Stobben voor tapuiten geplaatst op geschikte broedlocaties

Plaatsen van stobben voor tapuiten op het Noordenveld. Hans Kruk

De tapuit is een schaarse broedvogel in Nederland. In geheel West-Europa bewoont hij vooral open vlaktes met korte vegetaties, zoals toendra’s, alpine streken en onze kuststreek. De tapuit leeft van insecten zoals rupsen en loopkevers die hij in korte vegetatie vangt.

Vandaar dat de duinen en stuifzandterreinen zo in trek zijn. De afgelopen decennia is het aantal broedparen in Nederland drastisch achteruitgegaan. Wat daarvan precies de oorzaak is, is nog niet helemaal duidelijk. De tapuit is een echte holenbroeder. In rotsspleten, onder steenhopen en in andere natuurlijke holtes maken ze hun nest. Vandaar dat het duingebied in trek is, want daar kwamen van oorsprong veel konijnen voor en konijnenholen zijn zeer geschikte broedholtes voor de tapuit.

Daarnaast zorgen konijnen er ook voor dat de begroeiing kort blijft en op deze kortbegraasde duinvalleien en heideterreinen jaagt de tapuit het liefst. Het lijkt erop dat de sterke achteruitgang van konijnenpopulaties, als gevolg van ziektes, van directe invloed is geweest op de tapuitenstand. De toenemende verruiging van veel natuurgebieden, als gevolg van stikstofneerslag, lijkt de afname van broedende tapuiten nog eens te versterken.

Tapuit past zich aan

Ook voor het Dwingelderveld is het alweer enkele jaren geleden dat hier de laatste tapuit broedde. Wel zijn er regelmatig meldingen van doortrekkende tapuiten tijdens de voor- en najaarstrek. Omdat wij op het Dwingelderveld wel voldoende geschikte foerageergebieden hebben, met korte heide en stuifzand, is het niet uitgesloten dat de tapuit zich weer als broedvogel zal gaan vestigen. Op het nabijgelegen Aekingerzand, in het Drents-Friese Wold, is de laatste grote binnenlandse tapuitenpopulatie. Hier broeden jaarlijks nog enkele tientallen tapuiten. Op het Aekingerzand is net als in het Dwingelderveld een gebrek aan konijnenholen, alleen hier hebben de tapuiten dat slim opgelost door in verrotte boomstronken te gaan broeden. Met dit voorbeeld in gedachten heeft Staatsbosbeheer in nauwe samenwerking met collega’s van Natuurmonumenten in december vorig jaar een grote hoeveelheid oude boomstobben verspreid over de heide van het Dwingelderveld.

Deze boomstronken waren vrijgekomen bij een natuurontwikkelingsproject in het Witteveen en zijn speciaal voor dit doel in depot gezet op het Noordenveld. Om later te worden geplaatst als nestgelegenheid voor de tapuit. Langs de rand van het Noordenveld en bij het Holtveen liggen nu stapels boomstobben te wachten op nieuwe bewoners. Aan de zuidzijde bij het Kolenveen, het Drostenveen en het Kloosterveld hebben onze collega’s de stobben verspreid. Uiteraard is er van tevoren gekeken naar geschikte locaties. Op die plekken waar voorheen óók tapuiten broedden, zijn nu de stobben geplaatst.

Hans Kruk,

boswachter Staatsbosbeheer