Onderduikersmuseum de Duikelaar ontvangt donatie uit Canada. Nabestaanden Dick Oostindie zijn Nieuwlande nog altijd dankbaar

De zoon en kleindochter van Dick Oostindie in 2016 in Nieuwlande. Foto: André Weima

Af en toe krijgt Onderduikersmuseum de Duikelaar een meer dan gemiddelde donatie als blijk van waardering. Dat het museum in Nieuwlande niet alleen in Nederland wordt gevolgd en gesteund, blijkt uit de donatie van familie Oostindie uit Canada.

Bij toeval ontstond er begin 2020 contact tussen Onderduikersmuseum de Duikelaar en mevrouw Oostindie. Haar man Dick was kort daarvoor, 8 december 2019, op 91-jarige leeftijd overleden. Er ontstond een boeiende uitwisseling van gegevens. Onlangs drukte de familie, ter nagedachtenis aan Dick Oostindie, in woord en gebaar haar waardering uit. ‘Als Dick dit geweten had, zou hij net zo dankbaar geweest zijn als wij’, schreef zijn weduwe over het museum.

Wie kon hij vertrouwen?

Dick Oostindie liep in de hongerwinter 1944/’45 als 16-jarige, samen met een jongen uit de straat, vanuit Amsterdam richting het oosten. Thuis was er amper te eten en zijn twee broers waren al door de Duitsers opgepakt en naar een werkkamp in Duitsland gestuurd. De voettocht van Dick en zijn buurjongen duurde dagen. Overdag verstopten ze zich in een verlaten schuur of in een hooiberg en ze liepen als het donker was. Het was te riskant om onderdak of voedsel te vragen, je wist immers niet wie je voor je had. Liever zochten ze naar voedsel op het land en wasten dat in de sloot. Eenmaal over de IJssel bij Zwolle nam de reisgenoot afscheid van Dick, hij ging op weg naar zijn grootouders. Dick liep alleen verder, had geen idee waarheen. Uiteindelijk bereikte hij op een avond Nieuwlande. Toen beleefde hij een van zijn angstigste momenten. Uitgeput en hongerig moest hij wel iemand aanspreken. Maar wie, wie kon hij vertrouwen? Uiteindelijk raapte hij al zijn moed bij elkaar en vroeg aan een man of hij wist wie in het dorp hulp nodig had op een boerderij. De man begon te lachten en zei: ‘Dan moet je maar naar Berend Vos gaan, want die heeft een heel stel dochters.’ En hij wees hem een huis aan, een eindje verder langs het water. En zo kwam Dick bij de familie Vos terecht, die hem liefdevol opnam. Hij kreeg eten en een lekkere, warme slaapplek boven de koeien. De rest van de oorlog bleef hij daar en hielp mee op het land.

Difterie en een klaplong

Maar dat is niet het einde van het verhaal. Op de dag dat de Canadezen kwamen, zakte Dick langs het Oostopgaande in elkaar. Doodziek werd hij naar het ziekenhuis in Hoogeveen gebracht. Hij bleek difterie en een klaplong te hebben. Het zag er slecht voor hem uit. Een dag later werd hij door een Canadese truck naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen vervoerd. Groningen, dat nog niet was bevrijd. Door het schootsveld bereikten ze het ziekenhuis en daar werd Dick in de ijzeren long gelegd. Maanden later mocht hij naar huis, maar om aan te sterken ging hij eerst terug naar de familie Vos in Nieuwlande.

Zoon en kleindochter maken zelfde voettocht

In 1957 emigreerde Dick met zijn jonge bruid naar Canada, waar ze vier zonen kregen. Bijna 60 jaar later maakte een van de zonen, samen met zijn toen ook 16-jarige dochter, de voettocht die Dick in de hongerwinter gelopen had. De kleindochter wilde op dezelfde leeftijd als opa ervaren hoe het is om zo’n afstand te voet te moeten afleggen. Eind juni 2016 kwamen ze in Nieuwlande aan. Helaas was Jo Schonewille net overleden, het oude museum was gesloten. Gelukkig was er iemand die voor hen het museum opende, zodat ze iets meer over het dorp Nieuwlande te weten kwamen.

Gelukkig is het museum over Nieuwlande en omgeving blijven voortbestaan. Onderduikersmuseum de Duikelaar heeft een functie voor de jongere generatie die de geschiedenis wil leren kennen, maar ook voor nabestaanden die informatie zoeken vervult het museum een belangrijke rol.

Nieuws

menu