Niet meer kiezen tussen zwemles of sport: nieuwe spelregels voor bijdrage uit Jeugdfonds geven Hoogeveense minima lucht

Zwemles in Bad Hesselingen. Foto: Martijn Bijzitter

Gezinnen met geldzorgen moeten vaak kiezen: óf zwemles óf sporten. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur in Drenthe probeert die keuze nu overbodig te maken. Het fonds stelt geld beschikbaar om beide te kunnen doen.

De spelregels van het jeugdfonds waren tot nog toe duidelijk: wie gebruik wil maken van hun geldpotje moest kiezen tussen een bijdrage voor zwemles of de contributie voor één sportclub. Na overleg met de meeste Drentse gemeenten gaat die regel nu overboord, ook in Hoogeveen. Gezinnen met een laag inkomen kunnen nu voor beide een beroep doen op het fonds.

Wachtlijsten

„We zagen in coronatijd de wachtlijsten voor zwemles ophopen. Daarom ging de afspraak in veel gezinnen dat je eerst je diploma moet halen voordat je een sport kiest vaak van tafel. Voor families met minder geld die een beroep doen op onze hulp is de keuze tussen sport en zwemles lastig”, stelt Koert Thalen van het Jeugdfonds. „Om te voorkomen dat kinderen weer van sport af moeten om te gaan lessen in het zwembad heb ik gemeenten voorgesteld het voorbehoud van één bijdrage te schrappen. Met succes.”

Het nieuwe plan helpt niet alleen kinderen in armoede, het moet ook de schwung er weer in brengen voor het Jeugdfonds in Drenthe. De aanvragen liepen in het coronajaar 2020 sterk terug. Terwijl in het ‘normale’ jaar 2019 3240 kinderen via het sportfonds sporten of zwommen liep dat vorig jaar met 740 kinderen terug.

Maatschappelijke ramp

„Dat is een maatschappelijke ramp voor kinderen en een financiële klap voor ons. Juist nu we door corona ‘nieuwe armen’ zien. Die komen bij ons via scholen of jeugdzorg. Kinderen die nog niet in beeld zijn bij gemeenten omdat ze (nog) geen uitkering krijgen. Dat signaal uit de samenleving kunnen we niet negeren”, zegt Thalen.

Hoe groot die nieuwe aanwas in potentie is, en of gemeenten de portemonnee trekken voor het Jeugdfonds, weet Thalen nog niet. „Het wordt in ieder geval niet minder de komende tijd. Als we heel veel nieuwe kinderen aangemeld krijgen, ga ik met de gemeenten in gesprek.”