Scheepsjournaal Drentse Praam: De schepen van Bruins Slot (2)

De risico werd te water gelaten. Foto: H. Bruins Slot P. Scholten

Albert Wolting vertelt in nieuwe aflevering van het Scheepsjournaal over de schepen van Bruins Slot.

De Risico van Harm Bruins Slot was in 1931 in Hoogeveen gebouwd. Doordat het schip breder was dan de spoorbrug in Meppel is het nooit weer in Hoogeveen geweest. Het schip was 32,00 m lang. De sluis in Stavoren was 32,50 m lang. Schepen met een lengte van maximaal 31,50 m mochten deze sluis passeren. Er was een scheepstype dat ‘Friese maat’ of ook wel ‘ Friese maatkast’ werd genoemd. De Risico was dus een halve meter te lang. Het schip had een geveegde kont. Bruins Slot had daar een demontabel deel aan gemaakt om aan de Friese maat te kunnen voldoen. Toch heeft hij het deel er nooit afgehaald voor de passage van de sluis in Stavoren. Als het schip in de sluis lag had hij voor en achter maar 25 cm over.

Keuken

Op de Risico zat een mooi betegelde keuken. Iedere tegel had in het midden een gaatje. Daardoor kon men de tegels aan de wand schroeven. Met een handpomp kon het drinkwater uit de tank worden opgepomd Harm Bruins Slot was trots en zuinig op de keuken. Daarom had hij voor de stuurhut een minikeuken laten bouwen, daar werd gekookt.

De vaart

Voor de oorlog onderhield Bruins Slot een beurtvaart tussen Dortmund, Rotterdam en Antwerpen. De afstand Rotterdam – Dortmund is ca. 260 km. Dan had men de stroom tegen en het schip was geladen. De 75 pk Guldner-motor moest dan flink werken. Men haalde dan een snelheid van ca, 6 à 7 km per uur. Aan de grens bij Lobith moest men bij de Nederlandse douane uitklaren en in Emmerik bij de Duitsers inklaren. Alles met elkaar was men dan vier dagen onderweg om in Dortmund te komen.

Van Rotterdam naar Antwerpen was veel korter ca. 140 km. De Zeeuwse wateren waren berucht voor de noordelijke schippers. Het waren zeegaten met stroming van eb en vloed met verraderlijke zandbanken. Eb en vloed kon in je voordeel werken door het juiste tij te kiezen zodat je stroom mee had. Bruins Slot had zich met zijn schip voor deze beurtvaart verhuurd voor fl. 80,00 per week en machinekamervrij. Dat hield in de brandstof en smeermiddelen door de opdrachtgever werden betaald.

Oorlog

Toen de oorlog uitbrak lag de Risico in Arnhem. Daarmee kwam een einde aan de beurtvaart. Bruins Slot is toen allerlei vrachten gaan vervoeren. Uiteindelijk was hij bang dat het schip gevorderd zou worden. Heel veel schepen werden dan omgebouwd tot landingsvaartuig, ze werden gekopt. Het voorschip werd verwijderd en een laadklep werd er voor geplaatst. Om dat te voorkomen werd de motor van de Risico gedemonteerd en de delen werden op verschillende adressen verstopt. Zand en grindvaart

Nadat de oorlog was afgelopen werd de vaart hervat. Via bevrachtingskantoor Jansen uit Arnhem, vervoerde men zand en grind naar Medemblik. Iedere reis moest men over het IJsselmeer. Berucht was het Enkhuizerzand. Een zandbank waar om heen gevaren moest worden. Bruins Slot kende het IJsselmeer op zijn duimpje. Hij kwam een keer van Amsterdam af varen in de mist. Men had toen alleen een kompas en een verrekijker aan boord. Met een lange stok, de vademmeter kon men de diepte peilen. Na enige uren dacht hij bij Schokland te zijn maar zag niets. Hij riep vanaf het voorschip: “Ben ik bijna ik Schokland? Er werd teruggeroepen: Schipper we horen je, je bent er bijna”. Hij kwam veilig in de haven aan!


Wordt vervolgd.


Bron: H. Bruins Slot en P. Scholten