De aarde heeft miljoenen tonnen koolstof opgeslagen Levend hoogveen houdt CO2 duurzaam vast

Hoogveen in het Bargerveen. Foto: Hero Moorlag

Tijdens het geologische tijdperk Carboon, 300 miljoen jaar geleden, ontstonden geleidelijk steenkoollagen. Eerst was er laag- en hoogveen van tientallen meters dik. Door aardverschuivingen kwamen deze lagen onder hoge druk en vormden metersdikke lagen steenkool. Carboon komt van carbon, steenkool. In zeeën en oceanen dwarrelden miljarden gestorven eencellige diertjes naar de bodem. Elk diertje bezat een druppeltje vet, olie. Opnieuw door onderzeese aardverschuivingen kwam de olie onder druk te staan. Er vormde zich gas boven de olie. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werden steenkoollagen, aardgas en aardolie ontdekt. Eeuwen eerder waren de lagen bruinkool en turf door de mens ontgonnen. Bruinkool (Oost-Duitsland) en turf uit laag- en hoogveen (alle landen, waaronder Nederland) werd in tienduizenden kachels en ovens opgestookt. Turf, bruinkool, steenkool, aardgas en aardolie werden vanaf 1850 massaal verstookt.

Miljoenen tonnen koolstof had de aarde in geologische tijd in haar schoot opgeslagen. In de atmosfeer heerste evenwicht: voldoende zuurstof, normale hoeveelheid stikstof en precies genoeg CO2 en methaangas. Totdat de mens turf, bruinkool, steenkool, aardgas en aardolie begon te verbranden. Aanvankelijk ging het nog alleen om turf. Het CO2-gehalte in de atmosfeer steeg nauwelijks, omdat er veel bossen waren die CO2 opnamen. Tijdens de industriële revolutie vanaf 1850 werd massaal steenkool verbrand. De eerste zure regen rondom grote fabriekscomplexen werd zichtbaar in bossterfte en het CO2-gehalte steeg rap. Iedereen had een kolenkachel. We stookten nootjes-4, briketten of eierkolen en in Oost-Duitsland massaal bruinkool. We wisten niet beter. De kolenboer deed goede zaken en de schoorsteenveger ook. In 1969 verkocht ik voor 75 gulden onze Jaarsma kolenhaard die ik van mijn ouders had geërfd, want we gingen naar Hoogeveen naar een nieuw huurhuis met een gaskachel op de zolder. Het aardgas kwam uit gasvelden die rond 1957 in Groningen waren ontdekt. In 1972 haalde ik mijn rijbewijs. We stookten thuis gas en vulden de autotank met benzine. Verbranden en nog eens verbranden. Koolstof dat ooit keurig in de aarde was opgeslagen, kwam in de vorm van CO2 vrij. Door de deken van CO2 in de atmosfeer steeg wereldwijd de gemiddelde jaartemperatuur. In de straat waarin ik ben geboren stond in 1950 één auto, een DKW. Nu staan er 200 auto’s. Wat was de lucht in 1950 nog schoon.

Levend hoogveen

Ooit bestond de helft van ons land uit laag- en hoogveen. Laagveen in Noord- en Zuid-Holland, hoogveen in Drenthe en Overijssel. Laagveenrestanten vinden we in Nationaal Park Weerribben-Wieden, hoogveen in het Fochteloërveen, Bargerveen en Dalerpeel. Veen wordt voornamelijk gevormd door veenmos, Sphagnum. De wetenschappelijk naam Sphagnum betekent spons. Levend hoogveen houdt als een spons miljoenen liters water vast, werkt als een airco en bewaart tonnen CO2. Beheerders van veengebieden zorgen voor een constante waterbeheersing. Daardoor is levend hoogveen groeiend hoogveen. Het proces van veenvorming gaat door, dankzij een verhoogde waterstand. Groeiend hoogveen houdt CO2 vast. Zogauw het veen uitdroogt, verweert het en komen CO2 en methaangas vrij. Deze gassen zorgen voor de opwarming van de aarde. Het levend hoogveen van het Bargerveen houdt meer CO2 vast dan een bos.


Door hoogveen in stand te houden, kunnen we genieten van drie soorten zonnedauw, zeggesoorten, adder, gladde slang, blauwborst, grauwe klauwier, veenhooibeestje (zeldzame vlinder) en venglazenmaker (libel). Povere restanten van de eens uitgestrekte veengebieden.

Nieuws

Meest gelezen

menu