José Pouwer uit Hollandscheveld is fasciatherapeut en osteopaat… voor paarden: ‘Een ontspannen paard is een gezond paard’

De afgelopen periode hebben we meer kunnen zien en horen van paardensport en helaas niet altijd op de meest positieve manier. Daarmee laait ook direct de discussie op: is paardrijden wel een sport? Wordt er wel genoeg gekeken naar de gezondheid van het paard? Wie daar meer over kan vertellen is José Pouwer uit Hollandscheveld, paardensporter in hart en nieren, maar ook osteopaat: paardenosteopaat.

Osteopaath José Pouwer, paard Neo en Puck Kromkamp.

Osteopaath José Pouwer, paard Neo en Puck Kromkamp. Foto: Andre Weima

Osteopathie, naast fysiotherapie komen steeds meer mensen hiermee in aanraking. We willen fit worden en blijven. Met sporten komen beperkingen in het bewegingsapparaat eerder naar boven dan tijdens een zittend bestaan. Osteopathie gaat van de veronderstelling uit dat een verminderde beweeglijkheid van weefsels en structuren in het lichaam een nadelige invloed op de gezondheid heeft. Als mens kunnen we dus baat hebben bij een behandeling, maar een paard natuurlijk ook.

Liefde voor hengsten

„Ik ben dol op paarden en heb altijd met paarden gewerkt bij een hengstenhouderij. Daar heb ik mijn liefde voor hengsten opgedaan en dan met name voor het Spaanse type”, vertelt José. „Samen met andere liefhebsters heb ik 12 jaar in het Demoteam Alegría gereden. Dit stopte in 2017. Als je leven zo met paarden verweven is, dan zorg je er net zo goed voor als voor je eigen familie. Ik kreeg meer tijd en naast trainen wilde ik me gaan verdiepen in de gezondheid en het gezond houden van een paard, zodat ze fijn en zonder gebreken oud kunnen worden.”

José had tijdens haar werk en het revalideren van paarden ook kennisgemaakt met de osteopathie. De meeste paardenosteopaten hebben eerst humaan fysiotherapie gestudeerd om vervolgens een applicatiecursus osteopathie voor paarden te doen, maar die leerweg paste niet bij José. Ze vond wat ze zocht bij de Hypo Sofia Academy, die studenten zonder voorkennis opleidt tot volwaardig paardenosteopaat. „Dat was een zware klus, want je moet ieder botje, spiertje, peesje en nog veel meer van het paard in je hoofd stampen”, blikt José terug. „Een acht is niet voldoende, alleen met een tien weet je echt alles en grijp je letterlijk niet op de verkeerde plaats tijdens je manipulaties.”

In het (semi)wild opgegroeid

Ondertussen had José een nieuwe hengst op stal, Neo. Een Azteca, dat een Mexicaans ras is dat zich ontwikkeld heeft uit de paarden die door de Spaanse conquistadores geïntroduceerd waren. „Helaas kon ik hier in Nederland geen Azteca vinden, maar na lang zoeken vond ik Neo dankzij de hulp van Myra LeJeune, in Zuid-Frankrijk. Hij is daar in het (semi)wild opgegroeid en was nog nooit met mensen in contact geweest. Ik dacht dat ik wel wist hoe ik met hengsten om moest gaan, maar met Neo moest ik echt terug naar de basis: een wild paard, voor niets en niemand bang.”

Voor haar eindscriptie zocht José een onderwerp en kwam uit bij bindweefselmanipulatie en met name de bindweefselplaat in de rug van het paard: de fascia. Het losmaken van deze fascia en het bindweefsel tussen spieren, is erop gericht het herstel na (top)sportinspanning of blessures te ondersteunen en versnellen. „Voor die scriptie had ik een grote onderzoeksgroep nodig. Dat lijkt in Nederland geen probleem, maar voor een onderzoek moeten de omstandigheden zo gelijk mogelijk zijn. Naast mijn studie deed ik ook onderzoek naar de herkomst van de Azteca en kreeg zo contact met Tru Miller, fokster. Zij nodigde mij uit voor een nadere kennismaking. Op een grote fokkerij kon ik met 50 paarden, die onder gelijke omstandigheden leefden, mijn vergelijkend onderzoek doen. Een groep jonge onbeleerde paarden, een groep bereden paarden en een groep drachtige merries, mooier kon ik niet wensen. En wat bleek, mijn idee over de invloed van de fascia en het loswerken daarvan, op de beweeglijkheid bleek tot bijna 100 procent significant te zijn!”

