Café Troost te Noordscheschut - Bedrijfsvoering sinds 1877

Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: Café Troost te Noordscheschut.

Bij de sluis te Noordscheschut, links de panden van Warmolts en Troost.

Bij de sluis te Noordscheschut, links de panden van Warmolts en Troost. Foto: Archief Albert Metselaar

Twee café’s kennen we tot nu toe in de gemeente Hoogeveen, die beiden al vanaf 1877 open zijn, en waar altijd de functie van tapperij van café onder dak is geweest. Ook voor 1877 waren er café’s zat, maar die zijn niet meer open. We duiken vandaag in de geschiedenis van café Troost. Evenals oorspronkelijk in het pand van café Mol ook een bakkerij zat, zat ook in het pand van Troost. Meervoudige nering, zo beschermd je de zaken draaiende.


Bakker Jannes Vos woonde vanaf mei 1854 even ten westen van de sluis van Noordscheschut, op de noordkant van het kanaal. Daar had hij een bakkerij. Mr. Anne Willem van Holthe tot Echten, notaris te Assen, kwam door vererving in het bezit van een groot blok heideland, op de noordkant van de huidige sluis van Noordscheschut. De grond werd ontgonnen en in 1863 verkocht aan deze bakker Jannes Vos, die er een huis en bakkerij op bouwde. Gerrit Warmolts zette later de in 1854 gestichte bakkerij van Jannes Vos voort. Maar hij was er geen eigenaar van. In 1877 stichtte hij een eigen bedrijf. Het was een bakkerij, annex winkel, annex tapperij. We kennen de vergunningsaanvraag:


De ondergetekende Gerrit Warmolts, bakker te Hoogeveen, neemt de vrijheid met overlegging der bij art. 5 der wet van 2 juni 1875 (Staatsblad N.95) bedoelde stukken UwEA. beleefd te verzoeken hem vergunning te verlenen om in het kadastraal perseel sectie E N. 1099 staande op de noordzijde van het Noordsche Opgaande in deze gemeente, een broodbakkerij opterichten.

‘t Welk doende.

UwEAdr.

Hoogeveen 15 januari 1877

G.Warmolts


Gerrit Warmolts had al een tapperij bij zijn bakkerij, in de woonkeuken, en in de winkel. Ook die zat er al bij. Toen in 1881 de drankwet werd ingevoerd, vroeg Gerrit een drankvergunning voor een bestaande gelegenheid. De vergunning werd verleend per 1 mei 1882. Het briefje dat daarbij door Gerrit moest worden ingeleverd, maakt melding van 300 liter sterke drank, verkocht in de twaalf maand van de voorafgaande periode. Dat zijn heel wat borrels en heel wat klanten geweest. Zo dicht op de sluis, met wachtende schippers en schippersknechten, met het aanlegpunt van de trekschuit en op het aansluitpunt van het toenmalige wegennet – via het Zwarte Dijkje – had het bedrijf een plaats gevonden om oud te worden. Het was dit bedrijf dat werd doorgezet door de schoonzoon van Gerrit Warmolts, de eerste Troost in het gebouw. De aanbouw – in 1883 een pand er tegenaan en in 1918 een serre – maakten het huidige beeld compleet. Er is heel wat gebeurd in, met en rond dit pand. We pakken er zo wat uit:

