Hoogeveen herdenkt wegvoeren honderden Hoogeveense Joden 79 jaar geleden: 'De rouw houdt nooit op'

Op 2 oktober 1942 moesten alle Joodse inwoners van Hoogeveen zich melden op het Marktterrein ter deportatie. Per brief hadden ze daartoe bevel gekregen. Ook de Joden die in werkkampen in de omgeving te werk waren gesteld, werden die dag in de al overvolle treinwagons richting Westerbork gepropt. Slechts een enkeling kwam levend terug. Het wegvoeren van Hoogeveners met een Joodse afkomst werd vrijdag herdacht in de voormalig synagoge aan de Schutstraat. Daarbij werden de namen voorgelezen van alle Joodse inwoners die het leven lieten; vermoord door de Duitsers.

Burgemeester Karel Loohuis begroet Truus Stern- Van Zuiden tijdens de herdenking in De Schutse in Hoogeveen.

Burgemeester Karel Loohuis begroet Truus Stern- Van Zuiden tijdens de herdenking in De Schutse in Hoogeveen. Foto: André Weima

In de zaal van De Schutse, zoals de voormalig synagoge tegenwoordig heet, zitten enkele tientallen personen. De hoofden van de mannen zijn volgens Joodse traditie afgedekt, meestal met een keppeltje. Toch is maar een deel van Joods bloed, want veel Joden heeft Hoogeveen niet meer na de holocaust.

De enige aanwezige Joodse die de oorlog in Hoogeveen heeft meegemaakt is de 95-jarige Truus Stern-Van Zuiden. Gezeten in een rolstoel, met haar inmiddels spierwitte haren achterovergekamd luistert ze met gesloten ogen naar het oplezen van de namen. Bijna 200 stuks. De namen klinken schijnbaar uit het niets. Ze rollen vanaf het balkon gesproken naar beneden, herinneringen met zich meenemend. De namen van de vermoorde Joodse kinderen worden opgelezen door een jong meisje. Als de lijst bij de Z aankomt slikt Truus een brok weg. Ook haar familie, Van Zuiden, overleeft grotendeels de oorlog niet.

Uitgestelde rouw

En wie het overleeft praat er vaak niet over, weet krijgsmachtrabbijn David Gaillard. Hij kent de oorlogstrauma’s vanuit zijn werk als geestelijk verzorgende. Hij kent de vraag: waar was God toen ik in Auschwitz zat? Vragen waar ook nu de rabbijn nog stil van wordt. Na de oorlog waren er geen uitvaarten, geen gelegenheid voor rouw. „Herdenkingen als deze zijn momenten van uitgestelde rouw. En je hoeft geen nabestaande te zijn om hierbij geraakt te zijn.”

Oplezen van de namen ontroert

Na afloop van de plechtigheid waar behalve burgemeester Karel Loohuis, krijgsmachtrabbijn David Gaillard en Albert Metselaar ook enkel nazaten het woord voeren vertelt Truus Stern- van Zuiden over de pijn die ze nog altijd voelt. „Het horen van de namen ontroert me heel erg. Familie, vrienden en vriendinnen, het blijft pijnlijk. Die rouw houdt niet op, ook niet na al die jaren. Hoe kan het ook anders als je zoveel familie verliest. 68 van mijn familieleden zijn vermoord. Ik ben de enige overlevende die hier zit.”

De 95-jarige praat veel over de oorlog en haar ervaringen, graag in het openbaar. Ze wil niet dat vergeten wordt wat het Joodse volk, maar ook de Sinti, Roma en homo’s is aangedaan. „Ook zij zijn vermoord.”

‘Ik was 14 jaar toen de ellende begon’

Truus zat in de oorlog jarenlang ondergedoken. „Ik was 14 jaar toen de ellende begon. Van mijn 15de tot mijn 18de zat ik zonder mijn ouders ondergedoken. Ik wist zoveel niet en vragen durfde ik ook niet veel.” In het voorjaar van 2018 verscheen het boek over haar leven, opgetekend door Wendy Geuverink. Truus is er nog altijd dankbaar voor. „We hebben er twee jaar over gedaan. Toen ze het manuscript klaar had, heeft Wendy mij het voorgelezen. Daar heeft ze een hele dag over gedaan.”

Nu 95 jaar oud, mist ze haar familie nog altijd. „Mijn vader was orthodox Joods en we hadden een koosjer huishouden. Als ik in Israël ben bij familie en de kleinkinderen zie met een keppeltje op tijdens de sjabbatavondmaaltijd, dan komt dat gevoel van vroeger weer terug. Ja, ik voel me nog 100 procent Joods.”

Hoogeveen blijft herinneren

Samen met oud-Hoogevener Herman Braaf, die vanwege de coronaregels niet naar Hoogeveen kon komen, is Truus nog de enige oud-Hoogeveense Jood die haar oorlogsherinneringen kan delen. Hoe lang nog? Maar dankzij diverse organisaties zal Hoogeveen de slachtoffer blijven herinneren. Ook volgend jaar, wanneer het 80 jaar geleden is dat de Hoogeveense Joden met de trein de duisternis werden ingestuurd.