‘Rust roest’

Haar eindscriptie resulteerde in een boek en het geven van bijscholing voor osteopaten. „Bij de topsporters is het heel gebruikelijk om alles in te zetten voor het ontspannen van spieren en de tussenliggende weefsels, maar bij paarden komt het vaak neer op in de wei zetten en rust geven, terwijl dit vaak een averechtse uitwerking heeft. Ook bij mensen zien we dat ‘rust roest’ en dat zo lang mogelijk op aangepaste wijze belasten en bewegen ons het langst fit en beweeglijk houdt. Door de fascia los te werken, kunnen ze zich beter ontspannen, gaan makkelijker bewegen en zo sneller herstellen. Er is zelden een vervolgbehandeling. Wel is het belangrijk op de juiste wijze passend bij het paard en zijn biomechanica te trainen. Als je met een Twingootje in de Formule 1 gaat rijden, blijft er niet veel van over. Met ons en onze paarden is dat net zo”, gelooft José stellig.

Zo kwam de jonge Endurance-amazone Puck Kromkamp (13) uit Hooghalen met José in aanraking. „Mijn ouders zijn beiden actief in de paardensport en ik kreeg al gauw mijn eigen pony. Onze buurvrouw durfde eigenlijk niet goed alleen op buitenrit en ik ging met haar mee. We maakten lange ritten. Je paard kan dan op een heel natuurlijke wijze lopen en zolang je meegaat in de beweging kunnen ze dit net als in de natuur ongelooflijk lang volhouden”, weet Puck als geen ander. „Het paard van mijn ritmaatje raakte kreupel vlak voor een officiële rit. Die heb ik toen alleen gedaan, ik had die trainingskilometers toch al gemaakt. Dit beviel zo goed dat ik verder ben gegaan met Endurance, waar ik nu in de internationale jeugdrubriek 100 kilometer uitkom.”

Ondersteuning thuisfront

Puck vervolgt: „De meeste paarden vinden het buitenrijden geweldig, dus het kost behalve pijnlijk zitvlees, geen moeite om te doen. Het ging eigenlijk zo goed, dat ik met mijn pony snel winst behaalde en doorstroomde naar de hoogste categorie. Op mijn tiende werd ik bij de bond uitgenodigd om deel te nemen aan het Perspectieven Plan. Hierin krijg je begeleiding vanuit de bond en word je geholpen met het plannen van je trainingen en de voorbereiding op grote wedstrijden.” Gelukkig hadden de ouders van Puck geen bezwaar, want op zo’n jonge leeftijd, en wedstrijden die meestal verder weg verreden worden, kom je er zonder de ondersteuning van het thuisfront niet.

„In Nederland werd éénmaal per jaar een grote wedstrijd georganiseerd, niet door de bond, maar door een zelfstandige operator. Deze is er sinds vorig jaar mee opgehouden, dus zijn de wedstrijden altijd in het buitenland. We gaan dan de dag voorafgaand weg, want de paarden worden bij aankomst direct veterinair gekeurd. De volgende ochtend is de start al om 6 uur. Alles bij elkaar zit je bijna 7 uur op je paard als je een wedstrijd van 160 kilometer rijdt. Tussendoor zijn er pauzes waarin je je paard moet koelen, daar komt veel water aan te pas, aangereikt door je grondteam. Het tuig is van kunststof omdat leer door al dat water snel kapot zou gaan. Ik wissel ook van schoenen, ik heb een hekel aan natte voeten”, grinnikt Puck.

„Het paard krijgt een droog dekje, een droge singel en de mogelijkheid te drinken en dan weer door. Tijdens het rijden houd je de hartslag van je paard goed in de gaten en pas je het tempo waar nodig aan.” Puck vindt het de normaalste zaak, dat er heel wat denk- en rekenwerk bij komt kijken, maar natuurlijk ook een goed gevoel en getraind lichaam. „Afgelopen voorjaar heb ik een nieuw paard, Ugo de Jass (13), gekregen. In Frankrijk zochten ze een nieuwe ruiter voor hem. De oproep werd in de groepsapp van Perspectieven geplaatst en ik wist direct: ‘die is voor mij!’ Mijn ouders stemden ermee in, op voorwaarde dat ik me serieus op de training zou richten en dat we er alles aan zouden doen om Ugo gezond en fit nog jarenlang als Endurance-paard te hebben.”

