Onderwijsinstellingen in Groningen en Drenthe stoppen met 'te dure' inburgeringscursussen. 'Verliesgevend en daardoor niet uitvoerbaar'

Groningse en Drentse scholen trekken de stekker uit hun inburgeringscursussen vanwege de hoge kosten, zegt Vluchtelingenwerk. De stichting maakt zich zorgen over de gevolgen voor statushouders.

Statushouders tijdens een inburgeringscursus op het Alfa College.

Statushouders tijdens een inburgeringscursus op het Alfa College. Foto: Archief DvhN

Wie in Nederland wil wonen, moet vaak een inburgeringscursus volgen. Maar voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning uit de provincie Groningen en Drenthe is dat opeens een stuk lastiger geworden nu steeds meer taalscholen sluiten, zegt Ellen Poortenga van Vluchtelingenwerk Groningen. Het gevolg is dat statushouders op steeds minder plekken terecht kunnen voor het leren van de Nederlandse taal en gebruiken.

Vergoeding te laag

Grote boosdoener is de nieuwe Wet Inburgering die op 1 januari ingaat. Gemeenten moeten daardoor zelf inburgeringscursussen inkopen, waar dat voorheen door de inburgeraar zelf moest worden gedaan. Maar het bedrag dat scholen krijgen voor de cursussen is te laag en niet kostendekkend.

Omdat statushouders volgens de nieuwe wet een hoger niveau van de Nederlandse taal moeten behalen, moeten taalscholen meer uren draaien om dit voor elkaar te krijgen. „De overheid geeft 10.000 euro per statushouder, dat bedrag is sinds 2013 niet meer veranderd. Maar de kosten, zoals salarissen, zijn in de loop der jaren wel gestegen”, zegt Poortenga.

Het Alfa-College, met vestigingen in Groningen en Drenthe, zegt inderdaad te stoppen met het aanbieden van taallessen voor nieuwkomers vanwege de te lage vergoedingen. „Wij hebben dit besluit met pijn in ons hart genomen, omdat wij van mening zijn dat inburgering past bij onze maatschappelijk opdracht als regionaal opleidingscentrum”, zegt woordvoerder Joyce Dekker. „De financiële mogelijkheden die de gemeenten roc’s kunnen bieden, blijven echter ook onder de nieuwe wet te krap om inburgering kostendekkend aan te bieden.”

Zonder onderwijs en netwerk red je het niet in Nederland

Ook kunnen scholen, in tegenstelling tot commerciële aanbieders, geen aanspraak maken op de compensatieregeling voor corona. „Hierdoor is inburgering voor ons, net als voor andere roc’s, verliesgevend en helaas op dit moment niet meer uitvoerbaar.”

Terwijl het leren van de taal juist belangrijk is voor nieuwkomers, zegt Poortenga. „Iedereen heeft het nodig om naar eigen vermogen onderwijs te krijgen om in de Nederlandse samenleving mee te komen. Zonder onderwijs en netwerk red je het gewoon niet in Nederland.”

Vluchtelingenwerk zet nu zelf meer taalcursussen op. „We vinden het onacceptabel dat statushouders nog langer moeten wachten”, zegt Poortenga. Hoe lang de cursussen nog worden gegeven, is de vraag. „Ook voor ons is het verliesgevend, maar voorlopig kunnen we dat opvangen. Of dat volgend jaar nog lukt, weten we niet. Dat hangt af van de aanbestedingseisen en -voorwaarden die gemeentes gaan stellen.”

Randstedelijke partijen

Nu gekwalificeerde onderwijsinstellingen afdruipen is het de vraag welke nieuwe aanbieders zich aanmelden. Dat is vooral voor statushouders in kleine dorpen een punt van zorg, signaleert Poortenga. Vooral als Randstedelijke partijen zich opwerpen, die weinig kaas hebben gegeten van het Groningse en Drentse platteland.

„In een stad als Amsterdam, maar ook in Groningen, kun je vijf inburgeringsgroepen in hetzelfde gebouw vestigen. Die zijn voor mensen die in die steden wonen goed bereikbaar.” Maar Poortenga weet ook van een migrantengezin uit Ezinge. „Dan heb je het over een reisafstand van een uur tot anderhalf uur met openbaar vervoer. Deze mensen willen gewoon aan de slag en onderdeel worden van de samenleving.”