Moerassprinkhaan profiteert van nieuwe natte natuur. 'Hij striduleert door de achterpoot naar achteren te schoppen'

Natuurcorrespondent Hero Moorlag vertelt wekelijks in de rubriek Groen en Doen over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van flora en fauna. Dit keer schrijft hij over de moerassprinkhaan.

Moerassprinkhaan op een blad.

Moerassprinkhaan op een blad. Foto: Hero Moorlag

Dijbeen met rood baantje, gitzwart kniegewricht, zwarte ogen en korte sprieten. In 1999 stond hij nog op de Nederlandse Rode Lijst met status kwetsbaar. De moerassprinkhaan. Moet je nu eens zien. Loop maar eens door een nat of plasdras natuurontwikkelingsgebied. Oude Kene ten noorden van Hoogeveen, Pesserma-Noord bij Stuifzand, Kiersche Wijde ten westen van Meppel of in andere delen van Nationaal Park Weerribben-Wieden, moerassprinkhanen zijn er. Ken je de korte scherpe tik van schrikdraad? Hoor je die in een nat natuurgebied waarin nergens schrikdraad is te bekennen, dan hoor je een moerassprinkhaan. In cartoons worden sprinkhanen als violist afgebeeld. Soorten sprinkhanen ‘strijken’ op verschillende manier. Dat ‘vioolspelen’ wordt striduleren genoemd. Een moerassprinkhaan striduleert door zijn forse achterpoot heel snel naar achteren te schoppen. Er ontstaat een scherpe tik, als van schrikdraad. Alleen mannetjes striduleren.

Dek van gif over Nederland

Het gaat erg slecht met insecten in ons land, vooral met vlinders en libellen, vlinders zelfs met een afname van 80 procent. Er ligt een deken van gif over Nederland en de stikstofdepositie eist zijn tol. Wonder boven wonder geldt de afname van insecten niet voor sprinkhanen. Loop maar eens door de heide. Het miegelt van kleine sprinkhanen. Mooie namen heeft dat kleine grut: ratelaar, schavertje, wekkertje, krasser, zoemertje, locomotiefje en zeggedoorntje. In het wilde stukje tuin naast ons huis zie ik al jaren de veldsprinkhaan en de bruine sprinkhaan. Elk jaar in augustus komen grote groene sabelsprinkhanen in de tuin, hetzij nimfen, mannetjes zonder sabel of vrouwtjes met een sabel als legboor. In totaal komen 53 soorten sprinkhanen in ons land voor, waarvan 16 in aantal zijn toegenomen, 9 soorten bleven stabiel en 10 soorten gaven een lichte daling.

(tekst gaat door onder de foto’s)

Door klimaatverandering komen vanuit het zuiden enkele nieuwe soorten onze kant op, zoals de zuidelijke boomsprinkhaan en het zuidelijke spitskopje. Wrattenbijter, locomotiefje en bosdoorntje blijven zeldzaam, maar de moerassprinkhaan heeft zich in alle natte natuurgebieden flink uitgebreid. Eigenlijk een wonder. Onderzoekers zijn erachter gekomen dat de moerassprinkhaan veel verder vliegt dan aanvankelijk werd gedacht. In natte natuur zie je hem vijf tot tien meter vliegen, maar blijkbaar vliegen ze ’s nachts in etappes verder op zoek naar een ander nat gebied. De vliezige vleugels zijn zichtbaar op het achterlijf.

Toch nog kwetsbaar

Helaas, ik hoor het striduleren van sprinkhanen niet meer. Krekels nog wel. De ‘tik’ van de moerassprinkhaan hoor ik ook niet meer, een paar jaar geleden nog wel. ‘Ga naar de oortjesman!’, zegt mijn vrouw herhaaldelijk. Droogte maakt de moerassprinkhaan toch kwetsbaar. Het is tenslotte een moerassprinkhaan. De levenscyclus van deze soort is daardoor kwetsbaar De eitjes worden in de zomer in pakketjes net boven de grond in korte vegetatie afgezet. In de winter moet het grondwater op peil zijn en de luchtvochtigheid het liefst 100 procent. In mei van het jaar daarop komen de eitjes uit.

De nimfen zijn erg kwetsbaar en leven eerst in korte vegetatie, die niet onder water mag staan. Ze zijn weinig mobiel. Een kritische soort dus. Eenmaal volwassen, na enkele vervellingen, leven ze in hogere vegetatie langs slootranden. Ze kunnen andere natte gebieden gaan koloniseren, mits er natte ecologische verbindingen zijn. Moerassprinkhanen eten grassen en zeggen, ook riet en pijpenstro. Een prachtige sprinkhaan die we verrassend vaak in vrijwel alle natte natuurgebieden tegenkomen.