Laatste Friese F-16’s vandaag vertrokken: Hoogeveensche Courant vloog met de Leeuwarder F-16’s de wereld over

Liefst 42 jaar lang is de Vliegbasis Leeuwarden officieel een F-16 basis geweest. Aan dat tijdperk zou afgelopen donderdag een eind komen met een feestelijke ceremonie. Maar het liep anders. Een ongeval met een Belgische F-16 op de Friese basis gooide roet in het eten. Gelukkig waren er daarbij geen dodelijke slachtoffers te betreuren, maar een en ander zorgde er wel voor dat het afscheid van de laatste F-16’s uitgesteld moest worden. En vandaag heeft dat afscheid dan alsnog plaatsgevonden.

Twee Leeuwarder F-16's taxiën naar de startbaan van de woestijnbasis Nellis in de VS. Op de achtergrond de miljoenenstad Las Vegas.

Twee Leeuwarder F-16's taxiën naar de startbaan van de woestijnbasis Nellis in de VS. Op de achtergrond de miljoenenstad Las Vegas. Foto: Gerrit Boxem

In een grote formatie vlogen de laatste Leeuwarder F-16’s vanmorgen nog één keer over hun oude thuisbasis, voor ze vertrokken naar de vliegbasis Volkel waar ze nog drie jaar dienst zullen doen voor ze vervangen zullen worden door de F-35. In het kader van dat afscheid blikken we in Luchtpost terug op de 42 jaar dat ik als luchtvaartjournalist voor de Hoogeveensche Courant de F-16’s van de Vliegbasis Leeuwarden regelmatig van dichtbij in actie heb gezien.

7 juni 1979

Het begon allemaal toen ik uitgenodigd werd om de aankomst bij te wonen op 7 juni 1979 van de allereerste F-16 op de basis Leeuwarden. Dat was een historische dag, waarop zowel de voorstanders als de tegenstanders van het nieuwe gevechtsvliegtuig van zich lieten horen. Vanaf 1979 werden de Leeuwarder F-16’s bekende verschijningen in het luchtruim boven Hoogeveen. Tot 1990 was de Koude Oorlog was nog volop aan de gang en de F-16’s vlogen in die periode vrijwel dagelijks laag over onze woonplaats. Er moest met de nieuwe jager uiteraard volop geoefend worden door de pas omgeschoolde vliegers en het merendeel van de burgerbevolking zag daar de noodzaak ook wel van in. Pas na het eind van de Koude Oorlog groeide de tegenstand onder de bevolking en vonden de oefeningen steeds vaker boven zee plaats.

Vredesmissies

Toen de Koude Oorlog in 1990 voorbij was, kwam er een belangrijke nieuwe taak bij voor de Leeuwarder F-16’s: vredesmissies uitvoeren in NAVO-verband. Niet alleen het eigen luchtruim moest verdedigd worden tegen aanvallers, maar ook elders in de wereld moest opgetreden worden tegen agressie. Eén van die plekken waar dat gebeurde was Bosnië. Leeuwarder F-16’s werden daarbij vanaf de Italiaanse vliegbasis Villafranca ingezet om een vliegverbod af te dwingen boven Bosnië, een land dat tot dan toen meedogenloos werd gebombardeerd door de Servische luchtmacht. Toen in augustus 1995 een aantal Leeuwarder F-16’s was gestationeerd op Villafranca, mocht ik daar voor de Hoogeveensche Courant een kijkje nemen. Het eerste dat me opviel was dat, waar je ook keek op de basis Villafranca, je overal de ‘ pompeblêden’ zag. Juist ‘in den vreemde’ blijken symbolen van thuis het goed te doen. Het maken van foto’s van de Nederlandse F-16’s op Villafranca was overigens nog lang niet gemakkelijk. Een nieuwe Italiaanse basiscommandant had de veiligheidsregels flink aangescherpt, waardoor ik niet meer dan één F-16 per keer op de foto mocht zetten en beslist geen gebouwen. Mij werd aangeraden goed naar de Italiaanse veiligheidsman te luisteren die met me meeliep, want ik zou niet de eerste journalist zijn die filmpjes én fotocamera zou moeten inleveren, als ik zijn aanwijzingen niet precies zou opvolgen.

Kou

Dat fotograferen van luchtmachtvliegtuigen was geen probleem toen ik in het kader van een reportage voor de Hoogeveensche Courant in maart 1996 de Leeuwarder F-16’s achterna reisde naar de in Noord-Noorwegen gelegen Vliegbasis Bodø. Daar leerden de Leeuwarder F-16 vliegers hoe ze moesten vliegen onder winterse weersomstandigheden. Alleen al het navigeren boven een eindeloze woestijn van sneeuw en ijs is voor de vliegers een uitdaging en niet te vergelijken met het vliegen boven Nederland en Duitsland met hun vele duidelijke oriëntatiepunten. De Leeuwarder vliegers leerden met hun F-16’s ook te starten en landen op besneeuwde banen. Eén van de Leeuwarder vliegers: “In Nederland betekent sneeuw op de baan niet vliegen. Hier kan dat wel door een speciale techniek die de Noren hebben ontwikkeld om een baan minder glad te maken. Daartoe strooien ze zand op de baan dat vervolgens met branders wordt gesmolten. Het gevolg is dat het oppervlak van de baan op schuurpapier gaat lijken. Een ideale anti-sliplaag.”

Hitte

Voor mij de ultieme perstrip met de Leeuwarder F-16’s ging naar de Vliegbasis Nellis in de Nevadawoestijn (USA) waar de grote internationale luchtmachtoefening Red Flag plaatsvond. Leerden de Leeuwarder F-16 vliegers in Noorwegen om te gaan met de kou, in Nevada leerden ze omgaan met de brandende hitte. Een van de Friese F-16 monteurs: “Soms is het hier boven de 60 graden. Met zo’n temperatuur moet je zelfs uitkijken welke schoenen je aantrekt, want die hitte van het beton gaat gewoon door sommige schoenen heen. Op Nellis kan het zo heet zijn dat de monteurs hittebestendige handschoenen moeten dragen omdat de vliegtuigen niet meer met blote handen aangeraakt kunnen worden. Op een F-16 vleugel kun je dan gemakkelijk een eitje bakken. Daarom stond ik vreemd te kijken toen ik één van de monteurs midden op de dag op een onder de vleugel hangende brandstoftank zag zitten. Toen ik hem vroeg of dat niet vragen om blaren op de billen was, vertelde hij me dat er even tevoren ijskoude brandstof in de tank was gegooid en dat het juist heerlijk fris was om hier even te zitten. Tja, zo had iedereen op Nellis zijn eigen trucjes om de woestijnhitte te overleven.

Ook in de toekomst zullen de Leeuwarder luchtmachtvliegers overal ter wereld acte de presence geven, maar voortaan dan niet meer met de F-16, maar met de F-35. Ik hoop daar voor de Hoogeveensche Courant nog regelmatig verslag van te kunnen doen.