Zijn kruisspinnen in de stad kleiner dan op het platteland? Professor vraagt de mensen in Drenthe en Groningen om spinnen te meten

Zijn kruisspinnen in de stad kleiner dan op het platteland? Wetenschappers roepen de hulp inwoners van Noord-Nederland in om daar achter te komen.

Kruisspin in de tuin.

Kruisspin in de tuin.

Waar de meeste mensen gewoon een kruisspin zien, hangend in haar web in een kozijn, daar ziet Martine Maan zoveel meer. Kijk maar eens goed, zegt de professor (aan de Rijksuniversiteit Groningen) die gespecialiseerd is in het gedrag van dieren. Dan valt je al snel op hoeveel variëteit er is binnen de soort.

,,Er zijn kruisspinnen die bijna wit of zwart zijn, maar er zijn ook beige en oranje kruisspinnen”, zegt Maan. Sommige kruisspinnen zijn mini en andere juist zo dik als een kruidnoot. Ook het web dat ze maken verschilt sterk, in grootte van de mazen.

Een kruisspin is daarin niet uniek, aldus de bekende boswachter Arjan Postma, die graag vergelijkingen maakt tussen het dierenrijk en de mens. ,,Ook bij mensen komt van nature een enorme verscheidenheid voort”, zegt Postma. ,,Denk maar aan alle verschillen tussen pygmeeën en Nederlandse reuzen.”

Aanpassen aan de omgeving

Bij de kruisspinnen is het de vraag of alle verschillen die we tegenkomen op onze balkons en in de tuin willekeurige genetische variaties zijn of dat ze een gevolg zijn van aanpassing aan de omgeving.

Adaptatie, heet dat laatste. Over dit thema houden Maan en Postma aanstaande woensdag een mini-college in het Forum in Groningen, onder de naam Aanpassen of Uitsterven? Het is onderdeel van CurioUs, het burgerwetenschapsproject van Forum, ScienceLinX (RUG) en Aletta Jacobs School of Public Health (Hanze Hogeschool, RUG en UMCG), waarbij de hulp van inwoners van Noord-Nederland wordt ingeschakeld bij het verzamelen van data.

Dat is ook nodig bij de kruisspin, zegt Maan. Want alhoewel er dankzij onderzoek van de Universiteit van Gent aanwijzingen zijn dat kruisspinnen in de stad er anders uitzien dan hun soortgenoten op het platteland, is er nog veel meer data nodig – ook van buiten Vlaanderen – om daar straks met zekerheid iets over te kunnen zeggen.

‘Zo’n beest moet je hebben’

De kruisspin is de perfecte soort om met hulp van het publiek te onderzoeken, zegt Maan. ,,Ze zijn voor iedereen makkelijk te herkennen, ze zijn talrijk en ze komen heel algemeen voor in de stad én op het platteland”, zegt Maan. ,,Zo’n beest moet je hebben.”

Van het onderzoek van de collega’s in Gent met wie ze samenwerkt, weet Maan dat het er op lijkt dat kruisspinnen in de stad kleiner zijn dan op het platteland. Dat zou kunnen komen doordat in de stad de beschikbare insecten minder talrijk of kleiner zijn dan daarbuiten. Maar hebben de spinnen ook vaker een andere kleur dan buiten de stad? En zo ja, hoe komt dat dan?

,,We hebben nog veel meer data nodig om hier conclusies over te kunnen trekken”, zegt Maan. Net als bij eerdere onderzoeken van CurioUs wordt de inzet van inwoners van Groningen, Drenthe en Friesland gevraagd.

Meetkaartje

Wie het leuk lijkt om in het belang van de wetenschap eens écht goed te kijken naar de kruisspinnen rond de woning, kan naar dit forum om zich daar aan te melden. Je krijgt dan instructies om een app te downloaden, waarmee je de verschillende kenmerken – kleur, grootte en grootte van het web – van de kruisspinnen rond het huis kunt doorgeven. Er wordt een meetkaartje meegestuurd, waarmee de spin op de foto moet. De foto wordt na het uploaden uitgelezen door Maan en haar collega’s.

,,Waarom ze zo verschillen, dat we weten we gewoon nog niet”, zegt Maan. ,,Is hun kleur een vorm van camouflage? Is het gevolg van wat ze eten? Het zou ook goed kunnen zijn dat stadse spinnen bleker zijn dan hun soortgenoten buiten de stad omdat ze dan beter gewapend zijn tegen de warmte. In de stad is het immers warmer dan daarbuiten. Ik hoop heel erg dat Groningers, Friezen en Drenten flink aan de slag gaan zodat we echt een goede vergelijking kunnen maken met wat de Belgen hebben gevonden.”

In het ideale geval ontdekken Maan en haar collega’s dezelfde patronen in steden als Groningen, Assen en Leeuwarden. Maan: ,,De stad is een soort semi-natuurlijk laboratorium waarin je de evolutie van een soort perfect kunt onderzoeken.”