Nicole Donkervoort: 'Bedankt en wie weet tot ziens!' | Maandaggevoel

Nicole Donkervoort. Mediahuis

Het aftellen is begonnen. Na bijna 27 jaar sla ik ‘het boek’ Hoogeveensche Courant binnenkort dicht. Woensdag is mijn allerlaatste werkdag. Nog een weekje ‘afkicken’ en dan per 1 april aan de slag als communicatieadviseur bij het Leger des Heils Noordoost. Een nieuwe uitdagende baan bij een organisatie die zich inzet voor een menswaardig bestaan voor letterlijk iedereen. Ik kijk er reikhalzend naar uit, maar moet eerlijkheidshalve bekennen het ook best spannend te vinden.

De laatste jaren werd het gevoel sterker: als ik nog eens een stap wil maken, moet ik niet te lang meer wachten. Ik hield sindsdien de vacatures in de gaten, maar vrijwel nooit kwam er een functie voorbij die het werk als journalist overtrof. Niet zo gek, want ik zei met regelmaat: ‘Ik heb de mooiste baan van de wereld’. Ik genoot het meest van al van de human interest-verhalen die ik mocht schrijven. Ik bleef het speciaal vinden dat mensen mij hun levensverhaal toevertrouwden. Niet zelden kwamen er complimenten na afloop over de wijze waarop hun relaas was verwoord, terwijl het bedankje eigenlijk niet mij toekwam, maar henzelf. Ik had het artikel immers onmogelijk kunnen schrijven als zij zich niet hadden opengesteld.

Dicht bij de mensen

Tijdens mijn studie werkte ik al als correspondent voor de Hoogeveensche Courant en ik had mij stellig voorgenomen om met mijn hbo-diploma op zak een baan elders in het land te gaan zoeken. Wél in de lokale/regionale journalistiek, want daar lag mijn hart. Dicht bij de mensen. Manlief besloot op dat moment echter een eigen zaak te starten in Hoogeveen, dus toen de vraag kwam of ik een vaste baan bij de HC zag zitten, greep ik die kans toch met beide handen aan. De ‘Buurtpagina’ moest nieuw leven ingeblazen worden en daarvoor werd een parttime journalist gezocht. Ik zie mij nog zitten tijdens mijn sollicitatiegesprek met toenmalig directeur Bert van der Haar, als een ietwat bleu meisje van 23 dat net de School voor Journalistiek had afgerond. Op mijn voorzichtige vraag wat mijn werktijden waren, zodat ik voor de overige uren een andere baan kon zoeken, antwoordde Van der Haar zonder ook maar enige aarzeling: ‘Ach, laten we er maar 38 uur van maken’. Zo gemakkelijk kon het gaan in die tijd.

Diepe indruk

Ik heb in al die jaren geweldige dingen mogen doen. Prachtige herinneringen en te veel om hier te benoemen. Er waren ook aangrijpende onderwerpen, waarvan ik er één nog altijd niet los kan laten: het overlijden van de 8-jarige Sharleyne. Om het leven gekomen door een val van flatgebouw De Arend. Haar moeder wordt verantwoordelijk gehouden voor haar gruwelijke dood, maar veel vragen zijn, en blijven vermoedelijk, onbeantwoord. Diepe indruk maakte het interview dat ik mocht doen met de grootouders van Sharleyne, de ouders van de moeder van het meisje, die heilig geloofden in de onschuld van hun dochter. Natuurlijk een gekleurd verhaal, maar wel een verhaal dat een tegengeluid gaf aan al het geweld dat vanaf de andere kant in de media belandde. Hoe dan ook een intrieste zaak met alleen maar verliezers.

Het afscheid nadert. Nog ruim twee dagen en slechts één krant te gaan, dan zit het er definitief op. Mijn functie als redactiecoördinator wordt overgenomen door mijn collega Leonora de Vries. Mariëlle de Vries, een oude bekende in Hoogeveen want eerder maakte zij de Krant van Hoogeveen, komt het team, met daarin ook Lyanne Blokzijl, versterken. Kortom, de girlpower krijgt een vervolg.

Missen

Mijn grote wens voor hen, én voor alle lezers: dat de Hoogeveensche Courant in zijn huidige vorm nog vele jaren mag en kan blijven bestaan. Een lokale krant is om te koesteren, net als mediapluriformiteit. Een ding is zeker, ik ga de dynamiek van het werk als journalist missen en natuurlijk mijn collega’s en alle contacten. Maar hopelijk krijg ik er ook heel veel voor terug. Bedankt en wie weet tot ziens!

Nieuws

menu