Hossein, Pourya, Kebriya en Ehteram Saghipour Afshar.

Toekomst in Nederland uiterst onzeker voor Iraanse familie Afshar: 'Zonder hoop is alles verloren'

Hossein, Pourya, Kebriya en Ehteram Saghipour Afshar. Foto: Nicole Donkervoort

Donkere wolken hebben zich samengepakt boven de hoofden van Hossein Afshar, zijn vrouw Ehteram Saghipour en hun kinderen Kebriya en Pourya. Zo’n twee maanden geleden kregen de politieke vluchtelingen uit Iran, die sinds drie jaar in azc Hoogeveen wonen, het nieuws dat ze vreesden: een negatieve uitspraak van zowel de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) als de rechtbank, met als gevolg dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) hen een ultimatum stelde. Binnen vier weken zouden ze azc Hoogeveen moeten verlaten.

Met heel veel moeite hebben zij vrijwel direct een zogenaamde HASA-aanvraag kunnen doen. Dit is een hernieuwde asielaanvraag die bijvoorbeeld kan worden gedaan omdat er iets is veranderd in het land van herkomst of in de persoonlijke situatie. Dankzij deze nieuwe procedure zijn ze voorlopig, in ieder geval tot de uitspraak, verzekerd van een dak boven hun hoofd. Ze kunnen weer even op adem komen. Voor zolang het duurt.

Compleet verrast

Het is stralend mooi weer als het gezin op de fiets aankomt bij ’t Struunhuus in het Steenbergerpark. De plek die voor vooral Hossein vertrouwd is omdat hij er al heel wat vrijwilligerswerk heeft verricht. Zittend in het aangename voorjaarszonnetje blijkt dat hun situatie heel wat minder zonnig is. Cynisch antwoordt Hossein op de vraag hoe het met hem gaat: ,,Heel goed.” Niet dus. De negatieve uitkomst van hun asielprocedure heeft erin gehakt, na reeds een pittig jaar door alle coronamaatregelen. ,,We waren compleet door de uitspraak verrast. We hadden dit niet verwacht en waren er flink door van slag. Ze zeggen dat we terug moeten naar Iran, omdat het volgens hen daar veilig voor ons is. Maar dat is niet waar. Wij zullen in Iran grote problemen krijgen. Het is er echt gevaarlijk voor ons”, vertellen Kebriya en Pourya, die zich in tegenstelling tot hun ouders al behoorlijk goed in het Nederlands kunnen uitdrukken.

Het gezin had in Iran een goed leven, zoals zij ook in de kerstspecial in 2019 in deze krant vertelden. ,,Dat geef je toch niet zomaar op?”, herhaalde Hossein in het interview destijds veelvuldig. Ze woonden in een mooi huis, hadden genoeg geld, ze hadden werk terwijl hun kinderen studeerden. Door de problemen van vader met een machtige groep die zich vierkant achter het dictatoriale regime schaart, veranderde de situatie. De IND wil daar nu meer documenten van zien, wat volgens de vier gezinsleden onmogelijk is. Het gevolg is dat de IND stelt dat er te weinig bewijzen zijn voor een onveilige situatie voor het gezin in hun geboorteland.

De advocaat van de familie Afshar wilde geen nieuwe procedure opstarten, waardoor zo snel mogelijk een nieuwe advocaat in de arm genomen moest worden. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Na vele telefoontjes werd eindelijk een advocaat gevonden die tijd voor hen had, waarna de HASA-aanvraag kon worden gedaan. Op de laatste dag dat ze in het azc Hoogeveen zouden mogen verblijven, kwam het bericht dat hun vertrek voorlopig is uitgesteld. Niemand weet hoe lang de nieuwe procedure gaat duren. ,,We kunnen niet anders dan gewoon afwachten”, stelt Kebriya.

Uit het lood geslagen

Vooral Hossein lijkt de moed te hebben opgegeven. Vele uren per week stak hij in vrijwilligersklussen op verschillende plekken in Hoogeveen, maar hij heeft er allemaal geen zin meer in. Hij is letterlijk uit het lood geslagen. De meeste tijd staart hij naar zijn mobiele telefoon. Ondertussen proberen zijn vrouw en kinderen het leven zo goed en zo kwaad als het gaat weer op te pakken, wat mede door de strenge coronamaatregelen niet gemakkelijk is. Vrijwel alle activiteiten in het azc liggen stil en bezoekers van buitenaf zijn er niet welkom. Gelukkig kan moeder Ehteram nog wel aan het werk in het naaiatelier van het azc.

Pourya, die bij aankomst in Nederland 17 jaar was en daardoor naar de internationale schakelklas mocht, doet een Voorbereidend Jaar op het Alfa-college in Groningen, met als doel om aansluitend door te stromen naar het HBO. Onzeker is echter of hij hiermee door kan gaan, omdat er ook nog eens onduidelijkheid bestaat over de betaling van de schoolkosten.

Kebriya was 19 toen ze in Nederland aankwam, een jaar te oud om net als haar broertje recht op onderwijs te hebben. Hoewel de teleurstelling daarover groot was, besloot ze zich daardoor niet uit het veld te laten slaan. Ze volgde fanatiek Nederlandse les in het azc en deed heel wat vrijwilligerswerk. Nu doodt ze haar tijd vooral met spelletjes op haar telefoon en het kijken naar series. Daarnaast volgt ze meerdere keren per week bijbelstudie in de Centrumkerk en doet ze vertaalwerk voor een christelijke organisatie. En zo af en toe heeft ze telefonisch contact met haar kletsmaatje Celine, gesprekken waar ze van geniet. Kletscontact is een project waarbij Hoogeveners per telefoon, laptop of live contact zoeken met een asielzoeker. Het gaat om dertig minuten per week en dat minimaal zes keer. Dit contact is voor veel asielzoekers niet alleen gezellig, maar ook nog eens een uitgelezen manier om de Nederlandse taal te leren. Kebriya is blij met haar kletsmaatje, waarmee ze zelfs al eens samen in het bos heeft gewandeld.

Hoofdpijn en duizelig

Kebriya heeft twee maanden geleden corona gehad en heeft daarom een week doorgebracht in de speciale opvang voor asielzoekers met corona in een hotel in Haren. Zij zat er in isolatie, terwijl haar ouders, die geen corona hadden, er in quarantaine zaten. Pourya ontsprong de dans omdat hij op dat moment in Assen was. ,,Ik was gelukkig niet erg ziek. Ik had hoofdpijn en was een beetje duizelig. Ik ben via vrienden besmet geraakt. De faciliteiten in Haren waren goed”, blikt Kebriya terug.

Ondertussen probeert het gezin zich voor te bereiden op het gesprek dat ze zullen krijgen naar aanleiding van hun nieuwe aanvraag. Op de vraag hoe ze dat precies doen schiet Kebriya in de lach. ,,Ik doe alsof ik van de IND ben en stel mijn moeder allerlei vragen.” Haar broer schudt zijn hoofd. ,,Dat werkt niet echt”, zegt hij ietwat meewarig. Waar ze het wel over eens zijn: dat alles momenteel onzeker is. ,,Wij weten niet waar onze toekomst ligt. En toch houden we hoop dat die toekomst in Nederland ligt. Zonder hoop is alles verloren.”