De haven van Hoogeveen (deel 1) | Scheepsjournaal Drentse Praam

- Foto: Archief Albert Wolting

Tot in de jaren zestig losten veel schepen hun lading aan de Alteveerstraat. Het was er een drukte van belang. Direct voorbij het smalle brugje lag zo nu en dan het Potschip van Jan de Boer. Op Alteveerstraat 4 had men een magazijn en werkplaats. Daar werd dan een nieuwe voorraad handelswaar ingeladen.

Op nummer 16 – 18 zat de Noord Nederlandse Kunstmesthandel. Die had een losinstallatie aan de waterkant. Een metalen bak schoof men in de lading in het ruim. De bak werd via de hijsinstallatie op de wal boven een trechter gehesen en leeggegooid. Onder de trechter reed een wagen die het in de loods bracht. Begin jaren vijftig was een vrachtwagen te hoog opgeladen zodat de hele houten voorgevel van de loods er uit werd gereden.

Even verderop was Kunstmesthandel Zwartsenberg gevestigd. Het bedrijf had een hoge stellage over de straat vanaf de waterkant naar de opslagruimte. De lading werd uit de schepen omhoog gehesen naar de stellage en dan met een lorrie naar de opslag gebracht. Daar werd de kunstmest in zakken gedaan voor transport naar de boeren. De lege zakken werden van de boerderij weer meegenomen. Deze werden in het kanaal uitgespoeld door de ‘zakkenwasser’.

Overslagschepen

Ter hoogte van de Piet Heinstraat stond een grote trechter opgesteld. Bedrijven die niet direct aan het water waren gevestigd, maakten hier gebruik van. De lading die uit het schip werd gelost, stortte men in een trechter. De vrachtwagens reden onder de trechter en werden geladen. Deze schepen, voornamelijk met zand of grind geladen, werden gelost door een zogenaamd overslagschip. Deze schepen hadden een losinstallatie aan boord. De mast stond rechtop en een lange giek dwars uit naar de wal. Een korte giek stak over het te lossen schip. Met een kabel waren de uiteinden van beide gieken verbonden. Aan de kabel zat een bak. Deze bak kon men tot in het ruim in de lading laten zakken. Daar werd de bak in de lading geduwd. Op het overslagschip stond iemand die de bak via een met motor aangedreven lier kon hijsen. Was de bak boven de trechter dan trok hij aan een touw zodat de bak kantelde en het zand of het grind in de trechter viel. Een schip lossen van 150 ton duurde circa anderhalve dag. Twee overslagschepen die er vaak lagen waren het schip van schipper Luth uit Nieuw-Amsterdam en de spitse praam van de familie Van der Veen. Dit was een schippersfamilie, vader en drie zoons die vast op Hoogeveen voeren met zand en grind. Aanvankelijk hadden ze op hun eigen schepen een losinstallatie. Die werden verwijderd toen ze de Familietrouw van de Hoogeveense schipper Muskee kochten en daar een overslagschip van maakten. Er kwam vast personeel op, Piet van der Kooi en Wolter Pekel. De laatste stond in het ruim van het schip dat gelost moest worden, hij stond aan de ‘bak’. Van der Kooi stond op het overslagschip en bediende de hijsinstallatie. Piet van der Kooi had een klein sleepbootje en verplaatste het overslagschip van de Willemskade, waar ook gelost werd, naar de Alteveerstraat en vice versa.

Wordt vervolgd

Nieuws

menu