Het verhaal van de Molukse gemeenschap uit voormalig Nieuw-Guinea; ‘Moluccan moods, Moluccan roots’

De Molukken (Maluku) is een eilandengroep in het oosten van de Indische Archipel Wikipedia

In aanloop naar het 60-jarige jubileumfeest verschijnt er elke eerste woensdagkrant van de maand een stuk over de geschiedenis van Papoea vanuit het perspectief van de Nieuw-Guinea migranten. Er resteert weinig dat nog doet terugdenken aan de evacuatie vanuit Nieuw-Guinea, de huidige Indonesische provincie Papoea. Toch is er één zichtbare ‘lieu de memoire ’in Nederland die aan hun feitelijke overkomst uit deze laatste Nederlandse kolonie herinnert. Het betreft een gedenkteken in de poort van de Willem de Zwijgerkazerne in Wezep.

Vorig jaar is herdacht dat de komst van de KNIL- en Marine-Molukkers naar Nederland zeventig jaar eerder plaatsvond. De aankomst op 21 maart 1951 van SS Kota Inten aan de Lloydpier in Rotterdam markeert het begin van de Molukse gemeenschap in Nederland. Hoewel dit de aankomstdatum is van het eerste schip, worden ook Molukkers met een andere aankomstgeschiedenis, op 21 maart herdacht. Dit jaar is het zestig jaar geleden dat de Molukkers uit de toenmalige Nederlandse kolonie Nieuw-Guinea hier aankwamen.

Land van de morgenster

In Papoea, ‘land van de morgenster’, hebben zich door de eeuwen heen diverse culturen ontwikkeld met honderden talen en hun eigen identiteit. Langs de kust dreef men van oudsher kleinschalige handel, voornamelijk met de ruim duizend Molukse eilanden. Al lang voor WO II hadden Molukkers zich er zodoende gevestigd. Na Java is dat de grootste Molukse gemeenschap buiten de Molukken. De meeste Molukkers woonden in plaatsen als Merauke, Sorong, Manokwari, Hollandia en Biak.

De wereld attenderen op een guerilla-oorlog

Er zijn dus meerdere aankomstgeschiedenissen van Molukkers uit de Oost. De reikwijdte loopt van circa 1945 tot en met 1962. Een bijzondere groep vormden de leden van diverse RMS-missies die vanuit Seram waren uitgezonden naar Papoea, in die tijd Nederlands Nieuw-Guinea genaamd, om de wereld te attenderen op de guerrillaoorlog op Seram. Hun aankomst was in 1953. Andere leden van deze missies kwamen pas in 1962 naar Nederland, samen met circa 1600 Nieuw-Guinea-Molukkers. Een groot aantal hiervan heeft zich gesetteld in Hoogeveen.

Na de Tweede Wereldoorlog maakten Molukse politici zich sterk voor meer autonomie ten opzichte van de centrale Indonesische regering. Sommigen wilden de bestuurseenheid Groot-Maluku vormen. Daar zou dan ook het Nederlandse, westelijke deel van Nieuw-Guinea deel van uitmaken. Door de soevereiniteitsoverdracht door Nederland aan Indonesië kwam van deze plannen niets terecht.

Hoogtepunt

Augustus en september 1962 bracht voor veel mensen uit Nieuw-Guinea ingrijpende veranderingen in hun leven. De sfeer was erg gespannen, het was immers oorlog. Vanaf 1960 voerde Indonesië infiltraties uit in verschillende delen van Nieuw-Guinea, zowel vanuit de lucht als vanaf zee. Niet alleen door deze infiltraties, maar ook door Indonesische propaganda liepen de emoties hoog op. RMS-missies uit Seram konden rekenen op steun van hun landgenoten in West Nieuw-Guinea. De Indonesische infiltranten werden verslagen en gevangen gezet. De spanning bereikte een hoogtepunt toen bekend werd dat Nederlands Nieuw-Guinea zou worden overgedragen aan Indonesië.

De Molukkers waren bondgenoten van Nederland en wat nu? Onder het Indonesische regiem voelden zij zich niet veilig. Zij hadden zich immers ingezet voor een vrije Republik Maluku Selatan (RMS). Onzekerheid heerste onder de Molukse bevolking van Nederlands Nieuw-Guinea. De Molukse voormannen beijverden zich bij de Nederlandse regering voor een oplossing. Die bestond eruit dat zij de mogelijkheid kregen in Nederland te vestigen.

Opgevangen in kazernes

Degene die hiervoor kozen en hun leven in Nieuw-Guinea opgaven werden niet gehuisvest in woonoorden zoals de Molukse KNIL militairen van 1951. Zij werden met hun gezinnen voor de eerste tijd opgevangen in kazernes of in contractpensions totdat zij huizen toegewezen kregen. De grootouders van de leden van NGNL60 zijn uiteindelijk in ‘de Nachtegaal’ in Hoogeveen komen te wonen.

Hun positie verschilde wezenlijk van hun KNIL landgenoten, want anders dan de Molukkers die in 1951 naar Nederland kwamen, kregen zij automatisch de Nederlandse nationaliteit. Hun bewuste keuze om te emigreren versterkte de motivatie om in Nederland te slagen. Er was voldoende begeleiding in de Maleise taal, toch deden ze hun best om de Nederlandse taal zo vlug mogelijk te leren voor een goede integratie. Ze realiseerden zich terdege dat de taal belangrijk is voor een goede communicatie op hun werk, met hun kinderen, kleinkinderen en in de woonomgeving. Redenen om gefrustreerd te raken waren er overigens legio. Bestuursambtenaren, die in de kolonie de leiding hadden over de politie en justitie, werden bijvoorbeeld te werk gesteld in het archief. Onderwijzers, meteorologen, radiotelegrafisten en predikanten gingen werken in postkamers of in een fabriek enkel omdat zij de taal onvoldoende beheersten en geen Nederlandse diploma’s hadden.

Ongeacht de politieke, geografische of religieuze achtergrond, de ervaring van het verlaten van je land en de wil om een nieuw bestaan op te bouwen in den vreemde overbruggen verschillen. Gelukkig hebben zij dit alles ten goede kunnen keren door inzet, volharding en het vertrouwen in God’s hand naar een goede afloop. ‘Semua di Tangan Tuhan’.

Nieuws

menu