Hoogevener Eppe Trompetter handelt al zestig jaar in vee: ‘De veehandel is enorm veranderd’

De 75-jarige veehandelaar Eppe Trompetter kocht op achtjarige leeftijd al zijn eerste koe. Vanaf zijn vijftiende werd het zijn werk en tot op de dag van vandaag handelt de geboren Hoogevener nog steeds in vee. Trompetter denkt met weemoed terug aan de veehandel van vele jaren geleden. „De veehandel is in die jaren enorm veranderd en mijns inziens niet ten goede,” stelt hij spijtig.

Eppe Trompetter handelt al zestig jaar in vee. Daarnaast is zijn grote hobby tuinieren.

Eppe Trompetter handelt al zestig jaar in vee. Daarnaast is zijn grote hobby tuinieren. Foto: André Weima

De veehandel kreeg Eppe met de bekende paplepel ingegoten, want zijn vader was ook veehandelaar en nam zijn zoon al vroeg mee naar veemarkten. Eppe werd geboren aan de Bentinckslaan en verhuisde naar een boerderij aan de Wolfsbosstraat. „Mijn eerste koe kocht ik op mijn achtste op een veemarkt in Zwolle voor 800 gulden,” herinnert hij zich.

Boerenopstand in Hollandscheveld

Na de Hervormde school 1 bezocht Eppe de ULO met als directeur Bootsma. Dat hij de opleiding niet mocht afmaken had zijdelings te maken met de boerenopstand in Hollandscheveld. „Dick van Slochteren kwam bij me langs en hij zei dat hij naar de vrije boeren in Hollandscheveld ging. Ik ging mee en we hebben onderweg op het ijs gelopen. De uitzetting van boeren uit hun huis was een hele happening met veel politie en Mobiele Eenheid. De bewuste boeren wilden de premie van Het Landbouwschap niet betalen.”

De volgende dag op school kreeg hij vragen van Bootsma en leraar Aardema over waar hij de vorige dag was. ,,Ik zei dat ik niet lekker was. De leraar liet mij een krant zien met een foto van de boerenopstand. Wie is dat dan? riep hij. Ik bleek op de foto te staan en werd naar huis gestuurd. De volgende dag kwam er een brief van school en die kon onderschept worden. Een paar dagen later kwam er weer een brief en die zag mijn moeder. Daarin stond dat ik van school verwijderd was. Ik zat in de eindexamenklas, maar heb de opleiding dus niet afgemaakt. Mijn vader zei: ga de mest maar afvoeren. Vanaf dat moment was het werken op de boerderij en in de veehandel.”

Veemarkten

Eppe bezocht wekelijks veemarkten in Hoogeveen, Groningen, Zwolle en Leeuwarden. „Eerst handelden we in gebruiksvee, maar later breidden we dat uit met slachtvee. We gingen ook de boer op en bezochten boeren om vee te kopen. Op die manier bouwden we een vaste klantenkring op.”

Wekelijks liep Trompetter met koeien vanaf zijn huis naar de veemarkt bij zaal Royal en later de Mauritshal. „Onze zoon en dochter gingen ook wel eens mee naar de veemarkt en zij kregen bij een koop zogenaamd zegengeld, een soort fooi. Alles werd in die jaren nog met contant geld betaald. Zij hebben soms veel verdiend,” lacht hij.

Na zestig jaar handelt Eppe nog steeds in vee, maar hij constateert dat de handel drastisch is veranderd. „Na mond- en klauwzeer moesten veel veemarkten dicht. Je mocht het geen markt meer noemen, maar een verzamelplaats. Vroeger had je kleine bedrijven met bijvoorbeeld 25 koeien, nu zijn de boerderijen veel groter met soms 1200 runderen. Door de regelgeving wordt de handel voor ondernemers steeds moeilijker. Een kalf moet nu vijftien dagen oud zijn, voordat hij vervoerd mag worden. Het transport van vee is aan strenge eisen gebonden. Als je dat niet doet kun je zeer hoge boetes krijgen. Dat wordt soms te scherp beoordeeld. Natuurlijk moeten er regels zijn, maar ze moeten wel uitvoerbaar zijn.”

