Gezin uit Hollandscheveld ontsnapt uit brandende auto in Noorse tunnel: 'Ik zag steeds weer voor me hoe ik de gordel niet los kreeg'

Voor de eerste keer hun kleinzoon in Noorwegen ontmoeten op zijn eerste verjaardag op 16 augustus. Een bijzonder moment, waar Jan Henri en Alma Benjamins uit Hollandscheveld lang naar hebben uitgekeken en enorm van genieten. Maar nog geen dag later verandert hun vakantie in een nachtmerrie en ontsnappen ze met hun kinderen aan het noodlot als hun auto in een tunnel in brand vliegt.

Van de auto van het gezin bleef niks over.

Van de auto van het gezin bleef niks over. Foto: familie Benjamins

„Opeens zei Michael: ‘De auto wil niet meer schakelen’. Hij zag rook onder de motorkap vandaan komen en ook vlammen op het wegdek achter de auto en riep dat we eruit moesten.” Jan Henri zit naast Alma (beiden 53) aan de grote tafel in hun woonkamer in Hollandscheveld. Als ze terugdenken aan hun hachelijke avontuur in de Oppljostunnel in Noorwegen is het alsof ze het opnieuw beleven.

Het is 17 augustus als het echtpaar met hun kinderen Michael, Glenn en Joyce een uitstapje maakt naar de Geirangerfjord. Twee dagen eerder zijn ze aangekomen in Volda, in het Zuidwesten van Noorwegen, waar hun zoon Michael (27) sinds drie jaar woont. Vorig jaar kregen hij en zijn vriendin Silje een zoontje.

Vanwege de coronapandemie hebben Alma en Henri nog geen kans gehad kun kleinzoon Eliam te ontmoeten, alleen tijdens het videobellen hebben ze hem gezien. Dat geldt ook voor hun tweede zoon Glenn (25) en hun dochter Joyce (19).

Op de eerste verjaardag van Eliam op 16 augustus en de dagen erna wordt dit ruimschoots goedgemaakt. Jan Henri heeft het luxe fototoestel van zijn broer meegekregen op vakantie om het verjaardagsfeest, dat in de tuin wordt gevierd, uitgebreid vast te leggen.

Op hun laptop laten hij en Alma enkele foto’s van die dag zien, de enige foto’s die ze met hun mobieltjes hebben gemaakt: blije mensen en een lange tafel vol lekkers. „Kijk”, wijst Jan Henri, “beschuit met muisjes. Die hadden wij meegenomen, want dit hadden wij ook nog te vieren en het is typisch Nederlands.”

Tunnel van 4,5 kilometer

De dag erna staat het gezinsuitje naar de Geirangerfjord op de planning. Schoondochter Silje blijft thuis met Eliam. „Achteraf zijn we zo blij dat zij er niet bij waren. Dan waren we met twee auto’s geweest, je weet niet wat er dan was gebeurd”, zegt Jan Henri.

Na een stuk rijden, een sanitaire stop en een fotomoment in de bergen zet het gezin verder koers naar de toeristische trekpleister en de plek waar de film The Wave is opgenomen. In één van de vele tunnels die Noorwegen rijk is, gaat het mis.

„We waren ongeveer halverwege de Oppljostunnel, die 4,5 kilometer lang is”, vertelt Jan Henri. Op foto’s op zijn laptop is een smal ogende tunnelingang in de bergen te zien, slechts twee rijstroken, één voor elke rijrichting. „Tijdens de stop had Michael het stuur van mij overgenomen, ik zat met Alma en Glenn achterin.”

‘Het gebeurde in een flits’

Dan ziet Michael de rook en de vlammen. De auto schakelt niet meer en mindert vaart. „Ik kan me niet herinneren of we op dat moment aan het praten waren of op onze mobieltjes keken. Het gebeurde in een flits. Je gaat de auto uit en denkt alleen aan overleven. We zijn naar voren gelopen. Ik heb geen moment omgekeken, je handelt op adrenaline”, zegt Jan Henri.

Na zo’n honderd meter lopen, worden ze ingehaald door een Duits stel in de camper. Jan Henri: „Die gooiden de deuren en riepen dat we uit de tunnel moesten. ‘Einsteigen!’ riepen ze.” „We hebben onszelf met z’n vijven achterin de camper gepropt en zij zijn met ons naar buiten gereden”, vult Alma aan.

