Albert Wolting vertelt in nieuwe aflevering van het Scheepsjournaal over scheepsnamen

Het schip Rehoboth. Foto: Albert Wolting

Een schip mag niet deelnemen aan de scheepvaart indien hierop geen kenmerk of naam is aangebracht. Ook de naam en woonplaats van de eigenaar moeten op een zichtbare plaats zijn vermeld. Aldus het Binnenvaartreglement.

De schipper is vrij in het kiezen van de naam van zijn vaartuig. Meestal wil de schipper met de benaming iets uitdragen. De één noemt het schip naar zijn lieve echtgenote. De ander brengt er zijn doelstelling mee naar voren. Bij voorbeeld VIOS: ‘Vooruitgang is ons streven. Of DENZO: ‘Dag en nacht zondags ook’. Ook kom je namen, met een bijzondere betekenis, tegen die men uit de Bijbel heeft gehaald.

Familie Kleine

Willem Kleine leefde van 1810 tot 1869. Zijn beroep is niet bekend. In 1851 werd zijn zoon Jan geboren, die in 1932 overleed. Jan was schipper en heeft met een Hoogeveense praam gevaren. Jan noemde zijn schip Rehoboth. Het betekent: ‘God heeft ruimte gemaakt’. (Genesis 26:22) Vanuit een beklemmende situatie komt er ruimte om je bedrijf uit te oefenen. Het is aannemelijk dat Jan met turf gevaren heeft. Hij maakte de omwenteling mee van houten pramen naar stalen schepen. Kleine laat in 1911 een klipperaak (146 ton) van staal bouwen op scheepswerf Peters in Dedemsvaart. In 1928 is de Rehoboth eigendom van zijn zoon Willem (1894-1973). De vaart verandert. Er wordt een beurtdienst onderhouden van Hoogeveen – Rotterdam v.v. Het schip wordt in 1959 verkocht. Kleine gaat aan wal en woont in de Notaris Mulderstraat in Hoogeveen. Willem en zijn vrouw Siena krijgen vijf zoons en één dochter. Alle zonen worden binnenvaartschipper. Opvallend is dat zoon Jantinus zijn schip ook Rehoboth noemt. Hij heeft verschillende schepen gehad, steeds grotere. De naam op alle schepen bleef hetzelfde. Ook Jantinus, getrouwd met Els Kleine, een Hoogeveense schippersdochter, krijgen kinderen. Eén van zijn zoons heet Wim (1968). Ook Wim wordt schipper. Er zijn twee soorten schippers. De één is alleen vervoerder, de ander is ook ondernemer.

De jongste generatie

Dat laatste geldt voor Wim Kleine Hij heeft diverse schepen laten bouwen. De casco’s werden gebouwd in China en in Nederland afgebouwd. Het schip waar hij nu mee vaart is in 2018 gebouwd. De lengte is 110 meter en de breedte 11,45 meter. Het laadvermogen is 3332 ton. Het schip is van alle moderne middelen voorzien. Het is groot en stabiel. Je zou zeggen daar kan niets met misgaan. En toch… Het is donderdag 11 maart 2021. De Rehoboth is ‘s morgens vroeg van Harlingen over het Wad naar Kornwerderzand gevaren. Het schip is geladen met zout voor België. Er staat een windkracht 7. Rijkswaterstaat voorspelt een golfhoogte van 80 cm. Geen reden om niet verder te varen. Maar de wind trekt aan tot 9 beaufort. Er komen onderweg uitschieters naar 11. Ook de golven worden veel hoger. Het water komt op de luiken. Door het gewicht van het water bezwijken deze. Het gevolg is dat het schip begint te zinken. Schipper Kleine besluit terug te varen. Een passerende mosselkotter gaat naast de Rehoboth aan de windzijde varen. Hierdoor heeft het schip minder last van de hoge golven. Toch dreigt het schip te zinken. Een reddingsboot haalt een aantal mensen van boord. Uiteindelijk zet de schipper zijn schip op een zandbank bij Makkum om verder zinken te voorkomen. Met pompen weet men de machinekamer droog te houden. Nadat de wind is gaan liggen wordt het water uit het ruim gepompt. Het schip drijft weer en vaart op eigen kracht naar Harlingen om de lading te lossen en het onderwaterschip te inspecteren. Rehoboth, met deze naamgeving wil de schipper iets zeggen van zijn overtuiging! Hij zal dankbaar zijn dat het zo is afgelopen!


Albert Wolting