Dikkopjes zijn de buitenbeentjes onder de dagvlinders. Voor de aardbeivlinder moet je naar het Bargerveen.

Natuurcorrespondent Hero Moorlag vertelt wekelijks in de rubriek Groen en Doen over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van flora en fauna. Deze week schrijft hij over dikkopjes en de aardbeivlinder.

Groot dikkopje op speerdistel.

Groot dikkopje op speerdistel. Foto: Hero Moorlag

Dikke kop, sterk behaard lijfje, grote ogen, extreem lange roltong en vleugels op een vreemde manier opgevouwen. Zie je een dergelijke vlinder, dan denk je aan een mot, een nachtvlinder. Maar dikkopjes zijn dagvlinders, door hun aparte vorm buitenbeentjes. In ons land vliegen veertien soorten, in Europa 47 en wereldwijd 3500 soorten. Maar probeer die veertien soorten maar eens te vinden.

Hooguit vind je de vijf soorten die oranje zijn. Het groot dikkopje is het meest algemeen. Bonte dikkopjes en spikkeldikkopjes zijn zeldzaam. Graag ga ik in het seizoen naar het Bargerveen om eens een aardbeivlinder te zien, een van de mooiste dikkopjes. Je moet ze vinden op plekken waar de waardplanten van de rupsen groeien: agrimonie, bosaardbei, framboos en tormentil. De meeste soorten dikkopjes gebruiken grassen als waardplant. De rupsjes zijn bruin of groen, onbehaard en eenvoudig getekend. Wel hebben ze een grote kop, zoals later de vlinder. Dikkopjes zijn stand vlinders. Je ziet ze vanaf mei tot in september. Graag zonnen ze op braambladeren.

Zoeken naar dagvlinders

Dit jaar is het zoeken naar dagvlinders. Dieptreurig dat er zo weinig zijn. Het bruin zandoogje overheerst, evenals hooibeestje. Maar af en toe zag je een atalanta, een dagpauwoog, landkaartje en een gehakkelde aurelia. Vergeet de kleine vos maar. Tien jaar geleden nog de meest algemene brandnetelvlinder, nu lijkt hij uitgestorven. Je moet ook zoeken naar de kleine vuurvlinder, boomblauwtje en zelfs naar het eerder meest algemene Icarusblauwtje. Op de heide deden dit jaar de heideblauwtjes het goed. In de Boerenveensche Plassen telde ik zestig, waarvan twintig vrouwtjes. Paringen en eiafzet op schapenzuring kon je vastleggen op foto en film. Pas laat verscheen een enkel dikkopje, in bijna alle gevallen het groot dikkopje, fouragerend op braambloesem en distels. Andere jaren vond ik nog wel eens het geelsprietdikkopje en het zwartsprietdikkopje. Wellicht het mooiste dikkopje is de kommavlinder met zijn zilveren vlekken op de vleugels. Dit vlindertje is heel sterk in aantal achteruitgegaan. In Drenthe zijn nog enkele geïsoleerd liggende kleine populaties. De kommavlinder staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten. Helaas komen er steeds meer dagvlinders op deze lijst. Vergrassing door stikstofdepositie, gebruik van gif, ontwatering en verlies aan waardplanten eisen hun tol. Echt balen!

Teken de petitie

De tijd dat vlinders met schepnetjes werden gevangen om ze te verzamelen, ligt ver achter ons. Meester Prikkebeen bestaat niet meer. We maken foto’s van vlinders. Nu staat de verzameling in mappen op onze computer. De afgelopen dertig jaar is 75 procent van de insecten verdwenen. Op sommige plekken 95 procent van de vlinders. Natuurmonumenten vraagt gemeenten bermen later en minder vaak te maaien. Bermen zijn landelijk de laatste plekken waar vlinders zich thuis voelen. Vaak zijn ze ingezaaid met een bloemenmengsel, zoals in Hoogeveen. Kijk op #MAAIMENIETJE en zie hoe belangrijk planten zijn voor vlinders. Het zwartsprietdikkopje zet eitjes af op witbol, kropaar en timoteegras, het Icarusblauwtje op kleine klaver en rolklaver, bruin zandoogje op vossenstaart, reukgras en zwenkgras en ga zo maar door. Grassen en bloemplanten zijn van levensbelang voor vlinders en andere insecten. Knoopkruid, distels, ratelaar, boerenwormkruid en klaversoorten in bermen, langs sloten en spoorwegen trekken vlinders aan. Stimuleer de gemeente een nog vlindervriendelijker maaibeheer toe te passen door de petitie op nm.nl/petitie te ondertekenen. Als iedereen meedoet, zien we de komende jaren misschien meer dikkopjes en zelfs de Argusvlinder.