De aanleiding tot het stichten van café Mol - Gesticht door Warner ten Oever

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: Café Mol in Hollandscheveld.

De brug in de Riegshoogtendijk, die het café mogelijk maakte, café rechts tussen de bomen.

De brug in de Riegshoogtendijk, die het café mogelijk maakte, café rechts tussen de bomen. Foto: Archief Albert Metselaar

Je kon ooit overal een tapperij openen, maar net zo goed als nu de markt zijn werking doet, deed deze dit ook twee eeuwen geleden. Wat we nu kennen als café Mol aan het Hoekje is ooit gesticht door een ondernemer, die wist wat hij deed, toen hij in 1877 juist daar een tapperij wilde. We hebben het over Warner ten Oever.

Warner ten Oever werd grutter

Warner werd geboren op 31 juli 1820 als zoon van de brouwer Roelof ten Oever en Hendrika Koops. Ze woonden toen in het pand B 534, op de westkant van de huidige Hoofdstraat. Dat is nu Hoofdstraat 194, Eethuis De Trommel. Roelof ten Oever verkocht de brouwerij in 1825. Hij werd landbouwer aan de Molendijk, de zuidkant van de huidige Schutstraat. Warner verloor zijn vader toen hij 7 jaar was. Zijn moeder bleef ‘landbouwersche’. Warner zelf werd grutter. Dat was hij al toen hij op 2 april 1845 trouwde met de dienstmeid Jacoba Aleida Esselbrugge, dochter van Quirinus Esselbrugge en Ernstdina Hutten. In het pand A 204 in het Hollandsche Veld, werd op 17 augustus 1845 hun dochter Hendrika geboren. Warner had zich al met al direct gevestigd in de velden, met een grutterij. Deze stond op het huidige adres Hollandscheveldse Opgaande no. 44. Hij nam een bestaande zaak over, zo lezen we in de advertentie, die hij liet plaatsen toen de zaak in 1869 te koop werd aangeboden. In 1869 was het pand al 30 jaar in het bedrijf. We lezen namelijk in een krant van 16 december 1869:

“W. ten Oever te Hollandscheveld is, wegens verandering van woning, voornemens in de maand januari a.s. publiek te verkopen: 1. Een optrekkende plaats, bestaande uit ruime behuizing met 2 schuren enz. waarin sinds 30 jaren met goed succes grutterij, winkel en slijterij in sterke dranken is uitgeoefend. 2. Een halve plaats met arbeiderswoning, gelegen naast het vorige perceel. 3. Verschillende stukken groen- en bouwland, alles aaneen en achter het vorige gelegen. Te samen groot circa 9 bunders. Inmiddels uit de hand te koop. Te bevragen bij de eigenaar. Brieven franco.”

Meerdere bronnen van inkomsten

Tussen 1845 en 1869 werd Warner een van de mensen uit de bovenlaag van de velden. Warner had meerdere bronnen van inkomsten. Hij was vervener en grootgrondbezitter. Als zodanig maakte hij deel uit van de De Vriese Compagnie. Binnen de Compagnie van 5000 Morgen speelde hij geen grote rol, terwijl de compagnieën in die dagen niet veel meer waren dan een telsysteem, om kosten en inkomsten van de Hoogeveense Vaart over te verrekenen. Warners rol werd een andere, toen na vele jaren van actievoeren er uiteindelijk een kerk in de velden kon worden gebouwd. Hij was lid van een commissie van toezicht van de Compagnie van 5000 Morgen, die geld inzamelde voor de kerkbouw. Als zodanig kwam zijn naam ook op de gedenksteen, op de voorgevel van de kerk. Daar staat hij nog, samen met de namen van de andere commissieleden. We lezen: “Uit liefdegiften is deze kerk en pastory in den jare 1851 gesticht, onder toezicht van de heeren Mr. H.G. van Holthe tot Echten, Mr. A.H. Witsenborg, J.G.de Jonge, Hk. Berghuis, W. ten Oever, in commissie vereenigd.” In de nieuwe kerk was Warner een van de eerste beide aangestelde ouderlingen. Hij zorgde er ook voor dat er in 1852 een beker en andere materialen werden aangeschaft, zodat er avondmaal gevierd kon worden. Warner was tevens kerkvoogd, een van de beheerders van de kerkegoederen.