Ondertussen blokkeert een vrachtwagen, die de brandende auto tegemoet reed, het verkeer aan de achterkant van het voertuig, zodat geen enkele auto er nog langs kan. De Duitsers houden met hun camper het verkeer aan de voorkant van de tunnel tegen. Alma: „Zij zijn de hele tijd bij ons gebleven.”

Buiten is het zo’n 12 graden en de jassen van de familie Benjamins liggen nog in de brandende auto. „Op een gegeven moment begonnen we allemaal te rillen, misschien ook wel van de schrik. Toen hebben we allemaal een jas, een vest of een trui van het Duitse stel gekregen, terwijl we stonden te wachten op de brandweer.”

‘Ik dacht: ik blijf hier achter’

Wat Alma het meest is bijgebleven, is het moment dat Michael riep dat ze de auto uit moesten. „Ik kreeg mijn gordel niet los en de anderen waren allemaal de auto al uit. Ik raakte in paniek en dacht: ik blijf hier achter. Ik hoorde de kinderen roepen: ‘Mama, je moet eruit!’ Dat moment heb ik daarna nog vaak voor me gezien. Ik draaide de film in mijn hoofd steeds opnieuw af.”

,,In zo’n panieksituatie ben je alleen maar met jezelf bezig. We renden allemaal een kant op”, reageert Jan Henri. ,,Toen ze uit de auto was, verloor Alma haar mobieltje. Ze wilde nog teruggaan om hem te pakken, maar gelukkig had de vrachtwagenchauffeur hem te pakken en zo hebben we hem terug gekregen.”

Het duurt een half uur voordat de hulpdiensten er zijn, de brandweer, een ambulance en ook een traumahelikopter. Dan komt er al een dikke donkere rookpluim uit de tunnel. Geluk bij een ongeluk is dat er weinig spullen in de auto lagen. Het grootste verlies is de camera van Jan Henri’s broer. „Alle mooie foto’s van Eliams verjaardag zijn we kwijt.” Maar het belangrijkste is dat er niemand gewond is geraakt door de tunnelbrand, zegt het echtpaar.

De Noorse pers is er ook snel bij en zoon Michael geeft een interview voor de camera. Ondertussen probeert Jan Henri alvast vervangend vervoer te regelen bij verzekeraar Interpolis. Die laat ze voor hun gevoel in de kou staan. „We mochten een auto huren voor maximaal 150 euro per dag, maar de huurauto’s die we konden krijgen, kostten allemaal meer. Dan moesten we maar met het openbaar vervoer en de bonnetjes declareren”, was de reactie.

De politie brengt het gezin uren later naar de garage waar ook hun autowrak naartoe gebracht wordt. ,,Het was wel even schrikken toen die uit de tunnel werd gereden, al hadden we ook wel zo’n aanblik verwacht. Toch is het denk ik ook goed voor de verwerking dat we het wrak hebben gezien”, zegt Alma.

Haar tranen heeft ze dan al laten lopen in de camper, als de spanning van het vluchten achter de rug is. De eerste tijd na de brand ziet ze zichzelf steeds weer voor zich achterin de rokende auto, trekkend aan de gordel, maar inmiddels gaat het beter.

Met het vliegtuig terug

De rest van de vakantie lenen ze de auto van de Noorse schoonouders van hun zoon, zodat ze nog uitstapjes kunnen maken en daardoor ook afleiding hebben. De terugreis maken ze met de bus, het vliegtuig en de trein. De oorzaak van de brand blijkt kortsluiting te zijn geweest, horen ze van de Noorse garage. Inmiddels staat er in Hollandscheveld een nieuwe auto voor de deur, terwijl de afhandeling met de verzekeraar nog gaande is.

Bij hun Duitse redders hebben ze een bos bloemen laten bezorgen. Alma laat een foto zien van twee lachende mensen met een groot boeket in hun handen. „Wij zien hen echt als onze reddende engelen. ‘We hebben gedaan wat we hoorden te doen’, zeiden ze. Nou, dat is niet voor iedereen zo vanzelfsprekend. Wij zijn ze ontzettend dankbaar”, zegt Jan Henri.

Alma: „Mijn moeder zei achteraf dat ze ons allemaal wel kwijt had kunnen zijn. Dat raakte me wel. Toen heb ik ook een traantje gelaten. We waren heel blij dat we weer thuis waren.” Jan Henri kijkt haar ontroerd aan: ,, Wij bent der nog .”