Klaas Blokzijl, Nieuweroord en het rode verzet - Steunpunt voor de drie noordelijke provincies

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: Klaas Blokzijl en het verzet in WO2

Oud Nieuweroord, in de dagen dat Klaas Blokzijl er woonde.

Oud Nieuweroord, in de dagen dat Klaas Blokzijl er woonde. Foto: Archief Albert Metselaar

In de geschiedenis van het verzet in de Tweede Wereldoorlog zijn nogal wat zaken onderbelicht gebleven of door emoties sterk één kant opgetrokken. Wat bij onderzoek al gauw duidelijk wordt, is dat HET verzet niet bestond. Er waren meerdere lijnen. Zo lezen we vrijwel nooit over het verzet rondom ‘De Waarheid’, een illegale krant uit linkse hoek die later officieel het orgaan van de CPN werd. In de oorlog was deze onderduiklijn een mix van linkse SDAP’ers en communisten. Maar ook de lokale leider van de groep, Klaas Blokzijl te Nieuweroord, was toen nog ‘gewoon’ SDAP. De Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) is na de oorlog opgeheven en grotendeels opgegaan in de PvdA. Een deel van de partij werd CPN. Maar een deel van de mensen rond ‘De Waarheid’ bleef ook toen ‘gewoon’ PvdA. Oorlog bracht mensen in ieder geval bij elkaar, in een lijn die buiten de grote Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers om ging.

Klaas Blokzijl

Klaas Blokzijl (geb.2-3-1887), alias ‘De Snelle’, woonde op de noordkant van de Hoogeveense Vaart te Nieuweroord, op nummer 67. Met ‘De Snelle’ werd bedoeld dat hij volgens anderen nogal traag was. Hij was voor de oorlog jaren- SDAP-gemeenteraadslid te Hoogeveen. Zijn naam staat vermeld op de gedenksteen in de hal van het in 1940 in gebruik genomen gemeentehuis. Daarnaast was hij voorzitter, secretaris of bestuurslid van verschillende verenigingen: van Opbouw Drenthe, van de plaatselijke NVV-landarbeidersbond, van de plaatselijke SDAP, van het Crisiscomité, van het plaatselijke Groene Kruis en van de Veilingvereniging. Zijn vrouw, Trijntje Blokzijl-Pastoor (geb.1891), stond hem bij in zijn activiteiten en stimuleerde hem. Ze trad op voor vrouwenemancipatie en vertegenwoordigde ter plaatse de Nieuw Malthusiaanse bond. Als overtuigd SDAP’er liep Klaas in de 30’er jaren met een gebroken geweertje op de borst.

Belangrijke contacten in een onderduikerslijn

Klaas en Trijntje werden in de bezettingsjaren belangrijke contacten in een onderduikerslijn, deels samenwerkend met de LO, maar vooral vrij zelfstandig werkend, en actief in linkse kringen. Dit kwam door hun zonen Aaldert en Berend. Aaldert was werkzaam op het distributiekantoor van Oosterhesselen. Een andere zoon, Berend (geb.1918), verkeerde in CPN-kringen. Hij was vanaf zijn 14e werkzaam als landarbeider, net als zijn vader, en volgde de 5-jarige avondambachtsschool. Daarna kwam hij als bankwerker in een fabriek. Berend was lid van het NVV en enige tijd bode van de NVV landarbeidersbond. Later sloot hij zich aan bij de AJC en de SDAP, waar zijn vader raadslid voor was. In de meidagen van 1940 vocht hij bij de Maasbruggen in Rotterdam. Kort na de februaristaking van 1941 vertrok hij naar Amsterdam. Al spoedig nam hij deel aan het werk voor de illegale krant ‘De Waarheid’. Hij werd belast met de organisatie van de verspreiding van de krant in de Amsterdamse metaalbedrijven. Maar via deze krant was hij ook de link tussen Amsterdam, de CPN en Hoogeveen en omstreken. Net als zijn vader en broer Aaldert was hij in die dagen geen lid van de CPN. Het was ‘De Waarheid’ van de CPN die hen bond en die vele anderen een band gaven. De lijn Amsterdam-Hoogeveen liep over de broers Blokzijl.


