Fenny en Mezack Noija: 'Je hoort niet vaak dat twee culturen het zo lang samen volhouden'

Fenny en Mezack Noija - Het bruidspaar in 1965

In de zomer van 2021 vertelt Aan de andere kant met een theatrale ontdekkingstocht het verhaal van de Moluks-Nederlandse geschiedenis in voormalig kamp Westerbork. Hier leest u alvast de verhalen van mensen die tussen 1951 en 1971 woonden in barakken van Schattenberg, zoals het kamp na de Tweede Wereldoorlog werd genoemd. Meer lezen over de theatervoorstelling of zelf een verhaal insturen? Kijk op www.adak-theater.nl. Vragen stellen kan aan Anis de Fretes, adefretes@gmail.com.

Fenny (74) en Mezack (80) Noija leerden elkaar kennen op de dansvloer. „Mijn vader was militair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger”, vertelt Mezack Nija. „Ons gezin was voor een verlofperiode op Ambon toen we hoorden dat we heel snel moesten beslissen of we wilden overgaan naar het Indonesische leger of… naar Holland.” Mezacks vader wilde met de andere KNIL-militairen op Ambon blijven, maar dat kon niet. „Ik was tien jaar toen ik in Schattenberg aankwam.”

De jonge Mezack ging vaak jagen in het bos met zijn twee honden, Tommy en Vlekkie. Later leerde hij karate op de karateschool in het kamp en in de weekenden gingen hij en zijn vrienden naar de disco in Zuidlaren, Gasselte en Hoogeveen. Daar ontmoette hij in 1963 Fenny Smit.

Stiekem

„Je mocht niet met Molukse jongens omgaan. Dat hoorde gewoon niet. Maar echte Nederlandse vrienden had ik niet, al die stijve jongens. Ik mocht graag dansen. Het was de tijd van rock-‘n-roll en de Twist”, zegt Fenny glunderend. „We moesten wel alles stiekem doen… Ik was zestien jaar en in die periode mocht je helemaal niet zomaar weg. Ik zei dat ik naar een nichtje ging.”

In 1965 trouwden de twee en gingen ze in Schattenberg wonen. Fenny vond het wel een grote overgang. „Kijk, je komt van een gewoon stenen huis in een krot te wonen. Er waren muizen, er waren ratten, er waren vlooien. Dat had ik van mijn leven nog nooit meegemaakt. Er was geen warm water, geen wasmachine.” Bij Fenny en Mezack stond er altijd een komfoor te pruttelen, zodat er tenminste warm water voorhanden was.

Nog steeds gelukkig samen

Ondanks culturele verschillen, racisme en moeilijke periodes is het paar nog steeds gelukkig samen. Fenny: „We hebben veel moeten vechten, maar niet om ons huwelijk te redden. Je hoort niet vaak dat twee culturen het zo lang samen volhouden. We hebben zes dochters, vijf schoonzonen en zes kleinkinderen. Wat wil je nog meer? We zijn harstikke trots op wat we hebben.”