Warner ten Oever verkocht zijn grutterij aan het Hollandscheveldse Opgaande in 1870 aan Winkelier Pieter Velzel. Deze verkocht hem in 1878 door aan landbouwer Koop Pen en consorten. Het was enige jaren later eigendom van een van die consorten, Albert Pen. Albert Pen vestigde zich daar als winkelier. We zien het pand bij ‘Pens vonder’, zoals men dat vonder noemde, op bijgaande foto.

Van 1870 tot 1876 woonde Warner ten Oever aan de Hollandschedijk op nummer F 65. De huisnummers staan los van de huidige nummering. Het ging om een pand dat bij het huidige pand Riegshoogtendijk 130 stond. De boerderij stond in de toenmalige situatie achterop de Alteveerse Wijken, ten westen van de Riegshoogtendijk, op de noordkant van de Jonge Willemswijk. Het was een boerenplaats, die Warner op 19 februari 1876 verkocht, in het café van Jan Warmels te Hoogeveen. Een boerderij die ‘voor vijf jaar’ nieuw gebouwd was, met een hecht en sterk gebouwd huis, met 3 kamers, 2 kelders, regenbak, pomp, schuren, 25 hectare groot, met groenland, bouwland en dalgrond. Er hoorde ook nog ongeveer 4 hectare grond bij op de zuidkant van de Jonge Willemswijk. De boerderij kon per 1 mei 1876 aanvaard worden. Het zat Warner niet mee. De boerderij ging niet weg. Het pand met de grond werd op 10 juli 1877 ten huize van K.Visser Nzn. te Hoogeveen opnieuw bij palmslag te koop aangeboden. Tussentijds kon Warner er blijven wonen en werd het pand van het latere café Mol aan het Hoekje gebouwd.

Beweegbare brug over het Krakeel

In 1875 werd het vonder dat tot dan in de Riegshoogtendijk over het Hoekje lag vervangen door een brug, terwijl er ook een brug werd gelegd over de Kerkenkavel. Zo ontstond er een goeie verbindingsroute van de Krakeelse Dijk naar het Hoekje. Er kwam ook een beweegbare brug over het Krakeel, zodat de Riegshoogtendijk kon worden doorgetrokken naar de Coevorderstraatweg. Al met al lag het weiland van Jan Jacobs Troost op een zeer ‘Welgelegen’ plaats om een winkel, bakkerij of tapperij te beginnen. Mogelijk heeft Jan Jacobs Troost ook zelf met de gedachte gespeeld om hier een bedrijf te stichten. Hij verkocht het echter aan Warner ten Oever. Warner bouwde hier in 1877 een huis en erf op een stukje grond van 6 are en 10 centiare, met een flinke tuin erbij van 18 are. Volgens het kadaster werd het pand gebouwd in het dienstjaar 1878. Dat is kadastertaal en verwijst naar het kalenderjaar 1877. Dit sluit aan bij de verkoop van Warners boerderij, die vertraagd was, en in 1876 niet doorging. Niet alles is zo letterlijk uit de archieven te halen, maar zo krijgen we de zaak mooi rond. Het café op de hoek van het Hoekje en de Riegshoogtendijk stamt uit 1877.

Lastige klanten nageschoten

Na Warner ten Oever waren hier diverse eigenaars en tappers, bakkers en winkeliers. Een legendarische werd Arend Metselaar. Voor de zekerheid, voor het geval hij zijn tapgasten niet in toom kon houden, had hij een geweer met afgezaagde loop onder de tap. Zo werd Arend ooit eens veroordeeld omdat hij te lastige klanten nageschoten had over de Riegshoogtendijk. Er is nog veeeeeel meer van te vertellen. Andere keer.