Maatschappij tot Nu van ‘t Algemeen

Op 7 juli 1899 werd er wat bijzonders gevierd in zaal Troost, de toenmalige gelagkamer. De bekende mr. Harm Smeenge was aanwezig als spreker. In een gloedvol betoog, ging hij in op de Franse revolutie, 100 jaar daarvoor, waarbij men met bloedvergieten door onder meer de quillotine de samenleving dacht te kunnen veranderen. In Nederland wilde men dat ook, maar op een andere manier. Vervolgens werd hier de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen gesticht. Als oud medebestuurder en als voorzitter van de laatstgehouden algemene vergadering van het departement Meppel van ’t Nut mocht Smeenge (omdat in Hoogeveen helaas geen departement c.q. afdeling meer bestond) een medaille uitreiken aan Harm Bakker. Harm was 25 jaar in trouwe dienst bij Gerrit warmolts. Daarna legde Smeenge uit op welke wijze ’t Nut werkzaam was, zowel ten behoeve van de man als ten behoeve van de vrouw, en de verbeteringen van hun samenleving. Kortom, we lezen tussen de regels door dat Harm Bakker niet centraal stond, maar mr. Harm Smeenge en ’t Nut. Uiteindelijk werd Harm Bakker een medaille namens ’t Nut uitgereikt, terwijl eerder bij een viering in huiselijke kring ook de familie Warmolts aan Harm Bakker een medaille had aangeboden. Het verslag eindigde met: “De jubilaris, wiens gemoed vol was door de hartelijke en eenvoudige wijze waarop hij was toegesproken, stamelde enige woorden van dank en hiermede was de plechtigheid, die bij allen stellig een aangename indruk heeft achtergelaten, afgelopen.” Zoals we al zeiden: Gerrit Warmolts was al bakker op een goed lopende bakkerij en hij nam het bedrijf mee naar het nieuwe pand. Als we 25 jaar aftrekken van 1899 komen we uit op 1874. Harm Bakker werkte ook al bij hem in het oude pand.

Op 11 april 1935 vond in het café de aanbesteding plaats voor de bouw van een nieuwe bakkerij, voor rekening van Troost zelf, Jacob Troost Jzn. Bestek en tekening waren gemaakt door bouwkundige G. ter Stege GWzn, Schutstraat 89. Daar kon je ze inzien. En de bakkers? Je kon als eigenaar niet alles tegelijk. Die ontmoeten we zo nog.

De auto vloog met grote snelheid uit de bocht

Andere tijden, andere eisen van het publiek, andere mogelijkheden voor de zaaleigenaar. In september 1948 werd na een flinke verbouwing de nieuwe zaal van Troost geopend. Sommigen zouden dat niet weer vergeten. De heer Tj. De Vries uit Hoogeveen wilde die dinsdagavond 28 september 1948 na afloop met zijn auto op huis aan. Die was verdwenen. Onmiddellijk werd de politie ingeschakeld. De auto werd teruggevonden, in de sloot, bij het woonwagenkamp. De bestuurder-dief is waarschijnlijk met de auto in de richting van Emmen gereden, keerde terug bij Geesbrug – waar de brug gestremd was – en vloog met grote snelheid uit de bocht bij het woonwagenkamp. “De auto is niet beschadigd, terwijl de politie ijverig zoekt naar de nachtelijke chauffeur.” Bijzonder verhaal. Hoe kun je met grote snelheid de macht over het stuur kwijtraken, in de sloot belanden en niets beschadigen? Zulke auto’s maken ze tegenwoordig niet meer.

Herdenken in besloten kring

Begin mei 1950 werd onder leiding van Arnold R. Zandbergen uit Hoogeveen in zaal Troost een bijeenkomst gehouden van ‘Steunt Wettig Gezag’. De hoofdfilm was een film over de Duitse inval in Nederland, België en Frankrijk in 1940. In Juli 1950 kon de grote zaal gebruikt worden voor een eigen feestje. Joh. Bremer en Albert Zilverberg waren beiden al 25 jaar in dienst van de Firma Troost, en dat was aanleiding tot een viering van dit jubileum. Het heette in de krant wel ‘herdenken in besloten kring’, maar met familie en andere bekenden erbij, nou, dan loopt een zaaltje vol. Beide jubilarissen kregen van de firma Troost een herenfiets. Wat deden de heren precies? Dat wordt helder uit de oorkonde die ze ontvingen. De Bakkersvereniging overhandigde hen een getuigschrift van 25-jaar trouwe dienst. De heren zaten er warmpjes bij, overdag, voor zover ze aan zitten toekwamen.