Het verraad in Nieuwlande

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer het verhaal over onder anderen Bastiaan Bos en Evert Post.

Evert Post (links) en Bastiaan Bos (rechts).

Evert Post (links) en Bastiaan Bos (rechts). Archief Albert Metselaar

Het Rayon Hoogeveen van de LO, de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers. Omdat Nieuwlande binnen dit rayon mooi afgelegen lag, en de Duitsers vergeleken met andere gebieden goed in zicht waren als ze langskwamen, werden daar steeds meer mensen ondergebracht, als deel van het werk van het hele Rayon. Hoeveel niet-Joodse onderduikers er zijn geweest is niet meer na te gaan. Volgens ds.Hoogkamp, één van de leiders van de LO in Nieuwlande, had hij ergens in de 80 Joodse onderduikers, op het hoogtepunt. Verraad kon in een dergelijke omgeving vreselijke gevolgen hebben. En kleine opmerkingen blijken een heel drama te ontmaskeren. Zo vertelde mijn vader me over een man onder een deken. Dat was net genoeg om zelf op onderzoek uit te gaan, en het hele verhaal sluitend te krijgen. Het verraad van Christiaan Zwiep en de executies van de Grüne Polizei bij Nieuwlande.

Landarbeider

Christiaan Zwiep was geboren op 16 december 1908, op de wijken tussen Elim en Nieuwlande. Hij was getrouwd op 23 april 1927 met Zwaantje van der Meer, een dochter van Wolter van der Meer en Annigje Boertien. Zo kwam hij in de familie van de groepsadministrateur van de NSB van Hollandscheveld en omstreken. Dat was een oom van Zwaantje. Hij was tevens een beruchte landwachter. Christiaan probeerde aan de kost te komen als landarbeider. Hij was goed bekend in de Hoogeveense buitengebieden en wist als landarbeider heel wat van de boeren in en rond Nieuwlande. Christiaan en Zwaantje hadden acht kinderen. Zie alle monden maar eens te voeden, in moeilijke tijden. Maar er waren grenzen, behalve voor Christiaan.

Sander van Droffelaar was wachtmeester van de Staatspolitie en gedetacheerd bij de SD. Hij werd één van de beruchtste Drentse SD’ers. Goed in zijn werk en slecht voor de eigen Nederlandse bevolking. Over zijn relatie met Christiaan vertelde hij tijdens zijn eigen proces en dat van Christiaan. Hij had Christiaan leren kennen als een man die voor relatief weinig geld wel inlichtingen wilde verstrekken. Christiaan had een oproep van Van Droffelaar gekregen om in de Marechausseekazerne te verschijnen. Hij moest daar aan Van Droffelaar vertellen wat hij van een zekere Boer had vernomen. Christiaan vertelde tevens over meester Slik uit Elim, zodat daar diezelfde nacht nog een huiszoeking werd verricht. Christiaan had een schets getekend van een boerderij waar een huiszoeking moest worden verricht, terwijl hij voorts aangaf waar een geweer in een hoop turf was verborgen. Als Christiaan wist waar Joden ondergedoken waren, wist de SD het ook enige tijd later.

