Van Hoogeveen naar Harwich: Gabriëla van der Wilt (24) is tweede stuurman op de ferry naar Engeland

Gabriëla voor het schip. Foto: Eigen foto

Als 24-jarige mede verantwoordelijk zijn over de navigatie en veiligheidsprocedures op de ferry van Hoek van Holland naar het Engelse Harwich is niet niks. Gabriëla van der Wilt, geboren en getogen in Hoogeveen, werkt al twee jaar als tweede stuurman op het schip waar 1200 passagiers op kunnen. Een verhaal over hoe een jonge vrouw in de zeevaart terecht kwam.

Het is de zomer van 2013. De 15-jarige Gabriëla van der Wilt uit Hoogeveen brengt de vakantie gewoontetrouw zeilend op de Waddenzee door. Terwijl de boot over de golven langs Terschelling vaart, wordt haar blik getrokken door de zeevaartschool op het eiland. Het stoere, vierkante gebouw met de toren oefent als altijd een grote aantrekkingskracht op haar uit. Wat op zich niet verwonderlijk is, aangezien Gabriëla al van jongs af aan een fascinatie heeft voor reizen en techniek. Op jonge leeftijd wil ze stewardess worden, maar onderhuids lonkt de zee. De zee die ze zo goed heeft leren kennen tijdens de vele vakanties met haar vader en moeder. Ze grinnikt: ze heeft het haar decaan op de havo tijdens een adviesgesprek over een vervolgopleiding nog knap lastig gemaakt met haar voorkeuren. Waar veel meiden uit de klas verder wilden in zorg of onderwijs, moest hij voor Gabriëla flink de boeken in om een passend studieadvies te geven. En misschien was dat hele gesprek wel verspilde moeite, denkt ze, terwijl haar blik nogmaals naar het markante gebouw van de zeevaartschool wordt getrokken.

We spoelen vooruit naar februari 2022: De 24-jarige Van der Wilt is tweede stuurman op de ferry naar Engeland. Niet zomaar een bootje, maar een gevaarte van 240 meter lang waarop ze 5 kilometer aan auto’s/vrachtwagens mee kan nemen en 1200 passagiers. Elke dag varen er twee ferry’s tussen Hoek van Holland en Harwich de Noordzee over, zodat er 4 overtochten zijn per 24 uur, een reis van zeven uur.

Verantwoordelijk voor de navigatie

Van der Wilt is vaak op de brug te vinden, waar ze verantwoordelijk is voor de navigatie. „Het is mijn taak om de route in de gaten te houden”, vertelt ze. „Via de radar kan ik zien wanneer we eventueel moeten uitwijken voor andere schepen.” Ook tijdens het aan- en afmeren heeft ze een belangrijke taak. „Tijdens het vertrek en de aankomst sta ik op de uitkijk op het achterschip, zogenoemde mooring station, om te controleren of we niks raken, hierbij geef ik de afstanden door aan de kapitein op de brug. We moeten op 5 cm nauwkeurig aanmeren zodat de mensen aan wal de gangway en laadkleppen kunnen aan- of afkoppelen. We hebben veel Filipijnse bemanningsleden, vooral matrozen en die moet ik ook deels aansturen. De belangrijkste taak die ik heb is dat ik ervoor moet zorgen dat we veilig en op tijd aankomen op onze bestemming. „Te laat komen met de ferry is namelijk geen optie. De dienstregeling van de veerdienst naar Engeland is, net zoals de treinen van de NS, ingepland op de minuut. “Wanneer we zien dat we misschien te laat komen, geven we gewoon nog wat meer gas”, lacht Van der Wilt.

De tweede stuurman heeft overigens nog een belangrijke taak aan boord: de veiligheid op het schip, waaronder bijvoorbeeld de reddingsboten en de zogenoemde brandteams vallen. Deze teams bestaan uit een paar mensen aan boord die getraind zijn om daadkrachtig te handelen in geval van brand. „Ik zorg ervoor dat alle brandblussers werken en dat alle persluchtsets compleet en vol zijn.”

