Wouter Bouwhuis nam vorig jaar afscheid als koster van de Hoofdstraatkerk: ‘Van geven word je mentaal rijk’

Zestien jaar was Wouter Bouwhuis (66) uit Hoogeveen als koster de gastheer van de Hoofdstraatkerk. Op 31 mei 2021 was zijn laatste werkdag, waarna hij in november een officieel afscheidsfeest kreeg aangeboden. Dit betekende geen definitief afscheid, want Bouwhuis is nog lid van de beroepingscommissie, de liturgiecommissie, hij helpt bij begrafenissen en kookt maandelijks voor een groep ouderen.

Wouter Bouwhuis nam vorig jaar afscheid als koster van de Hoofdstraatkerk, maar hij blijft actief voor de kerk in diverse functies.

Wouter Bouwhuis nam vorig jaar afscheid als koster van de Hoofdstraatkerk, maar hij blijft actief voor de kerk in diverse functies. Foto: André Weima

In zijn woning staat een schilderij tegen de muur dat hij van de gereformeerde gemeente heeft gekregen bij zijn kerkelijk afscheid tijdens zijn laatste werkdag. Het werk toont een man met een kruik, die de Hoofdstraatkerk nadert. „De man met de kruik treft voorbereidingen voor activiteiten in de kerk”, verklaart Bouwhuis. „Het schilderij geeft weer dat je als koster de bewaarder bent van de kerk.” In november volgde een afscheidsfeest, dat door 120 mensen bezocht werd. „Het was een prachtig afscheid. Het ontroerde mij dat ik bij sommige mensen veel heb los gemaakt. Dan merk je pas dat zaken die voor mij een automatisme zijn, door andere mensen als heel bijzonder worden ervaren. Ik vond het erg mooi dat die ervaringen benoemd werden. We zijn overladen met cadeaus, eigenlijk veel te gek. We hadden trouwens geluk dat het afscheid toen nog plaats kon vinden, want kort daarna ging het land in een lockdown.” Zijn oorspronkelijke baan was bakker, maar in 2005 maakte hij een carrièreswitch. „Ik werd koster van de Zuiderkerk”, blikt hij terug. „Na een jaar kon ik koster Smit opvolgen en werd ik koster van de Hoofdstraatkerk. Ik had eerder jeugdwerk gedaan en ik ben ouderling geweest, maar dat was niet mijn ding. Als koster voelde ik mij volledig op mijn plek. Ik mag graag onder de mensen zijn en als koster ben je gastheer in de kerk. De gastvrijheid moet groot zijn, je moet sociaal zijn, behulpzaam en je moet zorgen voor netheid in het gebouw. Ik ben een mensenmens, als ik iets voor een ander kan betekenen, help ik. Attent zijn is belangrijk, zoals een hand op de schouder. Sommige mensen leggen hun hele ziel en zaligheid bloot. Een dominee vertelde eens dat een koster meer hoort dan hijzelf.” Bouwhuis was zeven dagen in de week in de weer om alle activiteiten goed te laten verlopen. „Van september tot mei worden er kerkelijke vergaderingen gehouden, maar ook buitenkerkelijke groepen houden bijeenkomsten in het Herman Bavinckhuis, zoals Groei en Bloei, Vereniging van Huiseigenaren, EHBO-groepen en er worden veel cursussen gegeven. In totaal hebben we 56 diverse groeperingen begeleid. In de kerk worden concerten gegeven. Je kunt rustig stellen dat het een bedrijfje is. Als het pauze is moet je pieken, want het kwam voor dat een paar honderd mensen dan koffie wilden. Ook bij begrafenissen was ik gastheer. Ik ken veel mensen en ik kon de mensen opvangen en geruststellen. Het werk van een koster is zeer uitgebreid, ik was de hele week in touw, maar ik klaag niet, hoor. Ik kijk met veel plezier terug op die tijd.” Bouwhuis was in militaire dienst werkzaam als kok. Hij kwam later op het idee om maandelijks voor oudere gemeenteleden te koken. „Dat is een groot succes. Er zitten dan zo’n zeventig mensen aan tafel die lief en leed met elkaar delen. Dat is ook kerk zijn. Het was eerst de bedoeling dit tijdelijk te doen, maar we zijn er mee door gegaan en dat gebeurt nog steeds maandelijks. Door corona ligt het nu stil.”

Hoogtepunt

Nieuws

menu