Door SD opgepikt

Hij deelde in 1944 tevens aan Van Droffelaar mee dat er levensmiddelenkaarten aan onderduikers waren verstrekt terwijl hij voorts mededeelde dat de onderwijzer Seine Otten te Nieuwlande onderdak verschafte aan onderduikers, extra bonkaarten had, uitdeelde aan onderduikers en zelf Joden in huis had. Bij de arrestatie van meester Otten was Sander zelf meegegaan. De SD wist de weg niet. Hij werd door de SD opgepikt, bij een overweg. In de wagen zat behalve Sander van Droffelaar ook de SD-agent Jan Lamberts. Op last van de SD was Christiaan onder een plaid gekropen. Die lag blijkbaar over de achterbank. Anderen spraken gewoon van een deken. Dat gaf Sander extra moed. Het was te licht, toen de SD Nieuwlande verkende, en Christiaan durfde eigenlijk niet. Hij was bang om herkend te worden. Sander sprak en was als was in de handen van de SD. Hij moest wel, hij durfde niet te zwijgen, zou Christiaan er later van zeggen. Voor zijn werk had hij in ieder geval f 20,- van de SD gekregen. Van onder zijn plaid wees Christiaan diverse woningen aan op Nieuwlande. Daarbij verried hij zijn eigen helpers. Dirktje Jantje Bovenkamp, de echtgenote van de onderwijzer Otten van Nieuwlande, vertelde de rechter later dat bij haar thuis doorlopend onderduikers waren opgenomen. Johannes Boer en ook Christiaan Zwiep kregen bonkaarten van haar man, maar op een gegeven moment kwam een schoonzuster van Zwiep met een boodschap van diens vrouw, dat Zwiep alles had verteld, en dat het gezin Otten „weg moest”. Helaas werden andere gezinnen niet ingelicht.

Christiaan Zwiep wees woningen aan in Hollandscheveld, Elim, Hoogeveen en Nieuwlande. Hij wees onder meer aan waar Johannes Post woonde, waar Hemke van der Zwaag woonde (later provinciaal BS-leider), wees op het pand waar Evert Egge Post en Bastiaan Bos ondergedoken zaten, en wees op het pand van Wessels. Daar werkte mijn vader.

Onder een deken

Het was enige dagen voor 15 augustus 1944 dat Albert Tichelaar tijdens zijn gang van of naar boer Wessels een auto zag rijden. Erin zat iemand in uniform, dus dat was oppassen. Het viel Albert Tichelaar op dat zo nu en dan iemand met een deken over zijn hoofd even omhoog kwam, door het raam van de auto keek, en dan weer wegdook. Albert Tichelaar herkende Christiaan Zwiep. Door wat Albert Tichelaar had gezien, kunnen wij nu de link leggen tussen de verslagen van de veroordelingen van Christiaan Zwiep en Sander van Droffelaar en de dood van Evert Egge Post en Bastiaan Bos.

Bastiaan Bos kwam uit Lexmond. Op zijn 17e kreeg hij een oproep om te werken in Duitsland. Er was een contact met Drenthe via predikanten. Bastiaans ouders wilden niet dat hij onderdeel werd van de Duitse oorlogsindustrie, en lieten hem onderduiken bij Jan Post, de broer van Johannes Post. Jan had een zoon van Bastiaans leeftijd: Evert.

Overvalwagens

En dan is het 15 augustus 1944. Het is vroeg in de ochtend De Grüne Polizei doet zijn werk volgens de gebruikelijke werkwijze. Plotseling verschijnen er enkele overvalwagens. De Grüne Polizei springt eruit en in weinig tijd wemelt het van de soldaten. Jan Post vlucht met Evert en Bastiaan de boerderij uit, het bietenland in. De Grüne Polizei schiet hen na. Evert en Bastiaan worden getroffen. Vader Post blijft staan. Hij wordt door de Duitsers erop uit gestuurd om een dokter te halen. Maar dat hoeft al niet meer. Eén van de officieren loopt naar de gewonde jongens toe en maakt ze beiden af met een nekschot. “Nu doet hij het weer!”, hoort een ooggetuige een van de soldaten zeggen. De officier heeft al vaker aangeschoten onderduikers bruut vermoord. Het zit blijkbaar in de aard van het beest. Het is 7 uur in de morgen dat bruut worden vermoord: Evert Egge Post, landbouwer, 19 jaar oud, zoon van Jan Post en Jantje Schuiling, en Bastiaan Bos, landbouwer, 19 jaar, zoon van Cornelis Bos en Aagje van Gils, uit Lexmond. Daarna is de onder andere de boerderij van Wessels aan de beurt. Mijn vader overleeft op het nippertje, en daardoor kan ik dit schrijven.