De dood van Willem van Delden: De Krim in de frontlinie | Historie

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: de dood van Willem van Delden die vocht in de frontlinie in De Krim.

Op 8 april 1945 kwamen de bevrijders van De Krim, Belgische Para's.

Op 8 april 1945 kwamen de bevrijders van De Krim, Belgische Para's. Foto: Archief Albert Metselaar

De Tweede Wereldoorlog verbond diverse streken rond Hoogeveen in één frontlinie. Zo was er de zogenaamde Q-lijn, die van Oosterhesselerbrug, via Geesbrug naar De Krim leidde, met enkele bunkertjes en mitrailleurs. De lijn was niet bedoeld om de Duitsers te stoppen, maar om ze te vertragen, dan konden achterliggende stellingen zich klaarmaken voor de eigenlijke strijd. De Q-lijn moest daarvoor de gelegenheid geven aan het bunkercomplex op het begin van de Afsluitdijk. Maandenlang was soldaat-zijn een kwestie van hoe kom je je tijd door. En we zouden toch neutraal blijven? Er was toch niet zoveel aan de hand? Er ontstonden vriendschappelijke contacten tussen de soldaten en de bevolking rond de bruggen en bunkertjes waar ze lagen. Dat zou later nog van pas komen. Wie in de loop van de oorlog onder moest duiken, had een lijntje met een dorp ver weg. Dan kon je daar ook wel een tijdje in de kost. Op 10 mei 1940 werd de nachtmerrie werkelijkheid. Duitsland viel aan. Soldaten uit de Q-lijn trokken zich na eerste confrontaties terug via Elim. We kennen De Krim uit onze eigen rapporten, opgemaakt door de Nederlandse soldaten, toen de strijd achter de rug was. We lezen:

Nieuws

menu