Een infozuiltje bij een gedenksteen - Het fonds 'ad pios usus' | Historie

Kerkhoflaan, tijdloos, het plaatje is pakweg 80 jaar oud. Foto: Archief Albert Metselaar

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: De Kerkenkavel tussen Hollandscheveld en Nieuwlande.

Als onze straten geplaveid waren met goud, en ’s winters vielen er kleine diamanten in plaats van hagel, zou er geen mens meer in geïnteresseerd zijn. Je zou snakken naar een gewone baksteen. Dat zelfde zien we in Hollandscheveld en omstreken bij de prachtige natuur. Het Groene Goud is zo overweldigend aanwezig, dat je door de bomen het bos niet meer zou zien, als je er niet speciaal op gericht bent. Soms moet je gewoon wat ouder worden, om zulk moois te waarderen.

Groen paradijs

Ten oosten van het dorp Hollandscheveld ligt zo’n groen paradijs, in de vorm van de mooie bossen. Even heel kort door de bocht: vanaf plusminus 1830 werden er steeds meer stukken heideveld omgetoverd in houtplantages. Het voorbeeld was een mooi stuk bos in de huidige Hoogeveense woonwijk de Wolfsbos, dat ouder was dan het Asserbos. Helaas is de Wolfsbos nu bosloos, op een mooie groenstrook langs het traject van de Krakeelse Dijk na. De bossen verloren hun algehele houtteeltfunctie na de Tweede Wereldoorlog. Er zijn nog steeds delen die regelmatig worden uitgedund, of geheel gekapt, en weer worden aangeplant. En ja, dan gaat er ook natuur weg, maar dat komt er ook weer. En ja, als dat niet gebeurt, dan is er heel wat bos dat zichzelf niet terugverdient, zodat het dan als bos niet kan blijven bestaan. De natuurlijker bossen – waar niks meer aan wordt gedaan – hebben ook hun schaduwzijden, want de wijken ertussen slibben dicht. Teveel blad, en uiteindelijk is alles verland. Het dierenleven in deze bossen kwam traag op gang. Aanvankelijk waren het vooral veldvogels en -dieren, die we vermeld vinden. De komst van de eekhoorn en het zien van een ‘hert’- waarschijnlijk een ree – was zelfs bijzonder. Met het vernaturen van delen van de bossen, werden ook de bosvogels en -dieren algemene bewoners.

Kerkenkavel

In dat mooie bosgebied loopt een ‘slagader’ die Hollandscheveld en Nieuwlande al eeuwenlang met elkaar verbindt: de Kerkhoflaan, of in de volksmond: de Karkenkabel, c.q. Kerkenkavel. Op de zuidzijde van deze laan en fietsroute liggen de bospercelen van de Stichting Jonkheer Rudolph van Echten-fonds. Een fonds ‘ad pios usus’ , tot vroom gebruik. Als Roelof van Echten in 1631 samen met de beide Leidenaren Christoffel van Nijenhove en Johan van der Meer, de Amsterdammer Arent Wouters Vreughden en ds.Johannes Boekenbergh de Compagnie van 5000 Morgen opricht, reserveren ze ook 100 morgen (plm.100 hectare) veen en grond een fonds voor steun aan kerk, school en armen voor Hoogeveen. Het veen met ondergrond is niet geografisch afgezonderd en bepaald, en het besluis is dat het ‘te zijner’ zal komen. Te zijner tijd, zouden we nu zeggen. Deo Volente, als God het wil, als het zover is. Het is toen dus niet gesticht.

