De lange winter van ‘56 | Scheepsjournaal Drentse Praam

Henny aan Het Haagje in Hoogeveen. Foto: Archief Albert Wolting

In een veem worden goederen opgeslagen die nog niet door de douane zijn ingeklaard. Er zijn dan nog geen invoerrechten over betaald. In de zeehavens komt dit soort bedrijven veel tegen. Ladingen worden gelost en dan verhandeld. Als dat naar het buitenland is zijn er geen rechten verschuldigd.

In Hoogeveen was aan Het Haagje Veembedrijf Te Velde gevestigd. Bijzonder was dat er onder de straat door een transportband liep om de lading te lossen. Ook kon men een soort tent boven het schip hangen waardoor men bij regen de lading toch droog kon lossen.

Op 11 januari 1956 woedde er in het Veenbedrijf van Te Velde een grote brand. De brandweer rukte met groot materiaal uit. Toen de brand uitbrak lag er in de loods een grote hoeveelheid suiker opgeslagen. De hete suiker werd vloeibaar en stroomde deels over de straat in de Hoogeveensche Vaart. Er ontstond een spekgladde straat, een gevaarlijk situatie voor de brandweerlieden en andere hulpverleners. In de loods bleef uiteindelijk een grote harde laag suiker over die onbruikbaar was. Volgens de Hoogeveensche Courant was het een miljoenenschade. Tijdens de brand lag er ook sneeuw en het vroor, het begin van een strenge winter.

Henny

De Hoogeveense schipper Henk Bruins Slot was van 1955 – 1960 zetschipper op de luxe motor Henny. Het schip was eigendom van veehouder J. Scholten die aan het Noord woonde. Het schip was gebouwd in 1903 als klipperaak, in Puttershoek. Na de Tweede Wereldoorlog is het schip ingrijpend verbouwd. Het werd verlengd van 28,70 m naar 35,00 m. Er werd een nieuwe roef en stuurhut op geplaatst. Zelfs de kop van het schip werd aangepast. Toen leek het op een luxe motor. Ook was er een motor in geplaatst. Een Klockner Humbolt Deutz, de motor was afkomstig uit een Duitse tank. In januari 1956 nam Bruins Slot een reis kalk aan naar Hoogeveen. De lading werd gelost van 24 tot 27 januari bij de Landbouwersbank aan de Alteveerstraat. Toen het schip leeg was bleef men aan de Schutstraat liggen om uit te kijken naar een nieuwe lading. Want er was ‘werk’ in Hoogeveen.

De ‘suikervloot’

Op de Markt in Hoogeveen in het gebouw van de Leeszaal was ook de Schippersbeurs gevestigd. Binnenlandse vrachten werden hier de schippers aangeboden. Door de brand in het Veembedrijf van te Velde was er opeens een groot ladingaanbod. Daar kwamen heel wat schepen op af. Ook schipper Bruins Slot nam een suikerreis aan. Op 30 januari 1956 verlegde hij de Henny van de Schutstraat naar Het Haagje. Hij sloot aan in de rij wachtende schepen. Hij noemde deze de ‘suikervloot’. De winter was ingevallen, het kanaal vroor dicht en was gestremd. Toch ging het laden van de schepen door. Het ijs moest regelmatig worden gebroken om bij Te Velde voor de wal te komen. Op 14 februari was de Henny aan de beurt en laadde 150 ton suiker. Dat duurde twee dagen. Het vroor toen dat het kraakte, de watertank aan boord raakte ook bevroren. Bruins Slot haalde drinkwater bij Bakker Faber aan Het Haagje. Op 5 maart was het kanaal weer bevaarbaar en de ‘suikervloot’ vertrok richting Amsterdam. Behalve de Henny, er werd een baby verwacht. Het kind kwam op 22 maart ter wereld. Toen men wilde gaan varen bleek er een probleem te zijn met de koppeling. Uiteindelijk vertrokken ze op 9 april. In Amsterdam werd het schip pas op 30 mei gelost. Bruins Slot was dus vijf maanden bezig met deze reis, beslist geen ‘suikerreisje’.

Bron: Geert Bruins Slot

Albert Wolting

Nieuws

menu