‘Losser in de jas’

Zo kwam José in beeld om het team compleet te maken. „Zoals gezegd is het belangrijk om je paard goed voor te bereiden op een wedstrijd, maar de nazorg is niet minder belangrijk”, verduidelijkt José. „Een (ouder) paard is niet gebaat bij alleen maar rust. In de training werk je aan spieropbouw en uithoudingsvermogen. Tijdens een wedstrijd van 100 tot 160 kilometer verbrandt het paard, net als een marathonloper, spierweefsel. De afvalstoffen die hierbij vrijkomen moeten via de fascia afgevoerd worden. Hoe beter de conditie, hoe makkelijker dit gaat, maar tijdens een wedstrijd treedt er hoe dan ook ‘verzuring’ op, oftewel ophoping van afvalstoffen. Na de wedstrijd is het losmaken van die vastgelopen spieren (door het uitdrogen van de fascia), die wij kennen als stijfheid of zelfs spierpijn (kleine scheuringen in het spierweefsel), dus heel belangrijk voor een goed herstel. Daar komt mijn expertise bij van pas. Door het voorzichtig loswerken van de spierlagen help ik het paard met dit herstel. Door het manipuleren van de fascia komt het dier zichtbaar ‘losser in de jas’ te zitten en is er een betere doorstroming van vocht en bloed. Je ziet letterlijk het paard daarna ontspannen. Dat geeft een heel voldaan gevoel.”

Dat de training en de verzorging goed in balans zijn, bleek wel bij de eerste wedstrijd waar Puck en Ugo aan deelnamen. „Klopt”, glundert Puck. „De bedoeling was om de wedstrijd gewoon uit te rijden en goed door de afsluitende veterinaire keuring te komen. Vooral dat laatste is heel belangrijk en volgens mij bij Endurance het best geregeld van alle takken van de paardensport. Bij de tussentijdse pauzes en als je over de finish komt zijn er controles van je paard: hartslag, ademhaling en of ze niet kreupel zijn. Het hele tuig is op die controle ingesteld, in de laatste meters kan ik de meeste clips al losmaken, zodat binnen een paar seconden het hoofdstel in een bitloos halster verandert en het paard echt nergens meer door gehinderd wordt. Als je paard niet door de keuring komt, kun je nog zo goed gereden hebben, toch word je gediskwalificeerd. Ugo kwam niet alleen glansrijk door de keuring, maar ik won als jongste deelnemer ook nog eens van alle internationale toppers. We zijn hier supertrots op en willen dit natuurlijk zo lang mogelijk samen voortzetten. José gaat volgende keer mee, om alles van dichtbij te bekijken.”

‘Vrijheid is belangrijk’

José knikt instemmend. „De bespiering van een Endurance-paard is heel anders dan bij de rijpaarden die ik normaal behandel. Ook ik kan hier nog heel wat leren. Wat ik mooi vind is dat het paard op de meest natuurlijke wijze beweegt. De ruiter zit er op om de weg te wijzen, maar moet verder zo min mogelijk invloed op het bewegen zelf hebben. Alleen een paard in het wild kan zo vrij bewegen. Dat dit ook in een sport tot uiting komt vind ik een prachtige invulling van ‘lol met je knol’ die meer ruiters met hun paarden zouden kunnen doen. Misschien niet zulke afstanden hoor, want ik heb zelf na twee uur al zadelpijn, dus die uren van Puck zie ik niet zitten, maar die vrijheid is belangrijk. Voor ons eigen brein, maar zeker ook voor een blij, gezond en ontspannen paard.”

Wat is Endurance?

Wat is Endurance: Endurance, het woord zegt het al: uithoudingsvermogen. De paarden die aan deze tak van de paardensport (overigens geen Olympisch onderdeel) deelnemen zijn over het algemeen Arabieren of Anglo-Arabieren, licht gebouwde pezige paardjes met een ongelooflijk goed uithoudingsvermogen. In de lichtste categorie wordt er toch al 20 tot 30 kilometer afgelegd met 2 à 3 koel- en pauzemomenten met een gemiddelde snelheid van 10 tot 22 kilometer per uur. In de hoogste categorie is dit internationaal 100, 120 tot wel 160 kilometer.