Oekraïense vluchtelingen blij met eigen kledinguitgiftepunt: 'Ik kon maar een extra set kleding meenemen'

Irina (links) kijkt lachend toe hoe haar nichtje zonnebrillen uitprobeert in de weggeefwinkel voor en door Oekraïeners. Foto: Andre Weima Fotografie

Het aannemen van hulp is moeilijk voor vluchtelingen uit Oekraïne. De warmte waarmee zij worden ontvangen ontroert hen, maar maakt hen regelmatig ook erg onzeker. Dat zij nu zelf het uitgiftepunt van kleding aan de De Vos van Steenwijklaan kunnen runnen doet hen dan ook goed. Zo krijgen zij hun leven weer een beetje in eigen hand.

De winkel, zoals het uitgiftepunt wordt betiteld, opende donderdag de deuren en het liep direct storm. Eindelijk na weken iets anders aan kunnen trekken. Beter passend bij de lente. Want als je op de vlucht gaat voor oorlog, laat je vooral heel veel achter.

Tegen de wand staan houten stellingkasten met gesorteerde kleding waaronder broeken, T-shirts en truien. In het midden van de winkel staan enkele lange rekken met jassen, bloesjes, rokken, overhemden en jurken. Het meeste is dameskleding, maar ook voor de kleine groep mannen die Oekraïne hebben mogen verlaten is er kleding. Zelfs de gewenste pet waarnaar een oudere man op zoek is wordt al snel gevonden. Eindelijk kan hij zijn ogen afschermen voor de soms felle lentezon.

Aan de voorzijde van het pand zoeken moeders naar geschikte kleding voor hun kroost. Op de rekken hangen briefjes met daarop geschreven welke kledingstukken erin horen: in het Engels en het Oekraïens.

De Oekraïense vrouwen die samen met enkele Nederlandse vrijwilligers de afgelopen weken de ‘winkel’ hebben in gericht hebben er zichtbaar plezier in om hun landgenoten te helpen met wat van hun gading te vinden.

Een rugzak met spullen

Irina, een van de Oekraïense vluchtelingen die de afgelopen weken mee geholpen heeft met het uitzoeken van vuilniszakken vol kleding en andere spullen, is een van de weinigen die Engels spreekt. Ze woont bij een gastgezin in Hoogeveen en is met haar schoonzus en diens kinderen de oorlog ontvlucht. Een reis van vijf lange dagen. „De trein was zo vol. We hadden geluk, wij zaten in een trein waarin wee personen per zitplaats werden meegenomen. Dus om de beurt staan en zitten. Later werd dat drie personen per zitplaats. Per persoon mocht je een rugzak meenemen. Meer plek voor bagage was er niet.” De reis van het oosten van Oekraïne naar het westelijk deel duurde 34 uur. Regelmatig werd gestopt omdat er luchtalarm was. „Normaal zou de treinreis 12 uur duren.” In het westen blijven bleek echter geen optie. Na twee dagen bij de Slowaakse grens reisden de familieleden verder via Praag, Berlijn naar Amsterdam. Vijf vermoeiende lange dagen. „Door de adrenaline voelde ik de moeheid niet”, vertelt Irina. In Amsterdam werd ze opgehaald door een gastgezin. Doodeng vond Irina dat. „Was als het een enge man was, die iets van me wilde? Maar gelukkig was het een hele lieve vrouw.”

‘Oekraïne is niet eens een EU-land’

Een maal in Nederland worden ze met open armen ontvangen. Speelgoed voorzien van briefjes ‘I love you’ en een doos met gebak met daarop geschreven ‘welkom’, in het Oekraïens. Iedere Oekraïener heeft zo een eigen verhaal over de hulp die ze krijgen in Nederland. Soms is het voor de Oekraïeners zelfs wat overdonderd. „Oekraïne is niet eens een EU-land. Dit hadden we echt niet verwacht.” Behalve de angst en shock door de oorlog die knaagt aan hun psyche moeten ze ook een cultuurshock verwerken. Ook Luda, een van de Oekraïense vrijwilligers in de winkel, ontvluchtte met haar kinderen haar thuisland. Een van de eerste dagen dat Luda in Hoogeveen was, ging ze een boodschapje doen bij de Albert Heijn. „Ik weet niet meer wat, maar het waren een paar dingetjes om te eten.” Ze was ervan overtuigd dat zij bij de kassa kon afrekenen met haar betaalkaart, maar tot haar schrik werd deze niet geaccepteerd. Terugdenkend aan het voorval kleurt ze nog altijd en zijn de gemixte emoties van haar gezicht af te lezen. „Het meisje achter mij, een wildvreemde, zei: ‘oh maak je niet druk. Ik betaal wel’. Dat was erg moeilijk voor me. Dat had ik nog nooit meegemaakt.” En een buurvrouw van haar gastgezin wilde graag haar kinderen andere schoenen geven. „Zo lief. We zijn samen naar de stad gegaan en ze mochten uitzoeken.” Ze wijst naar de voeten van haar jonge dochtertje. „Ze draagt ze zo graag. Ook mijn tienerdochter mocht een paar uitzoeken. Die was ook ongelooflijk blij.”

