Links Jan Knegt met naast zich Wander Jager, op de Grebbeberg.

Wij herdenken...... Jan Knegt, gesneuveld bij de Grebbeberg

Links Jan Knegt met naast zich Wander Jager, op de Grebbeberg.

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: Jan Knegt, gesneuveld bij de Grebbeberg.

Herdenken wordt voor het tweede jaar gehinderd door de corona, juist nu door kroonjaren en door dat er om ons heen gebeurt de herinneringen aan de oorlog doorlopend worden opgehaald. Zelf ben ik al meer dan 40 jaar met de oorlog bezig en iedere keer komen er weer nieuwe dingen. Ook informatie waardoor je oudere publicaties moet herzien of bijsturen. Veel manschappen uit Hoogeveen en omstreken lagen op of rond de Grebbeberg. Eén daarvan was Jan Knegt. Op 2 mei jl. stond ik weer bij zijn graf. Of ik wil of niet, de oorlog zit inmiddels zo diep, dat de informatie allemaal weer boven komt, of degenen die dan bij mij zijn het leuk vinden of niet.

Levensloop Jan Knegt

Jan Knegt werd 19 september 1914 geboren als zoon van landarbeider Derk Knegt en Aaltje Blokzijl. Jan groeide op aan de 4-de Krakeelse Wijk. De woning bestaat niet meer. In de huidige situatie moeten we de plaats van het pand aan de Meerboomweg zoeken, bij het viaduct. Jan vervulde zijn burgerplicht in militaire dienst en trouwde in 1938 met Sijkje Slomp. Hij was los-arbeider. In de korte periode dat hij getrouwd was, was hij veel aan het werk als bosarbeider, onder meer in het Luitenantsbosje. Zijn laatste baantje, voor de mobilisatie, was houtmeter bij het kappen van het boscomplex Krengboong te Tiendeveen. Tijdens zijn huwelijk woonde Jan Knegt aan de Coevorderstraatweg, in het pand no. 29, even ten westen van het Zwarte Dijkje, bij Noordscheschut.

Jan was bij de verdedigers van de Grebbeberg

Jan Knegt was soldaat bij de 4-de Sectie van de Mitrailleur Compagnie van het 2-de Bataljon van het 19-de Regiment Infanterie. Een sectie telde drie zware mitrailleurs. Bij iedere mitrailleur hoorden tien soldaten, een korporaal en een sergeant. Daarboven stond weer de sectiecommandant, die de hele sectie van drie mitrailleurs en zo’n 36 man aan troepen leidde. Jan was bij de verdedigers van de Grebbeberg. Het trauma dat veel van de jongens en jongemannen uit onze gemeente daar toen op deden, zijn ze nooit weer kwijtgeraakt. Ik sprak in de jaren ’80-’90 enkele malen met Wander Jager, een kameraad van Jan Knegt, die bij hem op de Grebbeberg was.

In gevecht met de Duitse troepen

De 13de mei om 03.00 uur ‘s nachts begon de Duitse artillerie het gebied te bestoken. Rhenen brandde en werd gedeeltelijk in puin geschoten. Een deel van de linie, bij het viaduct, raakte al snel in gevecht met de Duitse troepen en zou dat de hele dag blijven. In de loop van de nacht en de morgen trachtten groepjes of individueel terugtrekkende Nederlandse soldaten de Grebbeberg te ontvluchten en door een snelle ren over de spoorlijn achter de linie te komen. Ze hadden dapper gevochten. Ze hadden de vijandelijke overmacht veel langer weten te trotseren dan de Duitsers zelf van tevoren verwacht hadden. Er was echter geen houden meer aan. Door terug te trekken konden ze elders weer van nut zijn. Sommigen sloten zich bij de verdedigers van de laatste stoplijn aan, anderen vluchtten verder, onder druk van het hevige granaatvuur waar ze bij hen in belandden. De granaten schoten over het algemeen ver over de linie heen. Het gedeelte waar Jan lag werd niet door de Duitsers aangevallen, zodat Jan ook in dit stadium van de strijd amper gevochten heeft. Wel werd er over en weer zo af en toe geschoten, vanuit dit deel van de linie.