Rechten

In 1991 kreeg de Stichting Veemarkt Hoogeveen met veel moeite de rechten van de gemeente, waarna de stichting de markten organiseerde. „In 2002 hebben we de rechten teruggegeven en daar heb ik nog steeds spijt van,” bekent hij. ,,Ik denk vaak: hadden wij die rechten nog maar. Niet dat wij dan markten gaan houden, maar alleen het idee dat je de rechten hebt, waar we zoveel moeite voor hebben moeten doen.”

‘Mooiste dag van de week’

Op zijn 75 ste jaar gaat hij zo’n twee of drie keer per week de boer op om te handelen in vee. „Het systeem van kopen en verkopen is erg veranderd. Heel veel gaat tegenwoordig telefonisch. Soms komen de handelaren niet eens meer kijken naar de koeien. Verkoop gaat vaak op basis van provisie. De koeien gaan nu rechtstreeks naar de slachterij en de boer wordt betaald per geslachte kilo en op basis van de kwaliteit van de koe. Elke woensdagavond bezoek ik de verzamelplaats in Leeuwarden. Daar wordt gehandeld met een vaste klantenkring. Je koopt koeien en probeert ze met winst door te verkopen. Het persoonlijke contact tussen boeren is fantastisch. Woensdag is de mooiste dag van de week,” glimlacht hij.

Voetbal

Naast zijn werk speelde voetbal ook een belangrijke rol in zijn leven. Op zijn twaalfde werd hij lid van HZVV, waarna hij de overstap naar vv Hoogeveen maakte. „Bij HZVV speelde ik vaak in het tweede en zat vaak op de reservebank bij het eerste. Het was voor mij moeilijk in het eerste elftal te komen. Bij Hoogeveen heb ik wisselend in het eerste en tweede gespeeld. Met mijn broer Geert heb ik nog samen gespeeld in Hoogeveen 1. In 1968 brak ik mijn been op het veld in het Spaarbankbos, dat overigens een prachtplek was.”

Na zijn herstel voetbalde hij rustig verder en speelde in het vierde en later tot zijn 51 ste in het veteranenelftal. Zijn broer Geert speelde in de jaren ’60 in Olhaco 1 en speelde thuiswedstrijden in Coevorden. Ook Eppe was dan van de partij. „Schitterende wedstrijden waren dat met heel veel publiek. Bij uitwedstrijden ging ik ook wel mee in de auto. De jongens zongen dan altijd ‘Oh denneboom, oh denneboom, wat zijn je takken wonderschoon’. Dat was een mooie tijd.”

Fietsen

Eppe en zijn vrouw Alie zijn fietsliefhebbers en hebben samen al heel wat fietstochten achter de rug. „We hebben veel tochten gefietst in binnen- en buitenland, zoals de Elfstedentocht, rond de Bodensee, rond het Veluwemeer, het Pieterpad en een tocht door Luxemburg.”

Eppe en zoon Erwin hebben een keer per fiets de Alpe d’Huez bedwongen. „Later hebben we vijf keer op de fiets de Mont Ventoux beklommen voor KWF Kankerbestrijding. Alie heeft de berg in Frankrijk vier keer per voet bedwongen. Er viel onder de deelnemers geen ongetogen woord, wat een eenheid was dat. Die geweldige sfeer heeft ons erg gemotiveerd. Erwin heeft de berg op één dag wel eens vier keer opgereden. Tegenwoordig maken we met een groep elke zondag een tocht op de racefiets.”

Een andere grote hobby van Trompetter is tuinieren. „Ja, ik mag graag tuinieren. Het geeft mij rust. Ik ben wel perfectionistisch, onkruid krijgt geen kans in onze tuin. Met een tuin ben je nooit klaar, er is altijd wel iets te doen.”