Het werd voor Gabriëla na de Groene Driehoek in Hoogeveen dus de zeevaartschool, officieel het Maritiem Instituut Willem Barentsz geheten. Hier volgde ze gedurende vier jaar de opleiding tot maritiem officier. Tijdens de opleiding woonde ze op een internaat en moest ze elke dag in uniform bij de lessen verschijnen. „We werden daar best gedisciplineerd opgeleid. Er werd gedaan alsof je op een schip leefde, terwijl we eigenlijk gewoon aan wal waren. Denk hierbij aan samen eten in de eetzaal, strikt op vaste tijden en op woensdag de blauwe hap. Op deze manier werd je goed voorbereid op het zeemansleven.”

Vriend in de zeevaart

Haar omgeving heeft altijd positief gereageerd op haar keuze voor de scheepvaart. „Mijn ouders hebben mij altijd gesteund. Ik ben op mijn zestiende al uit huis gegaan om naar de zeevaartschool te gaan en daar had mijn moeder in het begin wel moeite mee omdat ineens het huis leeg was”. Op de school in West-Terschelling leerde Gabriëla haar huidige vriend kennen. Hun gedeelde achtergrond maakt het huidige zeemansleven eenvoudiger. „Mijn vriend werkt zelf als officier bij de marine, dus we begrijpen elkaar. Ik woon nu samen met hem in Sneek. Daar zijn we gaan wonen omdat hij uit Friesland komt en omdat hij zo snel vanuit huis via de Afsluitdijk in Den Helder is.”

Doordat Gabriëla en haar vriend elkaar al jaren kennen en bijna letterlijk en figuurlijk in hetzelfde schuitje zitten, werkt hun relatie goed. „We begrijpen elkaar. Ik heb er zelf voor gekozen om bij een bedrijf te gaan werken waar ik week op, week af werk zodat ik om de week kan uitrusten en familie kan zien. Mijn vriend werkt wel langere tijd achtereen bij de marine. Daardoor zien we elkaar soms weken niet. Maar als we elkaar dan weer zien, dan is dat natuurlijk extra genieten.”

Waar Gabriëla na haar opleiding koos om te gaan varen, zochten sommige van haar studiegenoten een toekomst in een heel andere richting. „Veel van hen werken nu als proces operators in data centers of als manager bij een bedrijf. Je leert op de opleiding leidinggeven naast alle technische aspecten, deze kennis hoef je niet alleen in de zeevaart toe te passen.” Dat kan heel handig zijn voor een Drent, die nu eenmaal ver van de zee woont. „In Drenthe kennen wij geen grote havens zoals in Hoek van Holland of Rotterdam. Maar dat is geen probleem. Als je gaat varen werk je meestal 4 maanden op, 3 maanden af. Je vertrekt vanuit thuis naar Schiphol en stapt bijvoorbeeld op in Rio de Janeiro. Het kan maar zo zijn dat je na 4 maanden vanuit Kaapstad weer terug vliegt naar Nederland. Je hoeft dus niet vlakbij een grote haven te wonen om in de zeevaart te werken, je stapt toch bijna nooit op en af in je thuishaven. ”

Zeevaart, een mannenwereld?

Hoeveel steun Van der Wilt in haar omgeving ook kreeg voor haar keuze om de zeevaart in te gaan, het was wel een stap in een mannenbolwerk. Dat merkte ze al op de zeevaartschool en tijdens de stages die ze destijds liep. „Maar de zeevaartwereld is wel aan het veranderen. Ongeveer tien procent van de studenten in mijn tijd op de zeevaartschool was al vrouw. Tijdens mijn eerste stage werkte ik op een cruiseschip; daar werken sowieso veel vrouwen in de schoonmaak en horeca maar ook op de brug, dus daar merkte ik niet echt iets van de ‘mannenwereld’”, vertelt ze. „Bij mijn tweede stage merkte ik wel dat de zeevaart soms echt een mannenwereld kan zijn. Ik werkte op een LNG-tanker van Shell en daar was ik een tijdje de enige vrouw. Terwijl Shell in mijn beleving overigens echt een pro-vrouwenbedrijf is. Andere meiden in mijn vak hebben soms wel lastige collega’s gehad waardoor het varen als enige vrouw een uitdaging kan zijn, maar ik heb dat gelukkig nog nooit meegemaakt. Zolang je leuke collega’s hebt waarbij de sfeer goed en gezellig is, merk je er weinig van.”