Die maandag de 13de mei trachtten de Nederlandse troepen vanuit het noorden de gevallen Grebbeberg te heroveren. De aanval werd uit elkaar geslagen toen de Duitsers duikbommenwerpers inzetten: Junker Ju-87 Stuka’s. Ook de linie langs de spoorlijn werd aangevallen, zo rond 13.30 uur. Een deel van de troepen, bij kilometerpaal 25, vluchtte weg toen er paniek uitbrak.

‘De moed zonk ons in de schoenen’

Jan Vosmer zat ook bij de Mitrailleur Compagnie van het II-19-RI. Hij zat bij de 3e sectie en Jan Knegt bij de 4e sectie. Hij verklaarde over de vier secties en de oorlogsdagen: “De moed zonk ons in de schoenen toen we hoorden dat we naar de loopgraven moesten aan de voet van de Grebbeberg. De loopgraven waren nog geen 50 meter van het kerkhof verwijderd. Ons schootsveld was slecht, daar tussen de spoorlijn en de Grebbeberg alles bebost was. We zochten een hoog punt uit in de buurt van de Achterbergsestraatweg. We hadden alles in stelling gebracht en er werden uitkijkposten ingericht. Als de Duitsers zouden komen zouden we ons mannetje wel staan met onze watergekoelde mitrailleurs. We hebben er denk ik 4 dagen gezeten zonder dat er een schot gelost is. Ik stond als korporaal op wacht toen er plotseling een salvo klonk vanuit een onbekende richting. De kogels floten om mijn oren, gingen rakelings langs mijn schouder en sloegen achter me in, in de loopgraaf.

Daarna was het stil... Onze sergeant Veldman riep in paniek: „Ga kijken of de 4e sectie er nog zit!”. We hebben polshoogte genomen en zagen dat het 4e niet meer ter plekke was. Sergeant Veldman besloot toen zelf maar eens te gaan kijken en richting de Grebbeberg te gaan. Ook hij kon niemand vinden en keerde weer terug. Korte tijd daarna hoorden we dat Adjudant Van Krimpen was gesneuveld op enkele meters afstand van waar wij hadden gezeten. Ook mijn dienstmaatje Jan Knegt was dodelijk getroffen.

Uit het dagboek van korporaal Kampman

Korporaal Kampman noteerde in zijn dagboek: “Ik ben nauwelijks in een ondergrondse schuilplaats, als er een aanval op onze stelling wordt gedaan door vliegtuigen, die een dozijn bommen laten vallen. De groepsschuilplaats wordt bij iedere bominslag door elkaar geschud, het zand valt tussen de kieren van de plankenzoldering door, die het gelukkig niet begeeft. Later blijkt dat de bommen op enkele meters afstand achter de stellingen zijn gevallen. We hebben dus geweldig geluk gehad. Na deze aanval, die de leiding blijkbaar de doorslag heeft gegeven, komt de order dat we op eigen gelegenheid terug moeten trekken. (….) Wanneer de laatsten de stelling verlaten, explodeert vlak bij de uitgang een granaat en verbrijzelt het hoofd van soldaat Knegt.”

Jan Knegtweg te Hollandscheveld

Jans lichaam werd overgebracht naar een rustplaats in rij 6, graf no. 16. Op het ereveld op de Grebbeberg. Jans vrouw bleef achter met een zoontje van negen maanden. Jans ouders bleven zitten met een moeilijke vraag. Een vraag waar Wander Jager uiteindelijk mee geconfronteerd werd, tijdens de bezoekjes die hij bleef brengen aan de ouders van zijn jeugdvriend. Vader Knegt vroeg op een gegeven moment: ‘Wauromme bin ie wel weer ekomen en oonze Jan niet?’ Wander was er kapot van. Het bleef zijn hele leven aan hem knagen... Aan Jan herinnert de Jan Knegtweg te Hollandscheveld.