'Het spookt in de velden'

In de Drentsche Volksalmanak van 1839 vinden we in een tekst over de zorg van de Drenten voor hun doden een opmerkelijke analyse, Het rondzwerven van een dode in de vorm van een geest of een spook, kon overal gebeuren.

In de 19e eeuwse stal met de boer en knecht.

In de 19e eeuwse stal met de boer en knecht. Foto: Archief Albert Metselaar

“Wanneer wij de Drentse geschiedenis nagaan, dan blijkt het ten klaarste, dat de inwoners van dit gewest in de oude tijd verkeerd hebben in het geloof, dat de zielen der afgestorvenen rondzwierven op aarde, vooral op de plaatsen, waar zij stierven, en op die, waar hun lichamen begraven werden.

Dit geloof is van het begin af de voornaamste bron geweest van de zorg, die zij voor hun overledenen aan de dag legden. Uit dit geloof ontstond de verbeelding, dat er vele plaatsen gevonden werden, waar afgestorven mensen zich van tijd tot tijd vertoonden.”.

Derk van der Haar

Landbouwer en veehouder Derk van der Haar uit het Hollandsche Veld had in 1864 een kind en een koe, die volgens een langskomende duivelbanner ‘niet goed’ zouden zijn. Het ging om de rondzwervende duivelbanner Meine Hendriks Postema. De duivelbanner bood aan hen van de beheksing te genezen. Alleen de vrouw was thuis, en deze wilde zonder haar man hierover niet beslissen. Postema vertrok weer, maar zou niet lang daarna terugkomen. Derk Jacobs van der Haar was 16 december 1812 te Avereest geboren als zoon van Jacob Berends van der Haar en Barbara Derks van der Haar.

Hij trouwde 26 november 1859 te Hoogeveen met Hendrikje Oets. Het kind waar het hier om ging, was hun eerstgeborene, de jonge Jacob Derks van der Haar. Hij was toentertijd vier jaar oud en was geboren op 7 augustus 1860. Het gezin was bijgelovig, zouden we nu zeggen. Wie in spoken geloofde, nam religie serieus, was de toenmalige gedachte. Ook geesten vielen daar onder, de teruggekeerde mensen die ‘uut de tied’ waren. Het was in februari 1865, het jaar daarop dus. Er zou een geest rondspoken in het Hollandsche Veld. Landbouwer Derk van der Haar had een oude knecht gehad.

Deze knecht, Pieter, was enige tijd daarvoor overleden in Friesland. Derk had de knecht echter nooit helemaal uitbetaald, en Pieter moest nog een paar gulden van hem hebben. Dit was wat er in de streek werd verteld en algemeen werd aangenomen. In en rond de boerderij van Derk van der Haar deden zich dan ook vreemde verschijnselen voor. Duivelbanner Meine Hendriks Postema kwam weer langs, en dit keer met een Duitssprekend mannetje, dat spoken kon verdrijven. Normaal kon Postema dat zelf ook wel, maar dit keer viel het hem te zwaar, omdat het ging om een geest van een overledene.

De Duitser

Derk van der Haar en zijn vrouw waren er geheel en al van overtuigd dat het bij hen spookte. De koeien waren soms losgemaakt van hun kettingen en er werden overal in en rond het huis ongeregeldheden gepleegd. Postema en het Duitssprekende mannetje werden het met Derk eens over de prijs.

Voor vijf gulden zouden ze de Van der Haars van hun geest verlossen. Ze kregen daarbij ook nog eens geld in handen, om Pieter postuum uit te betalen. Pas als deze zijn geld gekregen had, zou de geest wegblijven. De Duitser zei het spook verdreven te hebben, strooide nog wat poeder in het varkenshok en gaf Derk twee pakjes met zwarte kruisjes om in het kabinet op te bergen. Postema en de Duitser vertrokken weer, maar brachten eerst nog een bezoek aan een herberg te Noord. Postema en de Duitser verklaarden aldaar duivelbanners te zijn, en in De Knijpe bij Heerenveen te wonen.

Ze boden de waardin aan haar van haar ‘overvallen’ te genezen. Postema werd in augustus van dat jaar bij verstek veroordeeld wegens oplichting. Hij kreeg een jaar gevangenisstraf en een boete van f 25,-. In september werd hij opgepakt, en kon zijn straf uitzitten. Het werd namelijk al snel duidelijk dat het ‘spook’ niet verdwenen was, en tevens niets te maken had met de geest van Pieter, noch met de postuum uitbetaalde en daarna natuurlijk verdwenen guldens.

Weekblad voor Hoogeveen

Het Weekblad voor Hoogeveen en omstreken, later bekend als de Hoogeveensche Courant, is erg belangrijk gebleken voor het verkrijgen van een beeld van wat er gebeurde in Hoogeveen en de buitengebieden. Helaas zijn de eerste jaargangen niet bewaard gebleven, en moeten we het tot 1871 doen met enkele losse exemplaren, en één vrijwel volledige jaargang, die van 1865. Hierin vinden we vermeld hoe het afliep met het ‘spook’ van Derk Jacobs van der Haar.

Het ‘spook’ werd enige weken na het bezoek van de duiveluitdrijvers ontmaskerd. Uit het Weekblad voor Hoogeveen en omstreken, van zaterdag 18 maart 1865: “Zijn er nog HEKSEN en SPOKEN? Het spook, dat bij V.d.H. alhier geruime tijd in de schuur de baas speelde en door zijn gekke kuren dat gezin schrik en vrees aanjoeg, de gehele gemeente bijna op de been bracht en iedereen deed vragen; wat mag het toch wezen! is......... verdwenen, zoudt ge menen, bijgelovigen! Op ‘t bevel van de bedriegers, die onder de naam van duivelbanners de domme menigte ‘t geld uit de zak kloppen? ..... neen, het spook is ontdekt door hen, die onderzochten en, verre van aan spoken, enz. te geloven, de natuurlijke oorzaken er van trachtten op te sporen.

Het is ontdekt: het was de meid van genoemde V.d.H., die ‘t een en ander aanwendde als een middel om uit hare dienst ontslagen te worden. Dat hadt ge niet gedacht, bijgelovigen, dat een meisje van 14 á 15 jaren, u allen op ‘t hol kon brengen en schrik en vrees aanjagen! Zij was waarlijk u allen te loos en heeft zeker menig-maal om uw kinderachtige vrees in haar vuistje gelachten. Wij hopen zeer, dat zij er allen moge geleerd hebben: er zijn geen heksen en spoken meer! ‘t Is hun te (ver) licht in de 19de eeuw. Hun tijd is er geweest. Mochten ze hier en daar in een duister hoekje nog gevonden worden; wij bevelen iedereen aan, maak ze openbaar; ze zullen achtervolgd worden en voor ‘t licht dezer eeuw bezwijken! O, schone eeuw. Holl. Veld, 13 maart 1865.”

Een dienstmeid werd voor een jaar aangenomen, en ieder jaar per 1 mei kon dit verlengd worden, als ze goed beviel. Maar als dienstmeid was je verplicht om dat volle jaar uit te dienen, ook al wilde je weg. Alleen als er problemen waren, kon je tussentijds vertrekken. De dienstmeid van Derk van der Haar zocht wel hele bijzondere wegen om ontslagen te worden. De vraag is of ze het daarom deed, al die bijzondere gebeurtenissen op de boerderij van Van der Haar in scène zetten.

Als immers niet ontdekt werd wie het deed, zou ze namelijk geen ontslag krijgen. Was dit dus de reden van haar handelen, of gaf ze dit achteraf als reden op, om haar gezicht te redden?