Kauwtje bij de pinda's

Gasten en jaarvogels in de nog winterse achtertuin

Kauwtje bij de pinda's Foto: Hans Kruk

De tuinvogeltelling ligt alweer achter ons. Met veel plezier doe ik al een aantal jaren mee en het is elk jaar weer een verrassing welke vogels zich precies in dát weekend laten zien. Want de telling duurt formeel maar een half uur. Mijn doel is om in die korte periode zoveel mogelijk soorten te scoren! Onzinnig natuurlijk, want het gaat er om een zo goed mogelijk gemiddelde te laten zien en niet een lange lijst vogelnamen.


Gemiddeld door het jaar heen tel ik tussen de 35 en 40 vogelsoorten in mijn bescheiden stadstuin. In de winter wordt de tuin gedomineerd door wintergasten zoals groenling, keep, appelvink, kramsvogel, koperwiek, sijs en goudvink. In het begin van de lente trekken zij snel weg om elders te broeden.

Niet veel later worden ze afgewisseld door zomergasten. Vanaf eind maart de tjiftjaf, die met zijn opvallende zang opvalt. Niet veel later volgen fitis, zwartkop, tuinfluiter, braamsluiper en de eerste boerenzwaluwen. Toch zijn de onovertroffen jaarvogels, zoals merel, koolmees, pimpelmees, spreeuw, roodborst, winterkoning, heggenmus, kauw en vink, de soorten die nooit gaan vervelen. De kwetterende zwerm huismussen die mijn tuin bewonen, zitten ’s morgens vroeg al te wachten op de dagelijkse portie broodkruimels. Zomer en winter geniet ik van hun drukte en aanwezigheid. In de klimop nestelen en slapen ze, in de tuin krijgen de jongen de eerste vlieglessen.


Gemalen kattenbrokjes

Nu het zo streng heeft gevroren de afgelopen weken, is het extra zwaar voor de tuinvogels. Vanaf de vroege morgen moeten ze hard werken om voldoende brandstof binnen te krijgen. Kleine zangvogels hebben gemiddeld een kwart van hun lichaamsgewicht aan voedsel nodig om te kunnen overleven. Een voordeel van het thuiswerken, is dat ik regelmatig een blik op de tuin kan werpen om te zien hoe het met “mijn” vogels gaat. Naast het vaste voedsel bestaande uit zaden voor de zaadeters, vetbollen voor de mezen en broodkruimels voor de mussen, strooi ik dagelijks een portie gemalen kattenbrokjes tussen het brood. De merels zijn er gek op, ook de roodborst en de spreeuw eten er dapper van mee. Omdat het eiwitrijk is, sluit het beter aan bij hun natuurlijke voedsel. Ook een bak met vers water wordt druk bezocht. We vergeten weleens dat drinken ook belangrijk is voor vogels. Al zie ik regelmatig dat spreeuwen en mussen hapjes sneeuw eten om de dorst te lessen.


Hans Kruk,

boswachter Staatsbosbeheer