Albi Popken uit Koekange en Erna Bijsterbosch uit IJhorst gaan op de step op weg naar Santiago de Compostella

Op de step van Haarlem naar Santiago de Compostella, in het noorden van Spanje. Een afstand van 2500 kilometer via de officiële route, het is een uitdaging die voor zover bekend nog niemand is aangegaan.

Daar gaan de dames over het fietspad in Koekange: voorop Erna Bijsterbosch, gevolgd door Albi Popken en daarachter op de eBike Aukje Kuyer, die haar medereizigers straks 2500 kilometer bij probeert te houden.

Daar gaan de dames over het fietspad in Koekange: voorop Erna Bijsterbosch, gevolgd door Albi Popken en daarachter op de eBike Aukje Kuyer, die haar medereizigers straks 2500 kilometer bij probeert te houden. Foto: Artizzl Media / Peter Nefkens

Voor de zussen Albi Popken uit Koekange en Erna Bijsterbosch uit IJhorst wordt het een groot avontuur als ‘steppelgrims’. Hun vriendin Aukje Kuyer uit IJhorst volgt de hele route op de fiets om de bagage voor haar rekening te nemen.

Albi Popken is niet alleen oprichter van de stichting Surizorg, waar de drie 25.000 euro voor willen verdienen, maar ook de aanstichter van dit grote avontuur. Ze is net met pensioen en haar man Bert deed de suggestie dat Albi iets moest doen om los te komen van het werk. „Ik ben er toen met Erna over gaan fantaseren, we wilden iets zinvols doen. Maar er was corona en in Suriname liep het ook niet allemaal lekker. Al kletsende kwamen we op de step.”

Dat niet echt gangbare vervoermiddel kwam bij toeval op hun pad. „We vonden het best leuk om te doen, deden het wel eens voor onze plezier, en hadden een idee om te gaan steppen in Zuid-Amerika of alleen in Suriname. Door corona kan dat gewoon niet”, vertelt Erna. „Steppen geeft ons een gevoel van vrijheid. Je stapt er op en weg ben je.” Albi glimlacht: „Naar Santiago de Compostella gaan mensen op de fiets of wandelen, wij wilden dat toch even anders aanpakken.” Volgens Erna past het goed bij Surizorg om met minimale middelen een maximale uitdaging aan te gaan.

Een uitdaging op zich

Dat worden dus tentjes, slaapmatjes, één brandertje en een minimale bagage; het grootste deel mag Aukje vervoeren. „Ik fiets op een e-bike, maar met al dat gewicht dat ik meesleep, is ook dat een uitdaging op zich. Op een gewone fiets met dat gewicht kan ik de steppers nauwelijks bijhouden. Ze gaan toch 16 tot 20 kilometer per uur.”

Ze steppen de westelijke Sint Jacobsroute, vertrekken op 2 mei en denken er acht tot tien weken over te doen met zo’n 60 kilometer per dag. Er werd de afgelopen weken onder andere gestept van Beilen naar IJhorst, waarbij de VAM-berg werd bedwongen, maar ook rond de Lemelerberg. „Die rit vanaf Beilen was bar en boos met wind, hagel en sneeuw. Bij de Lemelerberg hebben we voor het eerst met bepakking gestept”, zegt Albi. Ook de beide steps zijn voorzien van bagage.

In een bepaalde cadans

De verwachting is dat de eerste paar weken zwaar worden, maar dat daarna de schwung er echt inkomt. „Onze zoon Robbert fietste van Caïro naar Kaapstad en heeft ons van advies voorzien. Je schijnt na verloop van tijd in een bepaalde cadans te komen. We maken ons er niet druk om, want dat heeft geen zin”, benadrukt Albi. Wat ze wél bezighield, was de techniek van het steppen. „We hebben geleerd dat we de knieën goed omhoog moeten doen en dat we bij een stijgende weg juist mooie rondjes moeten draaien met de benen, in plaats van korte felle stappen”, legt Erna uit. „We wisselen rechts en links af: vier keer links, dan vier keer rechts.

Het hangt van de step-omstandigheden af. Soms heb je wind mee of doe je een afdaling, dan kan het met een step hard gaan. Staan ze wel op dat smalle plankje. „Maar het geeft wel een lekker gevoel hoor, zeker als je net een lange klim hebt gehad”, verzucht Erna. En klimmen moeten ze, waarbij met nadruk de Pyreneeën en de bergen in Baskenland schrik aanjagen. Ze bereiden zich zo goed als mogelijk voor, hebben hun te steppen afstanden steeds uitgebreid en zijn de tijd van hijgen na 5 kilometer al lang en breed voorbij. „Als je ziet met hoeveel gemak je conditie opbouwt, je stept nu zo even naar Giethoorn”, bezweren Erna en Albi. Ze houden de uitspraak van Pipi Langkous voor: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, maar denk dat ik het wel kan’.”

‘Mensen verklaren ons voor gek’

Reacties zijn er natuurlijk ook. Van familie en vrienden, maar ook van medeweggebruikers die twee steppende dames voorbij zien flitsen. Albi moet er om lachen: „Mensen verklaren ons voor gek.” Als fietser merkt Aukje op dat mensen er om glimlachen. „En er waren kinderen die riepen dat het maar rare fietsen waren. Mensen verwachten bovendien dat het elektrische steps zijn, maar het zijn toch echt de benen die het moeten doen. Vaak hebben ze nog nooit zo’n step gezien.”

Met de start op zondag 2 mei was alleen de coronasituatie van Frankrijk nog een mogelijk obstakel. Ze hebben er alle vertrouwen in, wijzen ook op hun eigen bubbel waarin ze zitten, dat ze allemaal gevaccineerd zijn en dat ze alle benodigde documenten en (PCR-)testen geregeld hebben. „Ja, we zijn er wel aardig klaar voor”, is hun eensluidende oordeel.