Luchtpost: Jack van Egmonds jongensdroom is uitgekomen (1)

In een hangar op het Hoogeveense vliegveld zijn vliegtuigbouwer Jack van Egmond en zijn kleinzoon Tom al vanaf 2014 bezig met de bouw van een vliegtuig dat uiteindelijk dé publiekstrekker van het vliegveld Hoogeveen zal gaan worden. Een luchtwaardige, exacte replica van één van Nederlands meest befaamde jachtvliegtuigen: de Fokker D.21, de jager die in de meidagen van 1940 zo heldhaftig heeft gestreden tegen de vliegtuigen van de Duitse Luftwaffe. Naar verwachting zal de ‘Hoogeveense’ Fokker D.21 eind juli, begin augustus voor de eerste keer het luchtruim kiezen. In de aanloop naar dit grootse evenement blikken we in drie afleveringen van Luchtpost terug op het rijke luchtvaartleven van Jack van Egmond.

Het was de nestor van de Nederlandse Vliegende oldtimer scene, Jaap van Mesdag (links op de foto), die als eerste zag dat Van Egmond een groot technisch talent had.

Het was de nestor van de Nederlandse Vliegende oldtimer scene, Jaap van Mesdag (links op de foto), die als eerste zag dat Van Egmond een groot technisch talent had. Foto: Gerrit Boxem

Liefde voor de techniek kreeg de in Nijverdal geboren en getogen Jack van Egmond (75) met de paplepel ingegoten.Als zoon van een garagehouder uit deze Overijsselse plaats was Jack al als klein ventje regelmatig onder de motorkap te vinden en als tiener heeft hij alle opleidingen van het automonteursvak doorlopen. Maar hoe komt iemand die is opgegroeid in een wereld met auto’s, uiteindelijk in de luchtvaartwereld terecht? Jack van Egmond: “Tegenwoordig krijg je bij de benzinepomp Airmiles, maar vroeger kreeg je benzinezegels. Eén van de cadeaus die je met een volle spaarkaart kon krijgen was een lijnbestuurd model van de P-26.” Dat P-26 modelvliegtuig was voor de toen 12-jarige Jack van Egmond het begin van een levenslange fascinatie voor de luchtvaart.

De kans om zelf te vliegen kreeg hij in 1974 toen hij met één van zijn vliegtuigjes de eerste prijs in de wacht wist te slepen in een wedstrijd voor vliegende modellen. Die prijs was een half vliegbrevet; de andere helft moest hij uit eigen zak betalen. Het lukte hem om het geld (ruim 900 gulden) bij elkaar te krijgen en nog in datzelfde jaar kreeg Jack op vliegveld Teuge het fel begeerde vliegbrevet uitgereikt.Het betekende voor Van Egmond de overstap van de modelvliegerij naar de echte vliegtuigen.

Oldtimers

Vooral de vliegende oldtimers, met hun fascinerende geschiedenissen, oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op Van Egmond. Echt in contact met die oldtimerwereld kwam Jack voor het eerst in 1976 tijdens een luchtvaartvertoning op het vliegveld van Lelystad. Het was de nestor van de Nederlandse oldtimer scene, Jaap van Mesdag, die tijdens een ontmoeting met Van Egmond direct zag dat hij hier met een technisch talent te maken had, waarvan hij maar al te graag gebruik maakte bij zijn oldtimerclub: de ‘Early Birds’. Het was ook op vliegveld Lelystad dat Jack leerde vliegen met historische vliegtuigen.

De eerste oldtimer waarmee hij het luchtruim koos was de Tiger Moth. Daarna vloog hij legendarische vliegtuigen als de Mustang, de Thunderbolt en de Messerschmitt. Leergierig als hij was, stelde Van Egmond zichzelf als doel om zoveel mogelijk te weten te komen over het restaureren van vliegende oldtimers. Net zoals hij dat al eerder had gedaan op autogebied, behaalde Jack ook op het gebied van de historische luchtvaart alle diploma’s en certificaten die er maar te behalen waren. In de Verenigde Staten rondde hij een studie af als ingenieur luchtvaarttechnologie. Kort daarop behaalde hij in Engeland dezelfde papieren en omdat dit land gezien wordt als de leidende natie op het gebied van historische vliegtuigen, worden de daar behaalde diploma’s in heel Europa erkend.

Slechte conditie

In 1985 richtte Van Egmond langs het riviertje de Regge in Nijverdal –op dezelfde plek waar zijn voorouders een beurtvaartbedrijf hadden- het vliegtuigonderhoudsbedrijf ATN (Aero Technics Netherlands) op en werd er begonnen met de restauratie van historische vliegtuigen die vervolgens vanaf het vliegveld van Lelystad werden ingevlogen. Toen ATN eind jaren negentig in Nijverdal uit zijn voegen groeide, verhuisde het bedrijf naar het vliegveld van Hoogeveen dat met zijn grasbaan uitermate geschikt was om met oldtimers vanaf te opereren.

Vaak verkeren de toestellen als ze vanuit de hele wereld bij ATN arriveren in bijzonder slechte conditie. Na jaren ergens in een hoek van een schuur of in de buitenlucht in opslag te hebben gelegen is de term ‘wrak’ zeker van toepassing. Soms moeten, voor er met de eigenlijke restauratie kan worden begonnen, zelfs eerst nog wat boomtakken verwijderd worden die dwars door vleugels of romp heen zijn gegroeid. Na bij ATN onder handen genomen te zijn door Van Egmond en de zijnen, zien ze er echter weer als nieuw uit. Sterker nog: Van Egmond durft de stelling aan dat een gerestaureerd vliegtuig, dat door zijn bedrijf opgeleverd wordt, in betere conditie verkeert dan toen het –pakweg- zestig jaar daarvoor de fabriek verliet.

Hij noemt ‘zijn’ vliegtuigen dan ook met nadruk ‘oldtimers’ en niet ‘oude vliegtuigen’, zoals ze in de volksmond vaak genoemd worden. Van Egmond: “Bij de term ‘oude vliegtuigen’ wordt vaak gedacht aan krakkemikkige toestelletjes, maar vliegende oldtimers moeten gewoon aan dezelfde zware eisen op het gebied van de vliegveiligheid voldoen als moderne vliegtuigen.