Het eerste schip waar Van der Wilt na het afronden van haar opleiding op werkte, was een kustvaarder bij Noorwegen. „Ik was tweede stuurman op een schip van tachtig meter lang. Op dit schip vervoerden we offshore onderdelen, deze onderdelen haalden we op in Noorwegen. In het ruim konden we bijvoorbeeld boegschroeven, motoren en onderwater constructies kwijt”, vertelt ze. Van der Wilt werkte met zeven andere mannelijke bemanningsleden op dit schip. Het was een pittige, maar goede leerschool. „Ik moest meteen alles alleen doen, waardoor ik heel veel ervaring opdeed in hele korte tijd”, herinnert ze zich. Maar ze leerde ook dat ze beter gedijt op een groter schip met meer collega’s. „Ik heb voor mezelf wel de keuze gemaakt om nu op een groter schip te werken, omdat je daar meer aanspraak hebt dan op een schip met maar zeven andere bemanningsleden. Ik ben echt een gezelligheidsdier.”

En zo vaart ze nu al twee jaar op de ferry. Ook aan de veerdienst ging de wereldwijde coronapandemie de afgelopen twee jaar niet voorbij, vertelt ze. „We merkten er wat van door het dragen van mondkapjes en het vele desinfecteren. Ook merkten we dat er toch minder personenauto’s van reizigers tussen beide landen met ons mee gingen. Dit vanwege de reisrestricties.”, vertelt ze. Opmerkelijk genoeg lijkt de Brexit, de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, juist een omgekeerd effect te hebben. „Veel mensen denken dat we daar last van hebben, maar sinds de Brexit hebben wij juist meer werk en veel vracht”, vertelt Van der Wilt.

Ambitie tot eerste stuurman

Van der Wilt wil graag verder groeien in haar vak. „Ik wil eerste stuurman worden. Dan krijg ik meer verantwoordelijkheid en krijg ik meer zeggenschap over de matrozen. Ook komt er dan wat verpleging in mijn takenpakket. Als er iemand aan boord gewond raakt, dan moet ik die persoon verplegen, zoals wonden schoonmaken of verband aanleggen. Ik ben al in bezit van een vaarbevoegdheid als eerste stuurman maar dat zegt niet alles. Ik vind het zelf heel belangrijk om eerst genoeg ervaring op te doen voordat je begint aan zo’n verantwoordelijke baan.”

De voormalig Hoogeveense hoopt dat ze met haar verhaal jonge meiden aanzet tot een studie in de techniek. „Ook al vond ik wiskunde leuk, ik was er zeker niet de beste in”, vertelt ze. „Maar wanneer je verder gaat studeren, dan krijg je begeleiding en begin je weer op nul. Op de zeevaartschool heb ik wiskunde en natuurkunde weer helemaal vanaf het begin uitgelegd gekregen en toen begreep ik het. Ik denk sowieso dat als je iets doet dat je leuk vindt, je er meer aandacht voor hebt.”

En voor landrotten die bang zijn dat ze na de zeevaartschool gebonden zijn aan een zeemansleven heeft ze goed nieuws: er kan ook worden gesolliciteerd voor andere banen waarin de kwaliteiten leidinggeven en techniek belangrijk zijn. „Je zit niet per se vast aan werken op een schip na deze opleiding; het is een goede basisopleiding met een goed startsalaris. Helaas is een baan in de scheepvaart niet zo bekend in Drenthe, maar er zijn genoeg vacatures - daardoor is een baankans wel reëel. Veel meiden denken dat ze een technische studie niet aankunnen, maar je kunt meer dan je denkt”, weet Van der Wilt uit eigen ervaring.

Als maritieme jongerenambassadeur (Maritime by Holland) van dit jaar is dit een van haar grootse doelen. Meiden die denken dat techniek niks voor hun is overtuigen om toch te kiezen voor een technische opleiding. „Er is zoveel keus en na je studie zijn er zoveel mogelijkheden. Als je twijfelt wat je na je studie wilt doen is een technische studie ideaal. Daarna kan alles nog !”

Nieuws

menu