De haven van Hoogeveen deel 4 I Scheepsjournaal

Schepen bij Bakker Beton. Foto: Archief Albert Wolting

Aan de Alteveerstraat losten veel schepen. Ook aan Het Haagje waren verschillende ‘natte bedrijven’. In de vorige afleveringen is daar over geschreven.

Op You Tube staat een filmpje over Hoogeveense bedrijven uit de jaren ’50. Daar staat ook de klompenmakerij Post en Seydel bij. Het laat zien hoe boomstammen in mootjes worden gezaagd en bewerkt tot klompen. Met de hand worden de klompen beschilderd. De werkplaats was niet groot. De arbeiders, ca. 20, stonden daar man aan man te werken. De boomstammen werden per schip aangevoerd. Op het schip stond een mast met hijsinstallatie waarmee de stammen uit het ruim werden gehesen. Er lagen balken van het schip naar de wal. Daar werd de boomstam op losgelaten en rolde de wal op.

Tegenover de klompenmakerij was Bakker Beton gevestigd. Het bedrijfsterrein was vanaf de Vos van Steenwijklaan (toen Coevorderstraatweg) tot aan het Noord. Aanvankelijk was dit een dakpannenfabriek. In 1930 werd de betonfabriek opgericht. Men produceerde o.a. rioolbuizen. Bakker had een eigen schip voor de aanvoer van zand en grind. Het was een zogenaamde leunder met de naam ‘Volharding’. Een model dat niet veel voorkwam. De familie Breman voer met het schip. Zij konden bij lange na niet aan de aanvoer voldoen. Er waren meerdere schepen die vast naar Bakker voeren. IJmker met een klipperaak, Van de Hoef met een klipper, Lambrechts met zijn luxe motor, Drenth eerst met een aak en later met een spits en Koekoek met een aak. Drenth en Koekoek hebben daar tot het laatst toe zand en grind gebracht. Aanvankelijk werden de schepen met een overslagschip gelost. Later stond er een kraan op de wal. Bakker ging met zijn tijd mee. Men had mortelvrachtwagens die de vloeibare beton op de bouwplaats brachten.

Klijnsma betonfabriek

Het kanaal eindigde aan de Willemskade ter hoogte van de Noorderweg. Op die hoek was Klijnsma met de betonfabriek gevestgd. Men maakte betonliggers. Deze balken waren een samenstelling van beton, ijzer en bims. De familie van der Veen, vader en drie zoons voeren vast met zand en grind voor het bedrijf. Deze schepen werden gelost door Wolter Pekel en Piet van der Kooi met een overslagschip. Eens hing de loskabel zo laag over de wal dat deze achter een vrachtwagen van Klijnsma haakte. Ternauwernood voorkwam men dat het scheepje kapseisde. Bijzonder is dat dit overslagschip, een spitse praam (1894), nu het museumschip van het Veenkoloniaal Museum in Veendam is. Schipper Raukema bracht de cement van de ENCI uit Maastricht. De grote portaalkraan loste de zakken cement. Men liet een plateau in het ruim zakken waar de zakken tot een meter hoog opgestapeld werden. De lading werd gehesen en met de kraan naar de opslag getransporteerd.

Met de ‘Waterweg’, de spits van Appie Klop, werd bims vanuit Andernach in Duitsland aangevoerd. Bims is een lavakorrel. Klijnsma had een productiehal, de vloer was constant bevuild met natte cementslik. De productie van betontegels veroorzaakte een enorm kabaal waar de hele buurt van mee kon genieten. Door uitbreiding van Drenthina, de blikfabriek, werd Klijnsma verplaatst ter hoogte van de Fabrieksweg. De huidige industriehaven werd in de jaren 60 ontwikkeld. De bedrijven die aan de Alteveerstraat waren gevestigd moesten daar verdwijnen in verband met de naderende demping. Agrifirm, een fusie van de Agrarische Unie en de Landbouwersbank vestigde zich direct achter de Bekingbruggen. De verwachting dat zich in de Industriehaven talloze ‘natte’ bedrijven zouden vestigden is uitgebleven. De Vectura komt bijna wekelijks in Hoogeveen met een lading van 600 ton grint vanuit Wissel in Duitsland naar de betoncentrale. Daar waren vroeger 5 schepen van 120 ton voor nodig!

Nieuws

menu