Eerste 'Lokale Indië Herdenking 15 augustus 1945' in Hoogeveen maakt indruk: 'Wie zijn verleden niet kent zal vandaag of in de toekomst verdwalen'

Zo’n honderd belangstellenden hebben zondagmiddag in Hoogeveen de ‘Lokale Indië Herdenking 15 augustus 1945’ bijgewoond. Het was voor het eerst dat deze ceremonie, die met name door aangrijpende persoonlijke verhalen indruk maakte, in Hoogeveen werd gehouden. Dit dankzij de inzet van de Stichting Veteranen Hoogeveen en omstreken.

Herdenking bij het oorlogsmonument aan de Zuiderweg.

Herdenking bij het oorlogsmonument aan de Zuiderweg. Foto: André Weima Fotografie

De late middagzon schijnt op het oorlogsmonument aan de Zuiderweg. De Nederlandse vlag, die halfstok hangt, wappert in de wind. Langzaam maar zeker stromen belangstellenden toe. Onder hen enkele veteranen, veelal herkenbaar aan hun uniform, maar bovenal veel Molukse inwoners van Hoogeveen. Allen zijn gekomen om stil te staan bij het einde van de bezetting van voormalig Nederlands-Indië, wat tevens wereldwijd het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog betekende doordat Japan in Azië capituleerde, en om de slachtoffers van de Japanse bezetting aldaar te herdenken.

Zestien namen

Glenn Bloemberg, voorzitter van Stichting Veteranen Hoogeveen en omstreken, spreekt onder meer zijn dankbaarheid voor de aanwezigheid van locoburgemeester Jan Zwiers. ,,Met uw aanwezigheid onderschrijft u het belang dat Hoogeveen hecht aan het herdenken van wat destijds in Nederlands-Indië is gebeurd.” Bloemberg belooft een jaarlijks terugkerende ceremonie. ,,Want op dit oorlogsmonument staan ook namen van Hoogeveners die toentertijd in Nederlands-Indië zijn omgekomen.” Een lijst die niet compleet is, zo heeft onderzoek door historicus Albert Metselaar van Stichting Informatiecentrum Geschiedenis Hoogeveen & Hollandscheveld e.o. uitgewezen. Er ontbreken zestien namen. Namen die deze middag een voor een worden opgelezen, waarna zestien aanwezigen voor elk van hen een zonnebloem bij het monument neerleggen.

Locoburgemeester Zwiers noemt het waardevol dat 76 jaar later een dergelijke herdenking, naast de landelijke ceremonie in Den Haag, alsnog ook in Hoogeveen plaatsvindt. ,,Het is nooit te laat om leed te erkennen”, stelt hij. Ook vindt hij het belangrijk dat wordt stilgestaan bij wat de militairen van toen meemaakten. ,,Want nog steeds worden militairen naar crisisgebieden gestuurd om in het belang van Nederland vrede, veiligheid en stabiliteit te bewerkstellingen. Soms ten koste van het hoogste offer. Deze militairen, onze veteranen, verdienen daarom respect, oprechte waardering en een warme ontvangst thuis. Zij verdienen het om erkend en gehoord te worden. Ook dat hebben wij geleerd van het verleden.”

Een hoornblazer geeft het signaal taptoe, waarna 1 minuut stilte volgt. Terwijl Johnny Resiona, kleinzoon van een van de namen op het monument, de vlag in top hijst, wordt het signaal Reveille voor de infanterie gespeeld. Aansluitend worden bloemen gelegd en brengen Patrick Unitly op gitaar en zijn zus Elly (zang) een door henzelf geschreven lied ten gehore.

Ingetogen herdenking

Het is een ingetogen herdenking, waarbij vooral de persoonlijke verhalen indruk maken. Van Ton Grollé, bestuurslid van de Stichting Veteranen Hoogeveen en omstreken. Japanse commando’s en cijfers klinken uit zijn mond. ,,Commando’s die in het geheugen gegrift staan van mijn vader. Als 12-jarige leerde hij ze op het dagelijkse appel in de Japanse interneringskampen.” De vader van Grollé vertrok in 1937 op 4-jarige leeftijd met zijn ouders, zus en broertje naar Nederlands-Indië. Zijn grootvader was hen eerder dat jaar als marineman a/b van de kruiser De Ruyter voorgegaan. ,,Mijn grootvader zou nooit meer terugkeren. In de nacht van 27/28 februari 1942 zou hij aan boord van het schip dat hem naar Indië bracht in de ongelijke strijd tegen de Japanners sneuvelen.” Grollé’s vader heeft de oorlog nooit goed kunnen verwerken. Hij spreekt van een sluier van Tweede Wereldoorlog, Indië en verdriet die over het gezin hing. ,,Er werd spaarzaam over gesproken in de familie, maar uiteindelijk werd er voornamelijk over gezwegen, gezwegen en nogmaals gezwegen”, herinnert Grollé zich. Hij sluit af met het gedicht Zoals iedere dag van Hans Dehne: ‘Ik denk. Ik herdenk. Denk ik? Herdenk ik? Ik leef nu. Leef ik nu? Ik zat in het kamp. Het kamp zit in mij’.”

Onthoofd

De Hoogeveense Sarah de Lima is vicevoorzitter van de landelijke belangenbehartiger van de KNIL Ambonezen Stichting Maluku4Maluku en zelf kind en kleinkind van een KNIL-veteraan. ,,Mijn opa Johannes Geli Resiona werd in krijgsgevangenschap en voor de capitulatie op 11 oktober 1944 onthoofd door de Japanners in Ambrawa op Java. Hij mocht maar 35 jaar worden.” Zij laat weten als nabestaanden heel blij te zijn dat vorig jaar zijn naam ook op het Hoogeveense oorlogsmonument is bijgeschreven. Ze stelt dat de Japanse bezetting in het voormalig Nederlands-Indië nooit vergeten mag worden. ,,Ten eerste zou men dan niet recht doen aan alle militairen en vooral Molukse verzetshelden die weigerden de strijdbijl neer te leggen. Ten tweede mogen we nooit vergeten hoeveel slachtoffers zijn gevallen. Vooral in de Japanse strafkampen.” De Lima noemt de herdenking van vandaag net zo belangrijk als de Nationale Dodenherdenking op 4 mei. En ook zij benadrukt het belang van herdenken. ,,Want wie zijn verleden niet kent zal verdwalen vandaag de dag of in de toekomst.”

Haar zussen Delailah de Lima en Julia Mulder-de Lima zijn trots op Sarah en hoe zij hun familiegeschiedenis heeft verwoord. Dankbaar kijken zij terug op de ceremonie. Ze zijn het er volmondig over eens: ,,Het voelt als erkenning.”