Tour du Gambia levert ambulances en medische apparatuur af in Gambia, slechts 3 pechgevallen op 7000 km

Tour du Gambia levert ambulances en medische apparatuur af in Gambia. Een heel avontuur.

Tour du Gambia levert ambulances en medische apparatuur af in Gambia. Een heel avontuur. Foto: Tour du Gambia

Drie ambulances, zes mannen, 7000 kilometer, volop medische apparatuur en tientallen pakken stroopwafels. Ze spelen allemaal een rol in het avontuurlijke verhaal van Tour du Gambia. Hoogevener Marco Schonewille, een van de zes mannen, vertelt over de bijzondere reis van Hoogeveen naar Serekunda. Sinds een paar dagen is het gezelschap weer thuis.

Met al meerdere reizen naar Afrika op zijn conto is bij Marco Schonewille van een cultuurshock geen sprake meer. „De talen, de wijze van praten – met veel geschreeuw en gebaren- , de geuren en de kleurrijkheid. Dat is overweldigend. Ik kom er al 10 jaar, ik ben nu niet meer van de kaart. Maar Afrika blijft je raken, zeker de leefomstandigheden van mensen in veel landen. Het is belangrijk de dingen in perspectief plaatsen. Een huis zonder deur is daar heel anders als in ons noordelijke klimaat.”

De groep mannen, bestaande uit Ab Peters, Bert Mulderij, Klaas Schaper, Maurice Veld, Martin Jutstra en Marco Schonewille, vertrok begin november met drie ambulances vol medische apparatuur. Per ambulance een tweetal, om de beurt achter het stuur. Lange dagen, soms ook zware dagen om via België, Frankrijk en Spanje de overtocht te maken naar Marokko.

Douane

Aangekomen op het Afrikaanse continent begonnen de uitdagingen echt. De eerste grote hobbel: de douane in Tanger. „Eigenlijk onze eigen schuld. We hadden niet de goede papieren. Het duurde een dag om dat op te lossen. Ze waren heel behulpzaam hoor. Nadat we bij de directeur de papieren hadden opgehaald kreeg hij twee pakken stroopwafels. Die hadden we er speciaal voor meegenomen. Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn.”

Respect voor ambulances

Het feit dat de mannen in ambulances reden en allemaal dezelfde rode T-shirts droegen met het logo van Tour du Gambia dwong respect af. „Nergens hadden we veel oponthoud. We kwamen veel politieposten tegen onderweg, vaak wuifden de agenten daar al van een afstand ‘rijd maar door’. In Senegal mochten we zelfs zonder te betalen de tolweg op. Omdat we iets ‘goeds doen’.”

In Mauritanië, Senegal en Gambia had de groep gezorgd voor gidsen. „Dat maakt het makkelijker, die spreken de taal en kennen de cultuur. We hebben ons onderweg nergens bedreigd of onveilig gevoeld.” De overnachtingen waren vooraf geregeld, in hotels. „Goede nachtrust is belangrijk. Het zijn lange reisdagen, we waren al snel 12 uur per dag onderweg. Dat is intensief, je moet ook scherp opletten. We hadden een goed navigatiesysteem op de telefoon, dat hielp en de wegen waren over het algemeen prima. Alleen in Mauritanië reden we op slechte wegen met gevaarlijke zijkanten of zandpaden met gaten. Goed opletten dus. Soms met een wiel van de grond. Wat wij dachten dat een klein stukje was, bleek 50 kilometer. Daar doe je uren over. Mauritanië is niet alleen heel erg arm, maar ook heel erg leeg en kaal. Soms zagen we urenlang alleen maar zand en struikjes. Dan dacht ik wel eens, waar ben ik aan begonnen. Woont hier überhaupt wel iemand?”

