Roofvogelexpert roofvogelaar Rob Bijlsma: ‘Achteloosheid en minachting van natuurbeheerders is shockerend’

Uitspraken van roofvogelaar Rob Bijlsma (1955). Hij is niet de eerste die fel ageert tegen de kap van bomen en kaalkap van complete bospercelen door Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Eerder kwam dé paddenstoelenkenner van Drenthe, Eef Arnolds, met het rapport ‘Een toekomst voor bossen en bomen’, met als ondertitel: Een alternatieve bossenstrategie voor 2030 en later.

Kaalslag gebeurt met grote machines.

Kaalslag gebeurt met grote machines. Foto: Hero Moorlag

Arnolds ergert zich mateloos aan de rigoureuze kap van vooral naaldbossen waar zeldzame paddenstoelen groeien. In haar boek ‘Het Mensdier’ (Groen&Doen van vrijdag 16 juli) schrijft Maria Quist over diverse maatschappelijke problemen, ook over de kap in bossen en kaalkap. Nu komt Bijlsma met zijn boek ‘Kerken van goud, dominees van hout’, met als ondertitel: Over de verwording van de Nederlandse natuurbescherming. Arnolds en Quist ergeren zich, Bijlsma is ronduit pissig. Ongekend fel trekt hij van leer tegen ‘moderne’ natuurbeheerders en boswachters die de namen van vogels en planten kennen, maar niet hun functie in de natuur.

Hij woont sinds mensenheugenis in Berkenheuvel, onderdeel van Nationaal Park Drents-Friese Wold. Rob Bijlsma, dé roofvogelkenner van Nederland en een van de oprichters van Werkgroep Roofvogels Nederland (WRN). Je kunt het gekste niet bedenken, of Bijlsma registreert het: blikjes, drinkpakken, plastic en kartonnetjes langs een fietspad, mountainbikers op ATB-routes dwars door het bos, hoever een boswachter loopt vanaf zijn dienstauto en aanleg van betonnen fietspaden. Alles wordt in grafieken verwerkt. In 25 jaar zie je duidelijk een toename van afval langs fietspaden. Zijn devies is en blijft: meten is weten! De belangrijkste bezigheid is het registreren van broedgevallen van roofvogels. Bijlsma klimt in nestbomen, telt en meet de jongen en legt dat vast in tabellen. Op de Landelijke Roofvogeldag is hij graag gezien op het podium van zalencentrum Ogterop in Meppel. Dan vertelt hij levendig en met humor over de trends op roofvogelgebied van het afgelopen jaar. Van zijn boek ‘Mijn roofvogels’ zijn 10.000 exemplaren verkocht. En nu een reuzenpocket van 350 pagina’s vol ergernis, ook humor, over de hedendaagse ‘natuurbescherming’.

Tekst loopt door onder de foto.

Kap en kaalslag

Waarom, zo vragen Eef Arnolds, Maria Quist en Rob Bijlsma zich af, waarom laten Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer naaldbossen niet met rust. Ze ontwikkelen zich echt wel tot gemengde bossen na natuurlijke selectie. Hier groeien bijzondere paddenstoelen en roofvogels als havik, buizerd, wespendief en sperwer broeden bij voorkeur in een fijnspar, Douglasspar, grove den, sitkaspar of larix. Soms laat men op een kapvlakte een nestboom van een roofvogel staan. Dommer kan het niet. Het nest valt op en heeft totaal geen beschutting tegen predatoren. Afhankelijk van de soort roofvogel zag Bijlsma door kap en kaalslag broedgevallen afnemen met 46 tot 100 procent. Natuurbeheerders willen de open heide met klokjesgentiaan terug. Dus moeten sparrenbossen plat, mede door aantasting van de letterzetter. Maar naast roofvogels die er broedden, verdwenen ook soorten als zomertortel, matkopmees, spechten, reptielen, mossen, varens en paddenstoelen. De biotoop, naaldbos, met al haar soorten, verdween door kaalslag. Bijlsma in ‘Kerken van goud, dominees van hout’: ‘Het bos heeft zijn eigen dynamiek, zo ook de bewoners van het bos. Dat de beheerders daar moeite mee hebben, is hún probleem.’ De natuurbeschermer van weleer, Jac. P. Thijsse enz., lijkt niet meer te bestaan. Natuurorganisaties zoeken naar draagvlak om leden en subsidie te werven. Iedereen mag, al of niet met honden, het bos in. Bijlsma: ‘Vogelaars, vissers, natuurgenieters, ATB-ers, kinderen, rolstoelers, jagers, prikkebenen, families, dertigers, de keuze is oneindig.’ Naast kaalslag is massarecreatie funest voor alle bosleven. Het lezen van de literatuuropgaven en registers achterin het boek zijn zelfs de moeite waard. Ironie, ergernis en wetenschappelijke onderzoeken wisselen elkaar af. Nu nog de reacties van natuurbeheerders.