Johan van Echten maakt er rond 1645 werk van. Alle bezittingen van het fonds, aanvankelijk ook de Grote Kerk van Hoogeveen, worden beheerd door de gezamenlijke directeuren van de Compagnie van 5000 Morgen. Het fonds steunt de kerk en het armenwezen te Hoogeveen en is in ondersteunende zin tevens aanwezig bij het stichten van een Hervormde Kerk in het Hollandsche Veld. Om het fonds ook na de periode van de vervening overeind te kunnen houden, worden in de 19e eeuw bossen aangeplant op de ‘Kerkenkavel’. In 1934 draagt de Compagnie het fonds over aan de nieuw opgerichte Stichting Jonkheer Rudolf van Echtenfonds. Deze ondersteunt nog steeds diverse kerkelijke projecten. In 1981 wordt in het Hoogeveense stadsdeel ‘De Weide’ de Kerkboerderij geopend. Deze krijg ter herdenking van dit fonds de naam ‘Ad Pios Usus’. Na de sluiting van de kerk krijgt de kei in 2018 een nieuwe bestemming. Poortwachter bij de bossen van het fonds zelf. Ad pios usus. Met als data in dit geval het jaartal van het besluit om ‘te zijner’ een fonds te stichten, en de opening van de Kerkboerderij, oftewel: het jaartal van de komst van de Hollandse participanten van de Compagnie van 5000 Morgen in 1631, de naamgevers van het Hollandsche Veld, en de herdenking van de 350-jarige aanwezigheid daarvan, in 1981. Zo staat het ook op de steen in het park bij de kerk, in het dorp Hollandscheveld zelf. Uiteindelijk werd door die komst dit Hoogeveense fonds mogelijk.

Protestant

Het was trouwens niet het eerste fonds ‘ad pios usus’. In 1598 werd Drenthe door druk van bovenaf protestant. Eigenlijk wilden de Drenten niet, maar ze moesten wel, op bevel van de rest van de Republiek. Wat deed je vervolgens met het klooster Dikninge? Je kon de goederen niet zomaar toe-eigenen. Ook niet als bestuur van de Landschap Drenthe. Het was geestelijk goed. Dat bleef het dus ook. In 1601, drie jaar na de reformatie in Drenthe, waren de voormalige goederen van het klooster te Dikninge opgegaan in een fonds ‘Ad Pios Usus’. De Landschap Drenthe zag zichzelf als eigenaar, dat wel, en zorgde voor het bestuur. De opbrengsten werden gebruikt voor kerk, school en armen. Op 16 februari 1630 besloot de Landschap Drenthe dat uit deze goederen jaarlijks een bedrag van f 250,- ter beschikking zou worden gesteld voor het traktement van een eigen predikant voor Echten. Hiervan ging vanaf februari 1635 jaarlijks f 30,- af om een onderwijzer te kunnen betalen. De predikant kreeg op 24 februari 1640 een traktementsverhoging van f 100,- per jaar. Vanaf 1630 had Echten dus een kerkelijke gemeente. Maar een kas van een fonds kan leegraken. Vandaar dat ook veen en grond bij Hoogeveen ter beschikking zou worden gesteld, om met een eigen fonds de bevolking daar van steun te voorzien, en het ‘oude’ fonds zoveel mogelijk te sparen.

Infozuil

Op zaterdag 7 mei kon na lange voorbereiding – de pandemie verlegde alle afspraken – een infozuil naast de steen onthuld worden. Het maakt de steen begrijpelijker en de aanwezigheid van het Stichting Jonkheer Rudolph van Echten-fonds zichtbaarder. De heren Schultink en Van Holthe tot Echten onthulden, onder begeleiding van een trommelslager, en in woorden van diverse kanten werd gesproken over de geschiedenis van het fonds en de maatschappelijke functie ervan.

Het fonds is één van de eigenaren van de bossen. De Stichting het Drentse Landschap is een andere groter wordende eigenaar. Op de noordzijde van de Kerkhoflaan ligt een bosgebied dat valt onder de zuidzijde van de 9e Krakeelse Wijk. Het was generatieslang eigendom van de familie Robaard. Een ander bijzonder verhaal is dat van de ‘bronchitiskeet’, de schuilplek van Johannes Post en diverse andere verzetslieden. Ook dat was in het bos van het fonds. En niet bij het officiële onderduikershol.

Nieuws

menu