‘Ze zijn geen soldaten’

En tussen de ontroerende verhalen door schemert ook de pijn, de angst en het gemis. „Ja we missen we onze familie verschrikkelijk”, beaamt Irina. Haar echtgenoot, broer en vader zijn in Oekraïne achtergebleven. Ze hebben dagelijks contact. „Mijn vader kon niet reizen, hij heeft diabetes en is te ziek.” Haar echtgenoot en broer zijn nog niet opgeroepen voor het leger. Iets wat ze wel vreest. „Zij zijn geen soldaten. Ze komen uit de IT. Ze weten niet hoe zij met wapens moeten omgaan.” En ook Luda’s man is achter gebleven. Hij verhuurt normaliter bedrijfspanden. Ook zij heeft moeite zich haar man als militair voor te stellen.

Ondertussen zitten de vrouwen hier. Nu, na een paar weken, lijken de eerste schokken verwerkt. Ze proberen weer wat vooruit te kijken. „Eerst wilden we alleen maar veilig zijn. Nu komen de zorgen over de toekomst. Wat kan ik doen, wat voor een banen zijn er voor mij”, vraagt Irina zich hardop af. Ze heeft een universitaire graad in toerisme en hospitality. „Ik werkte aan de universiteit. Maar wat kan ik daar hier mee? Als ik nu kapster was bijvoorbeeld.”

Nieuw outfit

Het helpen in de ‘kledingwinkel’ is een een welkome afleiding. „Bovendien hebben we het ook nodig, die kleding. Ik kon maar een extra set meenemen. Dus had twee broeken, twee truien, twee paar sokken en twee setjes ondergoed. Ja, en een hele dikke winterjas. Zo een die tot -20 warm is.” Irina is dan ook erg blij met de nieuwe outfit die ze aanheeft. Een licht spijkerbroek, een grijze trui en een spijkerjasje waar ze op het linkerklepje van het borstzakje trots een button heeft gespeld: ‘I love Ukraine’.

‘Samen juffen we af’

Zodra ze de juf van haar nichtjes in de gaten krijgt wordt deze gewenkt. „Ulyana geeft nu les aan de kinderen op het Mozaïek in Hollandscheveld. De kinderen vinden haar een fantastische juf. Mijn nichtje wilde eerste helemaal niet naar school, maar nu ze les krijgt van Ulyana vinden ze het er zo fijn. Mijn nichtje van 10 baalde nu zelfs dat het vakantie is.” Ulyana woont bij een gastgezin in Hollandscheveld. Esther, vrouw des huizes is ook lerares. „Ik geef les op een VSO-school en in de avond geef ik nu ook lessen Nederlands aan een groep Oekraïeners. Ulyana helpt me want mijn Oekraiëns is belabberd, samen juffen we wat af”, zegt Esther lachend. Ulyana, die maar heel beperkt Engels spreekt gebruikt net als vele anderen een vertaalapp om te communiceren. Met een vragende blik houdt ze deze omhoog: ‘Wil je me helpen om iets sportiefs te vinden voor de sportschool?’ staat er in grote letters in beeld. Esther zegt lachend voordat ze direct te hulp schiet: „Ze heeft ontdekt dat wanneer kinderen ‘s avonds op tijd naar bed gaan, dat is namelijk ongewoon in de Oekraïense cultuur, dat je dan tijd overhoudt voor jezelf. En nu kan ze ‘s avonds gaan sporten. Heerlijk.” Samen duiken ze de schappen in, op zoek naar trainingsbroek en een shirt.”

Het kledinguitgiftepunt is gevestigd op de hoek van de De Vos van Steenwijklaan met de Fabrieksweg. Wie kleding, gewassen en heel uiteraard, kan dit op donderdag tussen 15.00 en 17.00 uur brengen.

Nieuws

menu