Beurtvaart zorgde voor verdeling van het werk| Scheepsjournaal Drentse Praam

De snikke van Otten Transport Hoogeveen. Foto: Archief Albert Wolting

Vervoer over water is de juiste weg. Dit is jarenlang de slogan van de binnenvaart geweest. Deze reclame was nodig om de concurrentie van weg- en treinverkeer het hoofd te bieden.

In de 17e eeuw was vervoer over water vanzelfsprekend de beste weg. Er waren vaarverbindingen van steden en dorpen met de zeehavens. Dat was voor de zelfstandige schipper een interessante vaart. Maar als iedereen hetzelfde werk gaat doen is de concurrentie moordend. Het schippersgilde stelde daarom een regeling in dat jaarlijks werd vastgesteld wie die vaste vaarten ging doen. Zo kwam ieder aan de beurt. Dat werd daarom ‘beurtvaart’ genoemd. Er werden goederen en personen vervoerd, een vorm van openbaar vervoer. Tot 1880 voer men om de beurt, daarna had men alleen een plaatselijke vergunning nodig. Hoogeveen was voor 1850 niet rechtstreeks bereikbaar voor de zeehavens zoals Amsterdam en Rotterdam. De beurtvaart was hier regionaal. De Hoogeveensche Vaart werd na 1850 verbreed en verdiept zodat er ook zeewaardige schepen konden varen. Vanaf dat moment ontstonden er van hieruit beurtdiensten naar buiten de regio. Aanvankelijk werd dat met houten pramen gedaan.

Van het water naar de weg

Het vervoer over de weg heeft de beurtvaart uiteindelijk verdrongen. Een aantal beurtschippers gingen hierin mee. Een voorbeeld daarvan is Otten Transport Hoogeveen. Hendrik Otten, geboren in 1881, startte in 1905 met het vervoer over water op het traject Hoogeveen – Hollandscheveld – Elim met een snikke. Men vervoerde de goederen die de bevolking nodig had. Ook was er aan boord ruimte om personen mee te nemen. De donderdag was een drukke dag want dan bracht men de boeren naar de markt. Hendrik trok de snikke en zijn vrouw stond aan het roer. De snikke was een vaartuig van circa 10 meter lang. Er stond een roef op. De lading werd ook op het dak van de roef vervoerd. In 1912 startte Otten met een beurtdienst Hoogeveen – Meppel.

Aanvankelijk voer men met een tjalk. Dat was een groter schip. De conditie van de tjalk was niet optimaal. In 1927 zonk het zwaarbeladen schip in de sluis van Echten. Op een foto lijkt het of het schip geknikt is. De lading was niet verzekerd. De suiker smolt en de zakken bleven leeg achter. De balen met erwten barstten open en verdwenen. Ondanks deze strop kocht Otten toen een motorschip. Het schip werd Burgemeester Tjalma genoemd. Zoon Dirk werkte bij zijn vader aan boord. Hij zag dat door de opkomst van de vrachtwagen de beurtscheepvaart grote concurrentie kreeg. In 1931 kocht hij een vrachtwagen en begon een transportbedrijf. In de oorlog beschikte Dirk over twee vrachtwagens die beide gevorderd werden door de Duitsers. Vader Hendrik deed ook tijdens de oorlog allerlei transporten met zijn schip. Onder andere voedsel halen. Na de oorlog, senior ging met pensioen, nam zoon Dirk het schip over omdat hij geen vrachtwagen meer had. Men deed naast het goederentransport ook tochtjes met passagiers naar Giethoorn als bijverdienste. In 1949 beschikte men weer over een vrachtwagen en werd een lijndienst opgezet. Door de jaren heen is het bedrijf uitgegroeid tot een grote transportonderneming.

Scheepsnaam

Het motorbeurtschip dat Hendrik Otten in 1927 had gekocht is nog steeds in de vaart. In 1957 werd een visser uit Termuntenzijl eigenaar en geregistreerd onder het visserijnummer TZ19. Daarna wisselde het nogal eens van eigenaar. Het schip vaart nu onder het visserijnummer TZ 19 en heeft de naam Reiderland. Als de naam die Otten het schip had gegeven er nu nog op zou staan was het was het vast en zeker omgedoopt in Raadhuis!

Nieuws

menu