Luchtpost: Jack van Egmonds jongensdroom is uitgekomen (2)

In een hangar op het Hoogeveense vliegveld zijn vliegtuigbouwer Jack van Egmond en zijn kleinzoon Tom al vanaf 2014 bezig met de bouw van een vliegtuig dat uiteindelijk dé publiekstrekker van het vliegveld Hoogeveen zal gaan worden. Een luchtwaardige, exacte replica van één van Nederlands meest befaamde jachtvliegtuigen: de Fokker D.21, de jager die in de meidagen van 1940 zo heldhaftig heeft gestreden tegen de vliegtuigen van de Duitse Luftwaffe. Naar verwachting zal de ‘Hoogeveense’ Fokker D.21 eind juli, begin augustus voor de eerste keer het luchtruim kiezen. In de aanloop naar dit grootse evenement blikken we in drie afleveringen van Luchtpost terug op het rijke luchtvaartleven van Jack van Egmond. Vorige week heeft u kunnen lezen hoe Jack van Egmond al als kleine jongen via de techniek van auto’s uiteindelijk belandde in de luchtvaartwereld.

Een van de bekendste oldtimerprojecten waar Jack van Egmond een groot aandeel in heeft gehad, was de restauratie van een Spitfire. Hier staat hij op het punt ermee op te stijgen vanaf vliegveld Hoogeveen.

Een van de bekendste oldtimerprojecten waar Jack van Egmond een groot aandeel in heeft gehad, was de restauratie van een Spitfire. Hier staat hij op het punt ermee op te stijgen vanaf vliegveld Hoogeveen. Foto: Gerrit Boxem

Een van de bekendste oldtimerprojecten waar Jack van Egmond een groot aandeel in heeft gehad, was de restauratie van een Spitfire van de Koninklijke Luchtmacht in het begin van de jaren negentig. Van Egmond: “Toen ik die Spitfire in 1989 aankocht, was het één grote bak roest. Met 20 vrijwilligers zijn we op het vliegveld Deelen drie jaar lang bezig geweest om deze kist weer vliegklaar te maken. Toen die klus geklaard was en ik ermee wilde gaan vliegen bleek er een probleem te zijn. Omdat dit toestel voor een groot deel eigendom was van de Koninklijke Luchtmacht, moest je militair vlieger zijn om met deze Spit te mogen vliegen en dat was ik natuurlijk niet. Prins Bernard, die nauw betrokken was bij het Spitfire project, heeft mij toen op de Vliegbasis Twenthe tot majoor laten benoemen, waarna ik wél bevoegd was om met dit jachtvliegtuig te gaan vliegen. Precies op tijd om mee te kunnen doen aan de flypass in juni 1994 boven Normandië, tijdens de vijftigjarige herdenking van D-Day.”

Het restaureren van en vliegen in een Spitfire was ongetwijfeld een van de hoogtepunten in Van Egmonds vliegercarrière, maar het absolute hoogtepunt is het D.21 project. Het bouwen van en vliegen met een Fokker D.21, het bekende Nederlandse jachtvliegtuig uit de meidagen van 1940.

Fokker

Een verhaal dat Jack Van Egmond altijd mateloos heeft gefascineerd is dat van Anthony Fokker en zijn vliegtuigen. Jammer vond Jack het daarom dat er van zijn twee favoriete Fokkers: de D.21 jager en het S.9 lesvliegtuig, in ons land niet één exemplaar bewaard is gebleven. Het is van jongs af aan een droom van hem geweest om ooit nog eens een luchtwaardige D.21 te gaan bouwen en in 2012 vond hij de tijd gekomen om die droom nu maar eens in werkelijkheid om te zetten. Hij vroeg en kreeg toestemming van de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL en T) om de D.21 te gaan bouwen.

In de hangar op het Hoogeveense vliegveld is hij toen in 2014 samen met zijn kleinzoon Tom begonnen met de bouw van een vliegtuig dat uiteindelijk dé publiekstrekker van het vliegveld Hoogeveen zal gaan worden. Een luchtwaardige, exacte replica van één van Nederlands meest befaamde jachtvliegtuigen: de Fokker D.21, de jager die in de meidagen van 1940 zo heldhaftig heeft gestreden tegen de vliegtuigen van de Duitse Luftwaffe. Het merendeel van de voor de bouw van de D.21 benodigde bouwtekeningen is afkomstig uit het persoonlijk archief van Jack van Egmond. Van Egmond: “Als kleine jongen al verzamelde ik foto’s, gegevens en onderdelen van de Fokker D.21. Van de 416 bouwtekeningen die er ooit voor de bouw van dit vliegtuig zijn vervaardigd, heb ik er in de loop der jaren 397 weten te bemachtigen. Met die tekeningen was het voor mij mogelijk om de D.21 zo natuurgetrouw mogelijk na te bouwen”.

Werktafel

Jack, zijn kleinzoon Tom Wilps en de overige leden van het D.21 team (met ondersteuning van Fokker Technologies, in de persoon van Frank van Dalen) bouwden hun D.21 helemaal op de manier zoals dat vroeger ook werd gedaan door de Fokker-fabriek in Amsterdam. Zelfs de werktafel waarop de vleugel van de D.21 werd geassembleerd, is van een Fokker-ontwerp. Naast nieuwbouw bevat de Fokker ook veel originele onderdelen die Jack van Egmond van heinde en verre heeft gehaald.

Zo komt de motor uit het museum in Soesterberg, de landingspoten uit Denemarken, de wielen en een aantal originele cockpitinstrumenten uit Engeland en het remsysteem uit de VS. Een probleem was nog wel dat men aanvankelijk opdracht kreeg om alles wat aan bewapening deed herinneren moest verwijderen, dus ook de beeldbepalende lopen van de boordmitrailleurs in de voorrand van de vleugels. Gelukkig kreeg men uiteindelijk toch toestemming om ‘neplopen’ te monteren.

Kleuren

Het was voor Jack van Egmond een hele zoektocht om de originele camouflagekleuren te vinden van de D.21, vooral omdat er naast het feit dat er geen enkele D.21 meer bestaat, er destijds ook geen enkele kleurenfoto van het toestel is gemaakt. Jarenlang heeft men gedacht dat de kleuren waarin de D.21replica van het Nationaal Militair Museum gespoten is, de juiste waren. Toen gebeurde er iets dat de zaak volledig op zijn kop zette. Het bleek namelijk dat een vroegere werknemer van Fokker, de in Friesland woonachtige Willem Vredeling, in het bezit was van een metalen D-21 model dat destijds is gemaakt door de Fokker fabriek en dat in de originele D.21 kleuren is gespoten. De kleuren van dat model bleken nog in prima staat te verkeren. Verffabrikant Douwe van de Werf uit Assen, heeft daar toen kleurstalen van vervaardigd die de basis vormen voor het verfschema waarin de ‘Hoogeveense’ D.21 nu is voorzien.