in de opvang.”

Vermagerde diertjes

De Egelbescherming Nederland stelt dat het in de afgelopen decennia heel hard is gegaan met de achteruitgang van de egelstand. Sinds dertig jaar worden er tellingen gedaan en hieruit is gebleken dat liefst 70 procent van de egels verdwenen is. Ook de conditie van de dieren die worden binnengebracht is erg slecht, met kankergezwellen en slechte gebitten. Linda beaamt het beeld dat de fysieke gesteldheid achteruit is gehold.

„Vroeger” - doelt ze op een aantal jaren geleden - „hadden we in de zomer één of twee egels in de opvang. Tegenwoordig zijn het er veel en veel meer. Dat komt deels door de robotgrasmaaier, die egels dodelijk kan verwonden. Maar we zien ook dat het leefgebied van de egels steeds verder wordt teruggedrongen. Er zijn steeds minder insecten. Dat resulteert in vermagerde diertjes, omdat er niet genoeg eten is. We raden aan om egels continu te blijven bijvoeren, net als vogels. Zet maar een schoteltje met kattenbrokjes neer op een beschut plekje waar alleen een egeltje kan komen. Er is ook speciaal egelvoer op de markt. En zet bakjes water neer.”

‘Ze zijn zo verschrikkelijk lief’

Dertig stuks. Zoveel kleine egeltjes telt de locatie van egelopvang ‘t Egelhuus in Staphorst momenteel. Net over de grens bij Meppel, aan de Westerstouwe, worden de diertjes liefdevol opgevangen en verzorgd.

Met een doseerspuit krijgen de jonkies eten. Gretig lurken ze aan het speentje. „Ze zijn zo verschrikkelijk lief”, vertelt verzorgster Margreet Pot. „We proberen ze nog voor de winter groot genoeg te krijgen, zodat ze in de natuur weer in winterslaap gaan.”

Vorig jaar hielp Margreet Pot voor het eerst met de opvang van egels. Stichting ‘t Egelhuus in Hollandscheveld had het zo druk, dat Margreet besloot bij te springen. Achttien egeltjes overwinterden bij haar. Sinds begin dit jaar is ze officieel aangesloten bij de stichting. Daarmee vormt haar onderkomen de derde opvanglocatie van ‘t Egelhuus, naast de locaties in Hollandscheveld en Vilsteren. Ze vindt het geweldig. „Nu proberen we nog wat meer naamsbekendheid te krijgen, zodat we zoveel mogelijk egeltjes in nood kunnen helpen.”

En die zijn er momenteel genoeg. Het is namelijk broedseizoen. Het eerste nestje kwam begin september binnen. Inmiddels scharrelen er dertig exemplaren in de schuur van Margreet rond. „Ze komen van heinde en verre. De dierenambulance in Meppel is gestopt en mensen weten vaak niet waar ze terechtkunnen. Bij ons dus. We proberen de jonge egeltjes op gewicht te krijgen, zodat we ze nog voor de winter weer in de eigen omgeving uit kunnen zetten en ze daar in winterslaap kunnen gaan. Lukt dat niet, want er kan nog een late lichting jonge egels aankomen, dan overwinteren ze bij ons in de opvang.”

Stuk voor stuk bijzondere verhalen

De telefoon van Margreet Pot rinkelt de hele dag. Vanuit heel Nederland wordt ze gebeld met vragen. De meeste situaties kan ze op afstand beoordelen en mensen helpen om de juiste beslissing te nemen. Die drukte is ze wel gewend, want voorheen was ze coördinator van de Meppeler dierenambulance. „Ik heb het nu rustiger dan voorheen”, vertelt ze lachend. „Het is druk, maar wel minder veeleisend dan bij de dierenambulance. We vragen mensen om zelf de diertjes naar ons toe te brengen, want we hebben geen vervoersservice. Alleen in echt nijpende situaties trekken we er zelf op uit.”

Aan elk binnengebracht nestje hangt een bijzonder verhaal. Zo is er onlangs in Ruinerwold een nest met maar liefst acht jonge egeltjes gevonden. Een moederegel heeft gemiddeld vijf tot zeven kleintjes. De honden van het gezin hadden het nest gevonden en verstoord. Het gezin heeft net zo lang met nachtlampen gezocht, tot ook de moederegel gevonden is. Het complete egelgezin is afgeleverd bij ‘t Egelhuus. „Zo hebben alle egeltjes een eigen verhaal”, zegt Margreet. „Meestal zijn die heel mooi, maar ik kom helaas ook wel schrijnende gevallen tegen.”

Wachtlijst voor uitzettuinen

De egeltjes worden in principe weer uitgezet in het eigen gebied of de tuin waar ze gevonden zijn. Mocht dat niet kunnen, dan heeft de egelopvang een aantal uitzettuinen ter beschikking. „Daar is zelfs een wachtlijst voor. Een paar egels in de tuin is namelijk goed voor het ecosysteem. Mensen vinden het daarnaast ook supergezellig. En er is echt niet veel voor nodig. Een egelhuisje is heel makkelijk zelf te maken. Kijk maar eens op Google. Ze zijn ook gek op plastic. Boeren vinden ze vaak onder het plastic van de composthopen. Maar laatst hoorden we ook een verhaal van iemand die zijn tent opruimde en een egelnestje onder het grondzeil vond. Je kunt bakjes met schoon water neerzetten, zodat de egeltjes iets te drinken. Maar let op, geef ze absoluut geen melk! Egels zijn namelijk lactose-intolerant. Baby-egeltjes mag je nooit oppakken. Daarmee verstoor je het nest, de moeder accepteert de kleintjes niet meer en zal het nest verlaten.”

Ook waarschuwt Margreet voor de robotmaaier. „Overdag het gras maaien is geen probleem. Maar ‘s avonds vinden veel egels de dood omdat ze worden overreden door de robotmaaier.” Egels houden erg van bladeren en troep, legt Margreet uit. „Haal dus niet zomaar een hark door een bult bladeren. Wees je ervan bewust dat ze op een plek zitten waarvan je het niet verwacht.”

Zenderonderzoek

Er wordt steeds meer bekend over het gedrag van egels. In Steenwijkerland is zenderonderzoek gedaan door Egelwerkgroep Nederland. Merel Klaarmond uit Steenwijk is daarbij betrokken. Zij heeft kunnen vastleggen dat egeltjes er ‘s nachts graag op uit gaan. De mannetjes lopen wel 10 kilometer per week en vrouwtjes zo’n 4 tot 6 kilometer. „Ze lopen vaste rondjes”, vertelt Margreet Pot. „De egel die je gisteren hebt gezien, is dus niet de egel die je vandaag langs ziet lopen. Die zie je een week later pas weer. We zien ook dat moederegels op dezelfde plek blijven met hun jongen, tot ze groot genoeg zijn om zichzelf te redden, dan gaat de hele familie op stap.”

Dat er nu veel egelnestjes bij ‘t Egelhuus worden binnengebracht is inherent aan de paartijd. De paartijd duurt van mei tot en met augustus. Het paren kan enkele uren duren en na vijf weken komen twee tot tien jongen tevoorschijn. „Mocht je een egel aantreffen die vreemd gedrag vertoont zoals hoestende egels, egels die zich overdag laten zien, egels die gewond zijn of een jonge egel die zonder moeder rondzwerven, bel ons dan gerust. Je kunt ons bereiken op het telefoonnummer 06-42882067. Zorgen zijn vaak terecht en we denken graag mee over een oplossing.”