De officiële opening van de brug bij café Mol, oktober 1875

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: de officiële opening van de brug bij café Mol in Hollandscheveld.

Het logement van de weduwe Raak.

Het logement van de weduwe Raak. Foto: Archief Albert Metselaar

Toen er nog turf werd gegraven, was het hele Hollandscheveld goed toegankelijk. In de Gouden Eeuw vloeide het zwarte goud en het geld naar Holland, en woonden er amper mensen in het gebied. In de 19e eeuw was het zelfde kanaal dat zegen bracht in de Gouden Eeuw, een obstakel geworden voor de vooruitgang. Behalve het water, was nu ook de weg belangrijk geworden. En kom maar eens over een kanaal, kom maar eens over Het Hoekje, zonder brug. Dat moest veranderen. Die brug, die kwam er. Met een extra weg.

Het is woensdag 20 oktober 1875. Het is feest in het Hollandsche Veld. De zo lang gewenste verbindingsweg tussen de Riegshoogtendijk en de Krakeelse Dijk is tot stand gekomen en wordt op een plechtige wijze voor het publiek verkeer opengesteld. Het dagelijks bestuur van de gemeente Hoogeveen arriveert in een rijtuig. Helaas is burgemeester Jhr. Van der Wijck verhinderd. Wie er wel zijn: de wethouders Jan Bruins Slot Wzn. en Hendrik Camping Scheltens. Ze komen van Hoogeveen, via de Krakeelse Dijk (het laatste stukje ligt in Hollandscheveld nog naast de A37) en zijn vandaar over het aansluitende nieuwe stuk van de Riegshoogtendijk naar het zuiden, naar Het Hoekje gereden. Een heel gevolg van belangstellenden rijdt achter hun rijtuig aan.

Langverwachte ophaalbrug

Ze rijden over de twee nieuwe bruggen. De eerste ligt over de Kerkenkavelswijk. Dat is een vaste brug. Dat kan, want er is geen turfgraverij meer op dat deel van de Kerkenkavel waar de wijk de afvaart van verzorgt, en wat er nog op de oostkant van de gemeente aan turf ligt, kan via Dwarsgaten afvaren via het Rechtuit. De tweede nieuwe brug is de langverwachte ophaalbrug in de Riegshoogtendijk over Het Hoekje. De ophaalbrug is versierd met vlaggen, wimpels en kronen. Het ziet er smaakvol uit. Onder het gejuich van een menigte van bijeengestroomd publiek rijdt de stoet met de wethouders voorop over de brug, en rijdt door naar het logement van de weduwe Raak.

De weduwe heet van zichzelf Jentje Bakker, is 77 jaar oud, en heeft behalve een logement een nette tapperij schuin achter de Openbare Lagere School naast de Hervormde Kerk. Het pand staat naast het witte huis, dat nu nog bij het park naast de kerk staat. Een centraal gebouw, aan het eind van de oude weg naar de velden. De nieuwe brug betekent het einde van de bijzondere positie van dit logement, maar het is maar de vraag of de weduwe Raak dit heeft beseft. Het is ook jarenlang het vergaderadres van de Vereeniging Hollandscheveld, Plaatselijk Belang zouden we nu zeggen. Daar, in dit logement, zijn de wethouders, het bestuur van de Vereeniging Hollandscheveld en enige prominenten enige momenten prettig samen, zoals de krant later zal schrijven. Ook dokter Van Coevorden is erbij. Hij is jarenlang geneesheer in Hollandscheveld geweest. Dat is hij al lang niet meer, maar speciaal voor deze opening is hij vanuit Slochteren naar het Hollandsche Veld overgekomen. Als bestuurslid van de Vereeniging Hollandscheveld heeft hij zich jarenlang ingezet voor betere verbindingen en dit stuk weg met twee bruggen is mede een kroon op zijn werk.

