Vechtende mannen driehoornmestkevers in het Oosterveld.

Hoop doet leven tijdens natuurlijke cyclus van mestkevers

Vechtende mannen driehoornmestkevers in het Oosterveld. Joop Verburg

Zuidwolde - Joop Verburg van de Natuurvereniging Zuidwolde, schrijft eens per maand over de natuur op de pagina Groen&Doen in de Hoogeveensche Courant. Vandaag aandacht voor mestkevers.

Hoop doet leven. Dat is de titel. Dat is in overdrachtelijke zin een waarheid als een koe, maar in letterlijke zin ook en ook daar heeft de koe mee te maken. Het gaat om de hoop die koeien en andere zoogdieren achterlaten in het veld. En om direct maar onderscheid te maken (N.B. niet onderschijt!): het gaat niet om de dunne flatsen die koeien in de moderne veeteelt meestal produceren ten gevolge van te eiwitrijk voedsel en die bovendien vaak besmet zijn met antibiotica. Antibiotica betekent zo ongeveer: tegen het leven. Wat merkwaardig dat we onze huisdieren daar al preventief mee behandelen. Hoe dan ook, het gaat om de stevige drollen die koeien in het vrije veld produceren, in natuurgebieden en bij boeren die anders en gezonder willen produceren. Dat zijn drollen die je met de handen kunt oppakken, die niet stinken en die binnen de kortste keren barsten van leven. Op die dunne vlaaien zie ik nooit paddenstoelen en heel weinig insecten. Nee, wanneer je die stevige keutels van Hooglanders bekijkt in gebieden zoals het Steenberger Oosterveld, dan kun je daar vele soorten kleine en grote paddenstoelen op vinden en velerlei insecten. Allerlei soorten mestkevers leggen hun eitjes in de poep en de larven leven daarvan. Een soort als de roodschildveldmestkever kom je daar dikwijls tegen, wanneer je zo'n drol even omdraait.

Samenwonen voor paring

Het meest in het oog vallend in deze tijd is, dat er naast verse drollen al snel een hoopje zand te zien is met in het midden een gat. Dat is het werk van de driehoornmestkever. Een grote kever waarvan de mannetjes drie stekels voor op de kop hebben. Dat ziet er indrukwekkend uit, helemaal wanneer je ziet dat de mannetjes echt aan het vechten zijn. De driehoornmestkevervrouw plant zich maar eenmaal in haar leven voort. Je moet er als man dus wel snel bij zijn. Wanneer een man een vrouw voor zich heeft gewonnen, gebeurt er iets dat zeldzaam is in de insectenwereld. Ze gaan samenwonen! Ze graven samen een gangenstelsel in de buurt van een drol of bij keutels van konijnen of schapen, tot meer dan een meter diep. Ze brengen in zijkamertjes steeds een klontje mest en brengen samen zo de winter door. In dat gangenstelsel worden na de paring in het voorjaar eitjes gelegd waaruit larven komen die meestal twee jaar nodig hebben om tot ontwikkeling te komen. Pas dan komen ze in het najaar tevoorschijn en begint de cyclus opnieuw. De mest die door de kevers en andere bodemdieren naar beneden wordt gebracht, verteert op een natuurlijke manier en wordt omgezet in rijke voedingsstoffen voor allerlei planten. Dat is een natuurlijke cyclus, die we moeten koesteren. Hoop doet leven!