Aaldert Blokzijl: “Voor de landelijke illegale krant De Waarheid hadden twee verbindingspersonen uit de stad Groningen contact met mij, een man (“instructeur”) en een vrouw (“koerierster”). Een van hen had rechtstreeks verbinding met de landelijke illegale leiding en alles wat daaraan vast zat (Sol-fonds, Raad van Verzet e.d.). Via hen kwamen de (regelmatig bezorgde) oplage van De Waarheid, een FM-revolver, verzoeken om geld en dergelijke binnen. Daarbij werd een grote voorzichtigheid in acht genomen. De illegale organisatie zat wat dit betreft zo in elkaar dat verraad de minst mogelijke gevolgen had. Los van de verbinding met “Groningen” waren er rechtstreekse persoonlijke contacten met verzetsmensen in Amsterdam, die ik via mijn broer Berend had leren kennen.”

Politieke achtergrond van de onderduikers

Aaldert bracht zijn vader voor het eerst een onderduiker in 1942. Aaldert vertelde over de politieke achtergrond van de onderduikers: “De meeste onderduikers waren partijloos. Er zat van alles tussen, ook mensen van de Sociaal-Democratie, liberalen, AJC-ers etc. Daarnaast was er een enkeling communist. Trouwens, er werd tijdens het illegale werk nooit gevraagd naar geloof of partij. Er gold slechts één ding: ben je een slachtoffer van de bezetter / handlangers; ben je anti-fascistisch!” De onderduikers werden ondergebracht via het sociale netwerk dat een vooraanstaand SDAP’er als Klaas Blokzijl in zijn omgeving had opgebouwd, en daardoor dus ook vaak in SDAP-gezinnen. Een enkele keer moest iemand elders worden ondergebracht. Aaldert: “Het ging om een Joodse man die voor onderduikadres en voor zichzelf, wegens zijn opvallende invaliditeit, een te groot risico werd voor hemzelf en het schuiladres, en vanuit ons adres in een beter schuiladres in de stad Hengelo werd ondergebracht.”

Henk Goudkuil kon altijd terecht bij Klaas Blokzijl in Hoogeveen

Vanaf maart 1944 was Henk Goudkuil door de RVV, de Raad Van Verzet, toentertijd een verzetsgroep van de CPN, aangesteld als coördinator van het verzet in het noorden van ons land. Henk Goudkuil (1916-1999) had één centraal punt, waar hij altijd terecht kon. Hij vertelde daarover: “Verantwoordelijk voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Ik had slechts één adres. Ik heb vaak honger gehad, dan ging ik in de buurt van Hoogeveen bij de ouders van Berend en Aaldert Blokzijl langs. Aaldert was ambtenaar op een distributiekantoor en drukte daar voor de partij kaarten achterover.” Herinneringen van Henk Goudkuil werden meegenomen in een historisch overzicht van de CPN (Ger Verrips: ‘Dwars, Duivels en Dromend’, blz. 193) Nu we dit zo lezen weten we ook dat Aaldert Blokzijl bescheiden was, toen hij vertelde dat ‘mensen op distributiekantoren voor de nodige bonnen zorgden’. Hij was zelf één van die mensen. Hij werkte op het distributiekantoor van de gemeente Oosterhesselen. Via Henk Goudkuil weten we nu dat Klaas Blokzijl heel dicht bij het vuur zat van het landelijke rode verzet. Zijn huis was eet- en rustplek voor de coördinator van de noordelijke provincies. Wat landelijk werd besproken, en plaatselijk van belang was, kon een paar dagen later al gedeeld worden. Voor zover men deelde, in oorlogstijd. “Zwiegen doej allint, zingen doej mit menaar”, zei mijn grootvader. Alles wat je niet deelde, kon iemand ook niet onder druk vertellen. Ook deze rode lijn kreeg zijn klappen.