De jeukrupsen zijn er weer, dus oppassen geblazen!

Langs het fietspad zag ik afgelopen zaterdag in Assen voor het eerst dit jaar de rood-witte waarschuwingslinten in een rij eikenbomen hangen. Door het koude weer in april en mei zijn de eikenprocessierupsen zich dit jaar langzamer dan gewoonlijk aan het ontwikkelen.

Nest van eikenprocessierups.

Nest van eikenprocessierups. Foto: Paulien Zomer

De eikenprocessierups is de rups van de eikenprocessievlinder. Deze inheemse nachtvlinder is in de jaren negentig van de vorige eeuw vanuit zuidelijk Nederland naar Drenthe getrokken. De rupsen voeden zich met eikenblad. Het zijn nachtdieren die overdag rusten. Pas tegen het einde van de dag kun je de rupsen in colonne, als ware het een processie, naar de bladeren zien trekken om zich te voeden. Tegen de ochtend herhalen ze deze processie terug naar hun nest. Dat nest lijkt door de spinsels aan de buitenzijde op een witte panty. In het nest bevinden zich rupsen, vervellingshuidjes en uitwerpselen. Het is aan te raden om de komende weken in de buurt van eikenbomen rekening te houden met de aanwezigheid van nesten van de eikenprocessierups.

Allergische reactie

Het zijn de brandharen van de rups die voor gezondheidsproblemen zorgen. In drie maanden vervelt de rups vijf keer. De kenmerkende brandharen ontstaan vanaf de derde vervelling. Na elke vervelling komen er meer brandharen bij. De brandharen bevatten weerhaakjes met de stof Thaumentopoeïne. Die haren ‘schieten’ ze los als er gevaar dreigt. Bij contact met de huid kan dat allergische reacties bij mens en dier veroorzaken. Het is niet nodig dat er rechtstreeks contact is. Brandharen kunnen ook door de wind worden verplaatst en zo op de huid of kleding terechtkomen. De brandharen leveren jeukklachten op, maar als brandharen in de ogen of luchtwegen komen, kunnen ze ernstiger klachten geven. Soms ontstaat er koorts of algehele malaise. Het zijn deze gezondheidsklachten die gemeenten aanleiding geven om overlast door deze rupsen te voorkomen. In het verleden gebeurde dit door een breed scala aan (kostbare) methoden zoals grote stofzuigers of aaltjes en allerlei andere parasieten in te zetten. De laatste jaren worden er meer natuurlijke bestrijders ingezet. Zo hebben sommige gemeenten hun maaibeleid op verschillende locaties aangepast om zo planten en bloemen te laten groeien die natuurlijke vijanden van de rups aantrekken. Ook zijn er tal van initiatieven gestart om nestkasten voor kool- en pimpelmezen in eikenbomen te hangen. De hoop is bovendien dat, nu de plaagdruk pas in juli valt te verwachten, meer rupsen zullen worden opgegeten door hun natuurlijke vijanden zoals mezen, boomklevers, vleermuizen en vele soorten sluipwespen en sluipvliegen.


Paulien Zomer,

Stichting Het Drentse Landschap