Neuzen tegen de ruiten

Wij, de lezers, wij zijn er niet bij, in het logement. Wij horen niet bij de prominenten van de velden van die tijd. In gedachten drukken we onze neuzen tegen de ruiten van het logement, kijken mee en luisteren mee. Wethouder Scheltens neemt het woord. Hij wenst Hollandscheveld gelukt met deze weg en deze bruggen, als eerstelingen van al het vele goede dat voor de bloei van deze streek wenselijk is. Hij is hartelijk ingenomen met het tot stand komen van deze zaak, die om verschillende redenen zolang aanhangig was gebleven. Hij zei het niet, maar heel wat veldelingen zullen gedacht hebben: dat zijn we wel gewend van de gemeente. Scheltens ging verder: hij verklaarde dat het bestuur van de gemeente, dat wel eens beschuldigd was van stiefmoederlijk behandelen van de veldstreken, de bloei der ganse gemeente op prijs stelde en gaarne zou bevorderen wat tot ontwikkeling en bloei der veldstreken kon strekken.

Daarop neemt onderwijzer Berend Veldkamp het woord. Hij is de voorzitter van de Vereeniging Hollandscheveld, Plaatselijk Belang. Hij zegt wat het Hollandscheveld was, wat het geworden is door het cultiveren van de gronden, hoe de bodem van deze streken door haar schatten in de gedaante van turven de gemeente heeft verrijkt en wederkerig verrijkt, en gecultiveerd wordt door het afval en het veegsel uit de steden, waar de akkers mee worden bemest. De steden, waar beschaving haar zetel heeft, hoewel met dat al de beschaving zelf nog niet genoegzaam in deze streken is doorgedrongen. Hij spreekt over de bodem dezer streken, de bodem die door haar uitgestrekte en welige bossen nog steeds in rijkdom toeneemt, een talrijke bevolking draagt, die van het verkeer met de beschaafde wereld is afgesloten en niet dan een schaars gebruik kan maken van de vervoermiddelen dezer eeuw, die elders beschaving en ontwikkeling brengen.

Dank toebrengen

Hij spreekt over wat de kanalen voor de bodem deden, en dat dit de wegen nu kunnen doen voor de bewoners van het gebied. Nu de eerste weg is gemaakt, de eerste brug is gelegd, kan meester Berend Veldkamp de gemeente namens de bewoners dezer streken daarvoor dank toebrengen. Dat doet hij dan ook bij dezen, en dat in het bijzonder aan het dagelijks bestuur van de gemeente Hoogeveen, dat door zijn tegenwoordigheid aan deze plaats, en de woorden, daarvoor gesproken, een zichtbaar blijk geeft van zijn belangstelling in de bloei en de ontwikkeling dezer streken.

Meester Berend Veldkamp is uitgesproken. Dan brengt wethouder Scheltens een woord van lof en dank uit aan de heer Berkhout, als opzichter, aan de heren Niehues en Hartsuiker, als aannemers der ophaalbrug, en aan de heer J. Zwiggelaar als opzichter bij het aanleggen van de weg. Daarna volgen nog vele sprekers. Er gaan een paar voor de aanwezigen plezierige uren voorbij, voor ze aan naar huis gaan beginnen te denken. Wij zijn dan al weg. De vetafdrukken van onze neuzen staan nog op de glazen bij het logement, de tapperij van de weduwe Raak. Het is een feestelijke dag en iedereen heeft mooi gesproken.

Maar we zijn er nog lang niet. Het zal nog tientallen jaren duren voor een andere verbinding gerealiseerd is: het graven van een klein stukje kanaal tussen de kanalen in Hollandscheveld en die van het Krakeel. Dat zal de Doorsnijding worden. Een doorgetrokken kanaal naar Noord staat ook al jaren op het wensenlijstje. Maar dat zal er nooit komen. Het begin is er. De brug ligt er. Welke brug? De zo belangrijke brug is inmiddels al weer 60 jaar verdwenen. Het café van de weduwe Raak is al veel langer weg. Het café dat we nu kennen als ‘De Molle’ werd de opvolger.