Sterrenhemel

Een nacht sliepen de mannen in een bedoeïenentent bij de gids. Midden in de woestijn, geen douche, geen stromend water. „Niet dat het zo stil was, we hoorden het verkeer op een afstand wel. Het was er juist heel donker. Ik had nog nooit zoveel sterren gezien. We hebben de tuinstoelen uit de ambulances gehaald en naar boven gekeken. Dat hadden we beter de hele nacht kunnen doen, want veel geslapen hebben we niet. We lagen op luchtbedden en matrasjes uit de ambulance. Wat een gesnurkt met zijn zessen in een tent! Ik heb geen oog dicht gedaan.” Schonewille lacht: „Het was een van de hoogtepunten van de reis. Hilarisch”

Pech onderweg

Een reis van 7000 kilometer kan bijna niet verlopen zonder pech onderweg. Met hulp van autobedrijf Wensink (de ambulances zijn alle drie Mercedessen) en autobedrijf Toyota Ruyne (van eigenaar Martin Jutstra die mee was), was weliswaar gezorgd voor flink wat reserveonderdelen. Daarmee waren de problemen nog niet verholpen. Drie keer kreeg het reisgezelschap pech. Een defecte turbopomp in Spanje kon niet vervangen worden maar Martin Jutstra slaagde erin het probleem tijdelijk op te lossen. Een lekke band (of eerder een compleet aan flarden gereden band) vervangen was lastig toen een krik het begaf. Maar met hulp van een toerist uit Griekenland en een motorrijder uit Amsterdam werd ook dat verholpen.

Spannender was een kapotte multiriem, in Senegal. Op vrijdagmiddag, vlak voordat men naar de moskee gaat om te bidden. Een monteur, bewapend met enkele schroevendraaiers en steeksleutels begon aan de klus. Niet veel later was er tien man bezig al schreeuwend en met veel gebaren. „Een passende riem? Die was er niet, maar de Senegalese monteur heeft ‘m er op gekregen. Geen idee hoe, maar die monteurs in Afrika doen wonderen met een kurk, tiewrap en een panty. Letterlijk soms! De monteur vroeg heel stoutmoedig 50 euro voor zijn werk. Hij was als de koning te rijk. En wij konden weer door.”

De ambulances kwamen verder heelhuids in Gambia aan. Ze werden met de nodige ceremonieel, dankbaarheid en zelfs met een tv-ploeg ontvangen.

Twee ambulances gingen naar Riders for Health. Daar worden deze gebruikt voor inzet in heel Gambia. De kilometers kunnen worden gedeclareerd bij de Gambiaase overheid. Bijzonder is dat deze organisatie een eigen werkplaats heeft en wordt gerund door een vrouw. „Niet al te groot, vriendelijk en een jaar of 60. Haat strakke hand was overal terug te zien. Alles was zo schoon, op het kantoor kregen we koffie in een kopje en Gambiaase snacks die lijken op onze frituur. Ook in de onderhoudsploeg zitten dames. Met een heel goed gevoel hebben we de ambulances daar achter gelaten. Wetende dat ook die met zorg onderhouden worden.”

De andere ambulance werd geschonken aan Kanifing General Hospital inclusief alle medische apparatuur waaronder couveuses, zuurstofmachines, weegschalen en AED’s. Er werd ook uitgelegd hoe deze werken. Zelfs de Gambiaanse televisie was er zelfs bij. Niet alle medische apparatuur kon mee in de ambulances. „We gaan nu bekijken wat er nog nodig is en er komen nog altijd giften binnen. We gaan de balans opmaken en dan verschepen we de laatste spullen met een zeecontainer.

En de stroopwafels? Waren die gesmolten? Schonewille lacht om de vraag: „Nee hoor. ‘s Nachts koelt het goed af en we hadden airco in de auto. Op het laatst waren er nog maar een paar pakjes over. Die hebben we uiteraard in Gambia achter gelaten, net zoals bijna alle andere spullen zoals de tuinstoelen en de kleding die we mee hadden.”